vrijdag 6 maart 2020

sigarenbandjes

Het ging over luciferdoosjes sparen, laatst. En van daaruit ook over suikerzakjes en sigarenbandjes.
Van die drie hebben we alleen de bandjes nog over.


De rechter is van man, de linker is van mij.
Bijna iedereen om mij heen rookte. Vooral mijn Oom Jan hield van een goede sigaar (net als zijn broers) en hij bracht trouw de mooiste bandjes mee.

bandjes van man


Mijn moeder ging regelmatig naar de sigarenwinkel. In het dorp waren er twee, een kleintje, dat gerund werd door een weduwe (in die tijd was een sigarenwinkeltje een gebruikelijke pensioenvoorziening). Zij had heerlijke toverballen, zo groot dat ze je hele mondholte vulden. Zo worden ze niet meer verkocht, het zal wel verboden zijn.
De andere sigarenwinkel verkocht pijptabak en pijpen, sigaretten en sigaren, sommige in mooie (dure) kistjes. Ik heb nog twee van die sigarenkistjes, ze zijn heel handig.
Dat roken slecht is weten we nu wel, maar kennis van sigaren was een vak. Het waren bijzondere winkeltjes, en ik mis ze soms.

kistje, nu voor naaimachinespoeltjes

Vaak was het zo dat onderin in de grotere dozen en kistjes een los, groot bandje lag, het liefst met veel goud.


Die waren natuurlijk het allermooist.
Ik zeg wel dat ik die bandjes spaarde, maar drie maal raden wie ze uitzocht, opplakte en de bijschriften verzorgde: mijn vader. Van hem heb ik geleerd dat je niet de hobby van je kinderen moet overnemen. Want van wie is de hobby dan eigenlijk?


Het was goed bedoeld, zeggen we dan maar. En anders had ik nu vast niet zo'n mooi album gehad.

Wat ik ook spannend vond, waren de namen: Agio, Ritmeester, Karel I, Willem II, Ernst Casimir, en de allermooiste: Elisabeth Bas.



Ik had mijn ouders wel eens over Pieter Bas horen praten, dat moest toch wel familie zijn? En had hij dan geen eigen bandjes? Verwarrend allemaal.

Voor wie het niet weet: Pieter Bas was een creatie van de schrijver Godfried Bomans. Mijn ouders, mijn opa en mijn Oom Jan lazen hem graag.




Na de sigarenbandjes, suikerzakjes en luciferdoosjes kwamen de sleutelhangers. Ook die hebben we niet meer: ingeleverd bij het museum. Gelukkig heb ik nog wel mijn speldjesverzameling.


Foto's: A.B. van der Ploeg en van Aag zelf




pontje

Elke dag 15 minuten declutteren, dan kom je nog eens iets tegen.



In 2016 waren we een week in Travemünde. Bijna elke dag met het pontje op en neer, want ons huisje lag op Priwall (schiereiland) en de winkels waren aan de overkant.





 We hebben daar een heerlijke week gehad.



Travemünde, vertrekpunt voor Baltische/Scandinavische bestemmingen, maar ook een heel leuk plaatsje op zichzelf.



Gelukkig hebben we de foto's nog.





woensdag 19 februari 2020

Jurkje

Een jurkje. Vergeet-me-nietjes-blauw met zilverkleurig borduursel. Wit kraagje, inmiddels vergeeld.




Het lag in de dekenkist in mijn ouderlijk huis. Ooit waren het er twee, mijn moeder heeft er één bewaard. Ik weet niet waarom. Was ze trots? Had ze goede herinneringen aan de dag waarop wij (jongere zus en ik) ze droegen?

Bij het uitzoeken en opruimen schoof zus het jurkje naar mij. Ik nam het mee en deed het in een oude rieten wasmand.

Ik was een jaar of negen. Oom ging trouwen. Zusje en ik mochten bruidsmeisje zijn. Wat trouwen was, wist ik niet zo goed en de functie van bruidsmeisjes ontging me volledig. De mevrouw met wie Oom ging trouwen had ik een paar maal gezien, maar ik kende haar niet.

