maandag 25 september 2017
maandag 4 september 2017
't Venhoes
Man en ik zijn naar het openluchtmuseum Het Hooge Land geweest, in Warffum (Groningen).
Het is een geweldig leuk museum. Als het lukt ga ik er elk jaar heen, de aantrekkingskracht is onweerstaanbaar. Het is zoals het was. En zoals het was, dat weet ik nog wel, van toen ik klein was. In die zin is het elke keer een beetje thuiskomen.
Deze keer gingen we met een doel: we wilden met volle aandacht naar 't Venhoes kijken.
Daar ligt het, in oorsprong een éénkamerwoninkje met stookhok.
Het achterste gedeelte werd later aangebouwd en als woning in gebruik genomen, het oorspronkelijke woongedeelte werd toen schuur. Nu is het oude huisje in bescheiden glorie hersteld.
De servieskast zit in het midden van wat de bedsteewand is, links en rechts ervan zitten namelijk twee bedstee-kasten.
Het Venhoes stond aan de Oosterstraat in Warffum. De laatste bewoonster was Jantje Venhuizen, zij overleed in 1969. Het huis werd verplaatst naar het museum, de schuur werd ingericht als het vroeg 19-eeuwse dagloners huisje dat het ooit was, en het werd vernoemd naar Jantje.
Dit alles weet ik dankzij de site : https://www.deverhalenvangroningen.nl/
Maar het verhaal gaat verder, of eigenlijk, het wordt voor mij meer bijzonder.
Bij deze de eerste regels van het hoofdstuk: Rond 1800 woonden het echtpaar....
Na dit stel woonden dus andere mensen in het Venhoes, maar ik concentreer me op Eisse Veltman. Ik ga even oud-testamentarisch opsommen:
Eisse Geerts Veltman huwde Pieterke Hendriks (1794). Zij kregen een zoon Klaas Tjarks Veldman (let op, inmiddels met een -d).
Klaas Tjarks Veldman huwde Iedje Sierts Huizenga (1836). Zij kregen een zoon Eisse Veldman.
Eisse Veldman huwde Aafke Bronkema (1878).
Wacht even. Van Aafke heb ik een foto. Hier is ze.
We gaan verder. Eisse en Aafke kregen een dochter Pieterke Veldman. Ook van haar heb ik een foto.
Zo lief. In feite heb ik wel meer foto's van Pieterke. Zij is in mijn familie beter bekend als oma Pieta. De rode draad wordt zichtbaar: de moeder van de moeder van de moeder van de moeder....
Oma Pieta was mijn overgrootmoeder. Ze heeft mijn oudste nog in handen gehad.
Het Venhoes is het huisje van mijn rechtstreekse voorouders.
Ik heb er in gestaan en voor gestaan. Het glas in de ramen is natuurlijk niet oorspronkelijk. De kozijnen ook niet. Maar de plafondbalken? En de muren? De bakstenen vast wel, al zij het deels.
Op een mooie namiddag rond 1800 zal Pieterke Veltman, geboren Hendriks voor haar huisje hebben gestaan. Ze leunde met één hand tegen de muur en poetste met de andere hand de raampjes schoon. Ik heb mijn hand op die muur gelegd. Naar de blinkende raampjes gekeken, de bloeiende geraniums bewonderd.
Dichterbij kun je niet komen.
site van het museum
Het is een geweldig leuk museum. Als het lukt ga ik er elk jaar heen, de aantrekkingskracht is onweerstaanbaar. Het is zoals het was. En zoals het was, dat weet ik nog wel, van toen ik klein was. In die zin is het elke keer een beetje thuiskomen.
Deze keer gingen we met een doel: we wilden met volle aandacht naar 't Venhoes kijken.
Daar ligt het, in oorsprong een éénkamerwoninkje met stookhok.
| interieur stookhut |
Het achterste gedeelte werd later aangebouwd en als woning in gebruik genomen, het oorspronkelijke woongedeelte werd toen schuur. Nu is het oude huisje in bescheiden glorie hersteld.
De servieskast zit in het midden van wat de bedsteewand is, links en rechts ervan zitten namelijk twee bedstee-kasten.
Het Venhoes stond aan de Oosterstraat in Warffum. De laatste bewoonster was Jantje Venhuizen, zij overleed in 1969. Het huis werd verplaatst naar het museum, de schuur werd ingericht als het vroeg 19-eeuwse dagloners huisje dat het ooit was, en het werd vernoemd naar Jantje.
Dit alles weet ik dankzij de site : https://www.deverhalenvangroningen.nl/
Maar het verhaal gaat verder, of eigenlijk, het wordt voor mij meer bijzonder.
Bij deze de eerste regels van het hoofdstuk: Rond 1800 woonden het echtpaar....
Na dit stel woonden dus andere mensen in het Venhoes, maar ik concentreer me op Eisse Veltman. Ik ga even oud-testamentarisch opsommen:
Eisse Geerts Veltman huwde Pieterke Hendriks (1794). Zij kregen een zoon Klaas Tjarks Veldman (let op, inmiddels met een -d).
Klaas Tjarks Veldman huwde Iedje Sierts Huizenga (1836). Zij kregen een zoon Eisse Veldman.
Eisse Veldman huwde Aafke Bronkema (1878).
Wacht even. Van Aafke heb ik een foto. Hier is ze.
We gaan verder. Eisse en Aafke kregen een dochter Pieterke Veldman. Ook van haar heb ik een foto.
![]() |
| met hond! |
Zo lief. In feite heb ik wel meer foto's van Pieterke. Zij is in mijn familie beter bekend als oma Pieta. De rode draad wordt zichtbaar: de moeder van de moeder van de moeder van de moeder....
Oma Pieta was mijn overgrootmoeder. Ze heeft mijn oudste nog in handen gehad.
Het Venhoes is het huisje van mijn rechtstreekse voorouders.
Ik heb er in gestaan en voor gestaan. Het glas in de ramen is natuurlijk niet oorspronkelijk. De kozijnen ook niet. Maar de plafondbalken? En de muren? De bakstenen vast wel, al zij het deels.
Op een mooie namiddag rond 1800 zal Pieterke Veltman, geboren Hendriks voor haar huisje hebben gestaan. Ze leunde met één hand tegen de muur en poetste met de andere hand de raampjes schoon. Ik heb mijn hand op die muur gelegd. Naar de blinkende raampjes gekeken, de bloeiende geraniums bewonderd.
Dichterbij kun je niet komen.
site van het museum
zondag 27 augustus 2017
In de tuin
Jaren lang heb ik niet veel aan de tuin kunnen doen. Wat niet gaat, dat gaat niet. Hoe anders is het nu!
De afgelopen twee week heb ik elke dag minstens drie uur in de jungle gezaagd, gesnoeid en gegraven en eindelijk, eindelijk komt er weer wat vorm in.
Ik zal zeker een jaar nodig hebben om alles weer een beetje op orde te krijgen, maar om mezelf een hart onder de riem te steken hebben we gisteren wat planten gekocht. 2 vierkante meter is nu zoals ik het graag zie.
De Japanse wasbloem stond er al. Ik weet niet zeker af hij echt zo heet. Elk jaar groter en mooier, dit is mijn vertrekpunt.
Er omheen staan heel veel sneeuwklokjes, lelietjes-van-dalen, daslook en longkruid. De tuin ligt op het noorden, maar er komt wel wat zon, vooral op zomeravonden. Ik ging voor stevige planten, die halfschaduw verdragen. Wit, dat valt goed op, en aanvullend geel en roze/paarse en rode accenten. Zo klink ik toch erg hortocultureel verantwoord.
Onze tuin was niet altijd een tuin. Vroeger was het een verzameling van pakhuis, bijgebouwtjes, plaatsje etc. Vijftig jaar later komt bij nog elke tuinexercitie van alles boven.