Van mijn schoolvriendinnetjes begreep ik dat een trouwpartij een geweldig feest was en bruidsmeisje zijn een eer. "Mooi," dacht ik, "dat wordt dus leuk".

Voorlopig gebeurde er niks, totdat zusje en ik door moeder werden meegenomen naar het station. We gingen met de trein naar Assen. Ik kende Assen wel, daar waren mijn amandelen gepeld en was mijn ontstoken oor doorgeprikt. Maar er bleek ook een chique klerenwinkel te zijn, met rekken vol jurken en jurkjes. De winkelmevrouw en mijn moeder overlegden. Zusje en ik moesten wachten, passen, nog meer wachten.

Wat kleren kopen betreft is er veel veranderd. Terugdenkend herinner ik me winkelpersoneel dat over mijn hoofd heen met moeder praatte. Soms mocht ik iets uitzoeken, welke kleur ik het mooiste vond, bijvoorbeeld, maar meer ook niet.
(Bij Kledinghuis Stel in het dorp, waar we wel eens heen gingen, werkte een aardige mevrouw. Zij zag je stáán, ze praatte tegen je, maar luisterde ook. Niet dat ik veel zei, want ik was niet gewend tegen grote mensen te praten, en ik wilde ook niet de verkeerde dingen zeggen. Maar voor de trouwpartij gingen we naar een echte bruidsjurkenwinkel).

Uiteindelijk viel de keuze op dit jurkje. Ze moesten nog op de juiste lengte afgespeld worden en dan naar het naaiatelier. Jammer dat ze niet meteen mee konden, want ik vond ze beeldschoon, het leken wel jurken voor een prinses, met al dat zilver.

Terug op het station moesten we hollen, de trein stond al klaar. We sprongen er in, de deuren gingen meteen dicht. 8 minuten later stoven we ons dorp voorbij. Moeder was met ons in de sneltrein gestapt. Een avontuur! Bij de eerst mogelijke halte stapten we uit. Het was bijna etenstijd. Vervelend, want nu kwam vader in een leeg huis, én de tafel stond niet gedekt. Bovendien kregen zus en ik honger. Maar daar wist moeder wel raad op; bij een kraampje op het perron kocht ze wat te eten. Ik kreeg een hele MARS! Nog nooit had ik zoiets gekregen. In de trein terug (moeder controleerde extra goed of dit wel een stoptrein was) at ik hem op.

Op een dag lagen de jurken op onze bedden. Ze waren klaar en we mochten ze nog eens passen.
Toen was het wachten op de grote dag.

De trouwerij bleek een langdurige geschiedenis te zijn. De mevrouw had een mooie witte jurk aan. Oom was, zoals altijd, vrolijk. Hij maakte grapjes, maar hij was ook erg zenuwachtig. Zus en ik kregen allebei een mandje in onze handen geduwd, met bloemetjes erin. We werden aan de arm naar een plekje voor het bruidspaar getrokken en met een paar woorden kregen we te horen wat te bedoeling was: voor het paar uitlopen (waarheen?) onderwijl bloemetjes strooiend (hoeveel? waar?). We werden door een deur geleid en daar was een gangpad, met aan weerszijden rijen en rijen mensen die, achterstevoren op hun stoel, naar ons keken. Al lopend nam ik een flinke handvol bloemen en strooide ze in het rond. Alsof ik de kippen moest voeren. Gegiechel om me heen, iemand siste dat het anders moest. Dan maar twee of drie blaadjes tegelijk? Al strooiende kwamen we aan het eind van het pad bij een rij lege stoelen, daar moesten we zitten.
Oom en de mevrouw kregen een stoel helemaal vooraan. Daarna werd er heel veel gepraat, en ze schreven wat op papieren. Toen ze alles besproken en geregeld hadden liepen we weer voor het bruidspaar uit. Mijn bloemetjes waren wel zo'n beetje op, dus er viel niet veel meer te strooien.