Ons huis maakt deel uit van wat destijds een bedrijvencomplex was: een grossier annex drankenhandel. In de goeie oude tijd bracht je lege flessen terug, die dan werden gespoeld en opnieuw gevuld. Er sneuvelde wel eens wat, dat vinden we nog steeds terug.
Ik las net dat het zien van oranje, gele en rode tinten de aanmaak van serotonine bevordert. Daar wordt een mens dus blij van.
Het lijkt de komende week ook nog droog zomerweer te zijn, ik hoop dan alle grote sta-in-de-weggen verwijderd te hebben. Dan kunnen we volgend weekend afvoeren. Maar dat is dan, alles op zijn tijd. We gaan wat leuks doen.
De planten komen hier vandaan
De Hibiscus komt hier vandaan (en onze kerstbomen trouwens ook)
Ook absoluut de moeite waard: klik hier
De afgelopen twee week heb ik elke dag minstens drie uur in de jungle gezaagd, gesnoeid en gegraven en eindelijk, eindelijk komt er weer wat vorm in.
Ik zal zeker een jaar nodig hebben om alles weer een beetje op orde te krijgen, maar om mezelf een hart onder de riem te steken hebben we gisteren wat planten gekocht. 2 vierkante meter is nu zoals ik het graag zie.
Er omheen staan heel veel sneeuwklokjes, lelietjes-van-dalen, daslook en longkruid. De tuin ligt op het noorden, maar er komt wel wat zon, vooral op zomeravonden. Ik ging voor stevige planten, die halfschaduw verdragen. Wit, dat valt goed op, en aanvullend geel en roze/paarse en rode accenten. Zo klink ik toch erg hortocultureel verantwoord.
| Hibiscus |
![]() |
| Coreopsis |
Ons huis maakt deel uit van wat destijds een bedrijvencomplex was: een grossier annex drankenhandel. In de goeie oude tijd bracht je lege flessen terug, die dan werden gespoeld en opnieuw gevuld. Er sneuvelde wel eens wat, dat vinden we nog steeds terug.
Ik las net dat het zien van oranje, gele en rode tinten de aanmaak van serotonine bevordert. Daar wordt een mens dus blij van.
![]() |
| pottenborder bij De Kleine Plantage |
De planten komen hier vandaan
De Hibiscus komt hier vandaan (en onze kerstbomen trouwens ook)
Ook absoluut de moeite waard: klik hier
zondag 30 juli 2017
Visvliet
Een middag met de belofte van droog weer, dan moet je er wel op uit. We besloten naar Visvliet te gaan. Visvliet klinkt misschien als een wijk in Stad (Paddepoel, Visvliet, Leeuwenborg; "winkelcentrum Visvliet", zoiets dus) maar het is een mooi dorpje bij de grens met Friesland. In het verleden maakte het daar ook deel van uit, maar met die details zal ik niemand lastigvallen. Nou ja, één dingetje: Eise Eisinga heeft hier een aantal jaren gezeten, toen hij uit Friesland was gevlucht (en later verbannen). Ze zijn er hier best trots op.
Visvliet is een komdorp aan de Lauwers. Ik dacht altijd dat dat betekende dat het in een holte in het landschap ligt, zoals een wierdedorp óp een wierde ligt, maar nee. Komdorp betekent: een dorp ontstaan op een kruising.
De hoofdweg, Heirweg genaamd, kruist de Stationsweg. Op die kruising staat (uiteraard) een uitspanning waar we koffie en appeltaart bestelden en de hond een bakje water kreeg. Eten kan er ook, tevens Bed and Breakfast.
Er tegenover is een ruime parkeerplaats, kun je je wagen neerzetten en verder wandelen.
We zijn in het waddengebied, dat voel je en ruik je en zie je:
Maar we kwamen voor de kerk. In eerste aanleg uit 1427, gewijd aan de heilige Gangulfus. Diverse uitbreidingen, aanpassingen en restauraties volgden.
We leenden de sleutel op een sleuteladres (zie site Stichting Oude Groninger Kerken, of het bordje op de kerk) en konden naar binnen.
Het is een sober kerkje, met maar liefst 5 grote banken, in dit geval geen Herenbanken, maar Familiebanken.
Over de geschiedenis en voor een beschrijving van de kerk verwijs ik naar voornoemde site van de SOGK: klik hier
In de kerk vonden we de leukste bibliotheek die we in tijden hebben gezien. Die was in, wat wij dachten, de consistoriekamer.
Inmiddels hebben we geleerd dat dat ooit een schooltje was (niet ongebruikelijk) én dat de bibliotheek per 1 juli 2017 gesloten is. Wat erg!
lees hier
Een jongetje kwam informeren wat we daar zoal deden. Hij verveelde zich nog niet, zei hij na enig nadenken. Gelukkig maar want de vakantie duurt nog heel lang. Kunnen wij fijn nog heel veel plaatsen bekijken en kerken bezoeken.
Visvliet is een komdorp aan de Lauwers. Ik dacht altijd dat dat betekende dat het in een holte in het landschap ligt, zoals een wierdedorp óp een wierde ligt, maar nee. Komdorp betekent: een dorp ontstaan op een kruising.
De hoofdweg, Heirweg genaamd, kruist de Stationsweg. Op die kruising staat (uiteraard) een uitspanning waar we koffie en appeltaart bestelden en de hond een bakje water kreeg. Eten kan er ook, tevens Bed and Breakfast.
Er tegenover is een ruime parkeerplaats, kun je je wagen neerzetten en verder wandelen.
We zijn in het waddengebied, dat voel je en ruik je en zie je:
| wij noemen dit "eilander" bouwstijl |
Maar we kwamen voor de kerk. In eerste aanleg uit 1427, gewijd aan de heilige Gangulfus. Diverse uitbreidingen, aanpassingen en restauraties volgden.
We leenden de sleutel op een sleuteladres (zie site Stichting Oude Groninger Kerken, of het bordje op de kerk) en konden naar binnen.
Het is een sober kerkje, met maar liefst 5 grote banken, in dit geval geen Herenbanken, maar Familiebanken.
Over de geschiedenis en voor een beschrijving van de kerk verwijs ik naar voornoemde site van de SOGK: klik hier
In de kerk vonden we de leukste bibliotheek die we in tijden hebben gezien. Die was in, wat wij dachten, de consistoriekamer.
Inmiddels hebben we geleerd dat dat ooit een schooltje was (niet ongebruikelijk) én dat de bibliotheek per 1 juli 2017 gesloten is. Wat erg!
lees hier
Een jongetje kwam informeren wat we daar zoal deden. Hij verveelde zich nog niet, zei hij na enig nadenken. Gelukkig maar want de vakantie duurt nog heel lang. Kunnen wij fijn nog heel veel plaatsen bekijken en kerken bezoeken.
zondag 16 juli 2017
Dit is Dedje Hofstee.
Dochter van Jan Klasen Hofstee en Frouwina Idema, geboren op 12-11-1839 in Wirdum, Groningen.
Man en ik waren dit weekend in Wirdum, om de kerk te bezichtigen.
We wandelden over het kerkhof, en daar lagen de ouders van Dedje:
![]() | |
| Jan |
![]() | |
| Frouwina |
Dedje was de moeder van Klasina Wolthuis. En Klasina was weer de oma van mijn moeder. Dit zijn dus regelrechte voorouders. En het was net als op de TV (Who do you think you are?/ Verborgen Verleden): de tranen sprongen in mijn ogen.
De generaties zijn weer opgeschoven. Tijd om weer eens goed naar mijn geschiedenis te kijken.
zondag 25 juni 2017
Roggebrood koken
Onze voorraadkast is een verzameling goede voornemens. Ik heb dat, geloof ik, in het verleden wel eens vaker gezegd. Niets veranderd dus.