We reden met een auto naar een park. Een vreemde meneer ging daar foto's maken. Alle andere mensen waren weg, ook onze vader en moeder waren nergens te zien. Onze mooie jurken moesten natuurlijk wel op de foto, dus stonden we heel stil, met een bevroren glimlach op ons gezicht. Er waaide een frisse wind. Er werden ook heel veel foto's van oom en tante gemaakt, waarbij wij aan de kant moesten staan wachten.

In de auto daarna was het lekker warm We gingen naar een restaurant, en ja hoor, daar waren onze ouders en alle anderen ook. Iedereen ging aan lange tafels zitten en we kregen eten. Dat was wel gezellig. Er waren toespraken en zus en ik kregen allebei een cadeautje, een mooie speld. Ik kreeg het sterrenbeeld Kreeft, wat een beetje vreemd was, want ik ben een Weegschaal (moeder was daar nogal aangebrand over). Daarna was er een feest, maar dat hebben we niet meegemaakt, want toen moesten we naar bed. Ik weet niet meer waar we geslapen hebben en wie er op ons paste.
Al met al vond ik het nogal een teleurstelling, het was bepaald niet wat me door mijn vriendinnetjes was voorgespiegeld.

Daar hangt hij: de jurk. Symbool voor de verwarring waarmee ik me door die dag worstelde. Voor de verwijten, voor het gevoel dat ik weer gefaald had.

Dus daar hangt hij: de jurk. Ik doe hem weg. Al vind ik de stof nog steeds mooi, al waardeer ik het goede naaiwerk en al houd ik van de kleur. Ik wil hem niet meer zien.
Ik ben er klaar mee, afgesloten, uit.




maandag 10 februari 2020

Woord en Beeld: Xanten

Naar aanleiding van een korte vernoeming in Lotharingia gingen we opnieuw naar Xanten:

 


In de kerk kochten we dit boek.



Er staat een fraaie afbeelding in, die precies weergeeft wat we nu nog kunnen zien: een middeleeuwse stad en de resten/reconstructie van de Romeinse bebouwing.

kathedraal, stadspoort en romeinse resten






De kathedraal is gebouwd om de resten van Sint-Victor, een Romeinse legionair van het Thebaanse Legioen, die in de arena van de stad een martelaarsdood stierf. Dat Thebaanse leger duikt trouwens overal in Europa op. Bv in de Sankt Paulinus van Trier (zie blog 22-2-2019) en Zürich.

reconstructie arena

In de kerk worden o.a. ansichten verkocht van de sarcofaag.



Naast de kerk is een museum. Omdat we de hond bij ons hadden, hebben we niet veel gezien. M.a.w: we gaan dus nog een keer. Zoveel te zien, zoveel te doen!

Foto's van A.B. van der Ploeg en van Aag zelf











maandag 20 januari 2020

Dhr. Alzheimer doet de was (niet)




We gingen eten. Het tafelkleed werd uitgespreid. Een wit kleed met een blauw tegeltjespatroon. Geen Delfts Blauw, maar Portugees, door Dochter meegenomen van vakantie. Beteuterd keek ze naar alle vlekken. "Hij is wel vies" zei ze.
Dat was het inderdaad. Twee mogelijkheden schoten door mijn hoofd: elke keer opnieuw vergeten in de was te doen, óf geen energie genoeg om de was te doen. Een combinatie van beide, waarschijnlijk.
"We kunnen er nog best een keer van eten," zei ik. "En dan neem ik het mee en doe het wel bij mij in de was".
"Als de kleuren maar niet doorlopen".
"Het komt wel goed". 
"Het is wel witte was, maar het blauw geeft misschien wel af"
"Ik doe heel voorzichtig, desnoods was ik hem apart".
Haar hand rust op het kleed, haar vingers wijzen naar de blauwe patroontjes. Bij elk "doorlopen" en "afgeven" gaat haar vinger van blauw naar wit. Ze ziet het gebeuren.
We gaan zitten en we eten. We ruimen af, het tafelkleed verdwijnt in mijn tas.
Na de thee pakken we in om weg te gaan. Over een eettafelstoel hangen een vest en een trui. De vorige week hingen ze er ook al, dus ik vraag of ik die ook zal meenemen om even te wassen: "..dat komt mooi uit, ik heb zelf ook nog wat fijne was en dan is de machine tenminste vol."
Dat is goed, maar "ik weet niet of ze afgeven. Het zijn zulke donkere kleuren". Opnieuw een uitvoerig twijfelen over hoe te wassen en zorgen over doorlopende kleuren.