We zitten midden in het proces dat boedelverdeling heet. Een vermoeiende en zeer stressvolle onderneming. Dan is zo'n uitpuilende voorraadkast een verademing. Niets is makkelijker en overzichtelijker. Je begint op de bovenste plank en pakt er wat van af. Je leest het etiket. Wat is het en wat gaan we ervan maken? En dan aan de slag.
Ik pakte roggemeel. Van de molen op Ameland. Wat een heerlijke vakantie was dat. Pas geleden en het lijkt al weer zo lang.
We gingen er met een tas vol spullen weg, o.a. met een pondje roggemeel. Daar ga ik maar eens brood van maken, dacht ik. Lekker ontspannen fröbelen met een recept van Teunie, van het blog Eenvoudig Leven.
Hier staat het: klik hier
De pompoenpitten in de kast bleken houdbaar tot 2015. Ik heb ze geproefd, iegh. Ranzig. Dan maar niet. In plaats van cranberries (die kennelijk op waren) zette ik rozijnen klaar.
Gewoon het recept volgen is makkelijk genoeg. Het is wel handig even te wachten tot het water/appelstroop-mengsel wat is afgekoeld, want kneden in gloeiend heet deeg is niet ideaal. Tijdens het kneden heb ik extra water toegevoegd, het was anders echt te droog. De ene soort meel vraagt om meer dan de andere.
De rol (meer een soort slanke baksteen) heb ik in een natte, want eerst uitgespoelde, theedoek gedaan. Aan beide zijden knoopte ik het pakketje dicht met leuk binddraad.
Plots kreeg ik een visioen: ik zag de intens blauwe soep uit Bridget Jones voor me. Draadjes weer los geknipt en opnieuw geknoopt, nu met witte katoen.
Ik heb het brood 3 1/2 uur laten simmeren: het water net tegen de kook aangehouden, waarbij ik het een keer of drie bijvulde met heet water uit de snelkoker.
Voorzichtig het pakketje uit het water gevist. Even wat laten afkoelen en daarna uitpakken. Op een bord gelegd. Het zag er nat en wat slijmerig en tamelijk goor uit.
Maar na een tijdje wachten droogde de rol mooi op (wel af en toe draaien, en het bord drogen met keukenpapier) en werd de kleur in plaats van licht grijzig-bruin mooi donker.
En o ja, ik was de rozijnen vergeten. Jammer, maar helaas.
De volgende ochtend hebben we er dunne plakjes afgesneden.
Bijzonder hoor, de structuur is wel anders dan bij "gewoon" roggebrood. Man vindt het lekker, en ik lust het ook wel (normaal roggebrood niet). Ik vind het vooral geschikt voor een borrelhap of een buffet. Conclusie: leuk voor af en toe.
Tip: bewaar het roggebrood in de koelkast, want het verschimmelt ontzettend snel!
We zitten midden in het proces dat boedelverdeling heet. Een vermoeiende en zeer stressvolle onderneming. Dan is zo'n uitpuilende voorraadkast een verademing. Niets is makkelijker en overzichtelijker. Je begint op de bovenste plank en pakt er wat van af. Je leest het etiket. Wat is het en wat gaan we ervan maken? En dan aan de slag.
Ik pakte roggemeel. Van de molen op Ameland. Wat een heerlijke vakantie was dat. Pas geleden en het lijkt al weer zo lang.
We gingen er met een tas vol spullen weg, o.a. met een pondje roggemeel. Daar ga ik maar eens brood van maken, dacht ik. Lekker ontspannen fröbelen met een recept van Teunie, van het blog Eenvoudig Leven.
Hier staat het: klik hier
De pompoenpitten in de kast bleken houdbaar tot 2015. Ik heb ze geproefd, iegh. Ranzig. Dan maar niet. In plaats van cranberries (die kennelijk op waren) zette ik rozijnen klaar.
Gewoon het recept volgen is makkelijk genoeg. Het is wel handig even te wachten tot het water/appelstroop-mengsel wat is afgekoeld, want kneden in gloeiend heet deeg is niet ideaal. Tijdens het kneden heb ik extra water toegevoegd, het was anders echt te droog. De ene soort meel vraagt om meer dan de andere.
De rol (meer een soort slanke baksteen) heb ik in een natte, want eerst uitgespoelde, theedoek gedaan. Aan beide zijden knoopte ik het pakketje dicht met leuk binddraad.
Plots kreeg ik een visioen: ik zag de intens blauwe soep uit Bridget Jones voor me. Draadjes weer los geknipt en opnieuw geknoopt, nu met witte katoen.
Ik heb het brood 3 1/2 uur laten simmeren: het water net tegen de kook aangehouden, waarbij ik het een keer of drie bijvulde met heet water uit de snelkoker.
Voorzichtig het pakketje uit het water gevist. Even wat laten afkoelen en daarna uitpakken. Op een bord gelegd. Het zag er nat en wat slijmerig en tamelijk goor uit.
Maar na een tijdje wachten droogde de rol mooi op (wel af en toe draaien, en het bord drogen met keukenpapier) en werd de kleur in plaats van licht grijzig-bruin mooi donker.
En o ja, ik was de rozijnen vergeten. Jammer, maar helaas.
De volgende ochtend hebben we er dunne plakjes afgesneden.
| broodplankje komt uit het ouderlijk huis |
Bijzonder hoor, de structuur is wel anders dan bij "gewoon" roggebrood. Man vindt het lekker, en ik lust het ook wel (normaal roggebrood niet). Ik vind het vooral geschikt voor een borrelhap of een buffet. Conclusie: leuk voor af en toe.
Tip: bewaar het roggebrood in de koelkast, want het verschimmelt ontzettend snel!
dinsdag 6 juni 2017
Ameland (slot)
Zoals ik al eerder schreef zijn er nog behoorlijk wat boeren actief op Ameland. Moderne bedrijven, die sinds de ruilverkaveling van 1956 voornamelijk langs doorgaande wegen liggen, van oost naar west over het eiland.
De traditionele manier van weiden is een methode die je verspreid door heel Europa (en ook de rest van de wereld) terug ziet.
Het is een nauwkeurige, op seizoenen en voedselbeschikbaarheid afgestemde afwisseling; een regelmatig verplaatsen van de dieren, van de ene wei naar de andere. Er was en is een onderscheid tussen eigen grond (particulier bezit) en gemeenschappelijke weidegebieden.
In Nederland komt het haast niet meer voor; alleen bij wijze van landschapsbeheer. Zo ook op Ameland. Er zijn nog landschapselementen die verwijzen naar de oude tijd, zoals bijvoorbeeld dit veekeringshek. Het hek vormt de grens tussen de particuliere stukken grond in het dorp Ballum, en het open graasgebied buiten het dorp.
Even verderop ligt een reconstructie van een zodendijk, bedoeld om vee op zijn plaats te houden.
Aan de oostkant van het eiland ligt een groot gebied, dat niet voor iedereen toegankelijk is. Voorbij dit bord mag je nog wel wandelen en fietsen, maar links en recht is er prikkeldraad.
Een eindje verderop staat een informatiepaneel.
De tekst luidt als volgt:
Voor u ligt het gebied Het Neerlands Reid van "De Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen op het Oostereinds Oerd en Neerlands Reid B.V." In de volksmond De Vennoot genoemd.
De beweiding van dit gebied kent een lange historie en gaat terug tot 1662 toen de landerijen ten oosten van Buren als gemeenschappelijke weide in gebruik waren. Het gebruik van deze "Markegronden" was aan strenge regels gebonden en voorbehouden aan de boerenstand van Buren. Drie gekozen rechters zagen toe, dat de regels niet overtreden werden. Het gebied wordt nog steeds volgens de oude regels beweid en onderhouden.
Daar heb je het jongvee. Snuivend aan arm en hand lieten ze zich even lekker op de kop krabben.