Daar stond ik voor snot, met mijn oordeel al weer klaar. Niks vergeten, niks energieniveau, de was is te moeilijk geworden. Les: eerst luisteren, eerst kijken, en daarna proberen te doorgronden wat het probleem is.






maandag 13 januari 2020

Elke week een boek 2019


Het afgelopen jaar heb ik 60 boeken gelezen. Mijn goede voornemen voor dit jaar was om er meer dan 54 te lezen, dat is gelukt, hoera!
Alle titels staan, zoals inmiddels gebruikelijk, op Pinterest afgebeeld.

Een aanzienlijk deel bestaat uit thrillers/detectives, van eind maart tot ongeveer september had ik met een hardnekkige depressie te maken, dat maakt lezen moeilijk. Serie-lezen is dan een fijne ontsnappingsmogelijkheid. Daarover een andere keer meer.

Het is soms lastig boeken te vinden, die ik leuk/mooi/interessant vind. Het is heel proces om er achter te komen wiens aanbevelingen bij mijn smaak passen. Inmiddels heb ik een soort schema ontwikkeld dat me lekker bezig houdt. Ik wissel af met boeken:

 - uit de eigen boekenkast
- uit het "boekje" (recensies, tips op TV, etc.)



- Backlisted.fm (podcast)
- Dovegreyreader (blog).

Ik reserveer Nederlandse titels bij de bibliotheek. Onvertaalde boeken zijn soms beschikbaar, maar vaak wel buiten de provincie, en dat kost dan 4 euro per titel. Tweedehands (www.boekwinkeltjes.nl) kosten ze soms maar 3 euro, dus dan koop ik ze (geldt vooral voor de titels van Backlisted.nl).

Ik wilde een top drie, maar dat was te moeilijk. Zoveel moois en lezenswaardigs! Deze dus, mijn favorieten van het afgelopen jaar, in willekeurige volgorde:
- Salt Path- Raynor Winn. Via een recensie (het boekje dus) tot mij gekomen, maar daarna aanbevolen door Dovegreyreader, op veel shortlists en heeft ook prijzen gewonnen. Een echtpaar raakt alles kwijt en wordt dakloos. Een verhaal over tegenslag, doorzetten en liefde. 




- It had to be you- David Nobbs. Dankzij Backlisted.fm. Nobbs heeft ontzettend veel geschreven, voornamelijk voor televisie. Het was echt een verrassende ontdekking: een tragisch, grappig en ook lief boek. De podcast is ook de moeite waard.




- A Month in the Country- J.L. Carr. Dit boekje heb ik zo'n 40 jaar geleden gelezen. Lo and behold, het was het onderwerp van de eerste podcast van Backlisted.fm. Eindelijk aangeschaft. Het verhaal is verfilmd, de scene waarin de hoofdpersoon wordt meegenomen om advies te geven bij de aanschaf van een tweedehands harmonium was ik vergeten, wat een vreugde was het dit weer te lezen! Carr (een merkwaardige man) heeft meer geschreven, ik ga de rest van zijn titels ook bestellen.





Time Song van Julia Blackburn. De geruststellende gedachte, dat je bestaan niet meer dan een blipje in een tijdreeks van miljoenen jaren is... Dat levens uit die hele tijdspanne elkaar kunnen raken. Over tijd, mensen, liefde en mammoetbotten.




- Olive, again.- Elizabeth Strout. Op de valreep van het jaar. Aangeraden door Dovergreyreader, en wat een feest van herkenning. Een hoofdpersoon die niet 100% likable is, maar ik vind haar geweldig.