Daarna volgt er nog een stukje over overstromingen, de aanleg van een stuifdijk etcetera. Maar ik ben meer geïnteresseerd in de weidegang. Dat de grond gemeenschappelijk werd beheerd, hield niet in dat het gemeenschappelijk eigendom was. Je hebt een recht, niet per definitie een bezit (hoewel dat natuurlijk wel mogelijk is).
Iemand die daar met kennis van zaken over schrijft is James Rebanks. Zelf schaaphouder/herder in Cumbria, waar hij volgens voornoemde eeuwenoude methode (volgens hem misschien wel sinds 5000 jaar) zijn schapen afwisselend in de vallei, dan wel op de Fells weidt, geeft hij een duidelijk beeld hoe mens en landschap met elkaar vervlochten zijn. Lees dat boek! Ook in het Nederlands vertaald (en in het Frans, Duits, Noors, Japans, en ga zo maar door).
Daar ben ik dus naar op zoek: de overeenkomsten in dat grote Noordzeegebied. En behalve dat is het hier gewoon hartstikke mooi.
De traditionele manier van weiden is een methode die je verspreid door heel Europa (en ook de rest van de wereld) terug ziet.
Het is een nauwkeurige, op seizoenen en voedselbeschikbaarheid afgestemde afwisseling; een regelmatig verplaatsen van de dieren, van de ene wei naar de andere. Er was en is een onderscheid tussen eigen grond (particulier bezit) en gemeenschappelijke weidegebieden.
In Nederland komt het haast niet meer voor; alleen bij wijze van landschapsbeheer. Zo ook op Ameland. Er zijn nog landschapselementen die verwijzen naar de oude tijd, zoals bijvoorbeeld dit veekeringshek. Het hek vormt de grens tussen de particuliere stukken grond in het dorp Ballum, en het open graasgebied buiten het dorp.
Even verderop ligt een reconstructie van een zodendijk, bedoeld om vee op zijn plaats te houden.
Aan de oostkant van het eiland ligt een groot gebied, dat niet voor iedereen toegankelijk is. Voorbij dit bord mag je nog wel wandelen en fietsen, maar links en recht is er prikkeldraad.
Een eindje verderop staat een informatiepaneel.
De tekst luidt als volgt:
Voor u ligt het gebied Het Neerlands Reid van "De Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen op het Oostereinds Oerd en Neerlands Reid B.V." In de volksmond De Vennoot genoemd.
De beweiding van dit gebied kent een lange historie en gaat terug tot 1662 toen de landerijen ten oosten van Buren als gemeenschappelijke weide in gebruik waren. Het gebruik van deze "Markegronden" was aan strenge regels gebonden en voorbehouden aan de boerenstand van Buren. Drie gekozen rechters zagen toe, dat de regels niet overtreden werden. Het gebied wordt nog steeds volgens de oude regels beweid en onderhouden.
Daar heb je het jongvee. Snuivend aan arm en hand lieten ze zich even lekker op de kop krabben.
Daarna volgt er nog een stukje over overstromingen, de aanleg van een stuifdijk etcetera. Maar ik ben meer geïnteresseerd in de weidegang. Dat de grond gemeenschappelijk werd beheerd, hield niet in dat het gemeenschappelijk eigendom was. Je hebt een recht, niet per definitie een bezit (hoewel dat natuurlijk wel mogelijk is).
Iemand die daar met kennis van zaken over schrijft is James Rebanks. Zelf schaaphouder/herder in Cumbria, waar hij volgens voornoemde eeuwenoude methode (volgens hem misschien wel sinds 5000 jaar) zijn schapen afwisselend in de vallei, dan wel op de Fells weidt, geeft hij een duidelijk beeld hoe mens en landschap met elkaar vervlochten zijn. Lees dat boek! Ook in het Nederlands vertaald (en in het Frans, Duits, Noors, Japans, en ga zo maar door).
Daar ben ik dus naar op zoek: de overeenkomsten in dat grote Noordzeegebied. En behalve dat is het hier gewoon hartstikke mooi.
Abonneren op:
Posts (Atom)