- De haas met de ogen van barnsteen- Edmund de Waal. Uit mijn boekje. Een heel bijzonder boek, leerzaam, hartverscheurend ook. Wat ik me niet realiseerde, maar eigenlijk had kunnen weten, is dat een deel van mijn favoriete Franse impressionisten rabiate anti-semieten waren.Tja, de Dreyfus-affaire speelde zich tijdens hun leven af.
Ik had hem via de bieb, en zet hem op mijn verlanglijstje. Must-have.




Goede voornemens. Ik heb het afgelopen jaar geen één echte "klassieker" gelezen. Aangezien ik Proust op stapel heb staan, maak ik dat komend jaar meer dan goed. Aardige bijkomstigheid, ik wist het echt niet, is dat Charles Swann deels gebaseerd is op Charles Ephrussi uit "De haas met de ogen van barnsteen".
Ook ben ik bezig in No Name van Wilie Collins.
Wat meer Nederlandse schrijvers en ook wat Duits, alstublieft. In Groningen Stad is een uitstekende boekhandel, die zich o.a. op Duitse Literatuur concentreert, dus daar kan ik wel terecht.

links:
https://dovegreyreader.typepad.com/
https://www.backlisted.fm/
https://nl.pinterest.com/maggelaag/boek-per-week-2019/







zondag 5 januari 2020

Eten met Dhr. Alzheimer

Dat het eten niet goed ging bleek uit het feit dat we 12 maaltijden van de Maaltijd-service uit de koelkast visten. De vraag was: waarom wordt er niet gegeten?
Het antwoord bleek meervoudig.
Eten is een sociaal gebeuren. Altijd alleen aan tafel zitten is niet leuk, niet gezellig. Je kunt wel zeggen dat je het gezellig moet máken, tafelkleedje, mooi bordje met bestek, etc. maar op een gegeven moment gaat dat niet meer. Vandaar dat we voortaan op onze bezoekdag zelf de tafel dekken en aanschuiven met onze meegebrachte eigen maaltijd. Het een beetje leuk aankleden, ondertussen een praatje maken. Kunnen we meteen observeren wat er speelt.

De maaltijden worden geleverd in gesealde bakjes. Het verwijderen van de folie bleek te moeilijk. Een oplossing was voorhanden: de thuiszorg komt iets later langs en maakt het bakje open.

Nadat man het geopende bakje op tafel zette, was de eerste vraag: "wat is dat voor smurrie?" Kijk, dat was Dr. Alzheimer. Argwanend als altijd, herkende hij de gebakken aardappelen niet. Maar het gouden korstje zag er lekker uit, en de aardappeltjes werden opgegeten. De bijgeleverde groente (vruchtencompote) ging ook naar binnen. Het vlees werd bekeken, als bijzonder goed beoordeeld, maar opeten lukte niet. Ook de tweede keer dat we mee-aten, bleef het meeste vlees liggen. "Het staat me gewoon tegen" zei ze. In de koelkast ligt ook geen vleesbeleg meer.

Ik heb de theorie, dat het verloop tegengesteld is aan dat van het leren eten van een baby/peuter. Na het fruithapje, groente en koolhydraten komt de laatste uitbreiding: vlees. Nu lijkt het last in, first out. Fruit en yoghurt zijn op dit moment favoriet (pap en fruithapje). De tijd zal het leren.

Dr. Alzheimer is slim. De buurvrouw laat ook regelmatig haar warme maaltijd staan. Ons familielid neemt die dan mee, want "dan zien de kinderen van de buurvrouw niet, dat ze niet heeft gegeten en gaan ze ook niet zeuren".

Tijdens de feestdagen, met een groot deel van de kinderen plus aanhang plus kleinkinderen aanwezig, lukt het eten wel. Mede dankzij aanmoedigingen van de kleindochter ging de ene portie na de andere naar binnen. Helaas, het is niet elke dag feest, en januari is weer begonnen.

Misschien dat de feestmaaltijden de eetlust weer wat op gang hebben gebracht. Hoe dan ook, we gaan niet zeuren, bestraffend toespreken en zeker niet dwingen. We bieden aan en als ze niet meer wil eten, dan accepteren we dat. Meebuigen en loslaten.