Posts tonen met het label Friesland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Friesland. Alle posts tonen

zaterdag 11 juli 2020

Vlas

Op een goede dag, in het jaar 2019, reden wij van Holwerd over de N357 richting Ferwert, toen wij een gerooid veld zagen, met daarop een bord dat iets over een vlasroute riep. Wat was dat nou weer? Waarom wisten we dat niet?

Er is een website, kijk The Blue Line/ De vlasroute

Ik houd van vlas. Toen ik klein was, hadden we thuis een eindeloos lief boek: "Hoe de mol aan zijn broekje kwam".





Nog steeds verkrijgbaar, inmiddels onder de titel "Hoe Molletje aan zijn broek kwam". De tekenaar was Zdenek Miler. In 1957 maakte hij de eerste animatiefilm met Molletje (Krtek), er zouden nog zo'n 49 volgen.
In de jaren '60 werden ze op de Nederlandse televisie vertoond. Molletje werd een icoon, vooral in Duitsland.





Deze komt uit een boekwinkel in Rügen, waar hij te koop stond tussen schriften, etuis, rugzakken etc. Allemaal met Molletje er op. Onweerstaanbaar.

Terug naar het begin: die broek van Mol werd gemaakt van vlas. Door Mol geplukt, in het water gelegd, gerekeld, etc. tot er alleen vezels over waren. Een ander beestje maakte daar linnen van en daar werd dan het broekje van genaaid.

En opnieuw: ik hou van vlas. Die eindeloos diep blauwe kleur van de bloempjes, daar staat mijn verstand bij stil. In onze tuin bloeien er elk jaar een paar (gekiemd vogelvoer), en zo nu ook. Het moment dus om naar de bloeiende percelen in Friesland te rijden.

Het was zoeken, maar na wat heen en weer rijden vonden we het vlas. Jammer, we waren een week te vroeg, de knoppen waren nog gesloten, daarom zagen we het eerst niet. Alleen het derde perceel, dat wat meer beschut lag, kwam lekker op gang.




Wellicht heeft het woord "vlas" voor sommige mensen dezelfde lading als hier het woord "turf". Vlas en turf betekenen rugbrekend werk. Overal in Friesland kom je verwijzingen naar vlas tegen. In Afke's tiental bijvoorbeeld, van Nienke van Hichtum:


In het museum Het Braakhok kun je zien hoe het verwerken van vlas in zijn werk gaat:

https://www.itbraakhok.nl/

Ondanks al die narigheid blijf ik vlas een prachtig product vinden. Zoals de wind zacht door een veld waait, en de planten een zee van groen-blauwe tutu's vormen, het is zo'n elegante plantje.

Het loont de moeite om te gaan kijken, als het bloeit en ook op andere tijdstippen, want er is meer te zien in en rond Holwerd. 







dinsdag 30 januari 2018

Een soort van pelgrimage

Het verlangen was er al jaren, maar steeds kwam er wat tussen. Beter gezegd; steeds liet ik er wat tussen komen.


in Friesland een wulk




 Het Jabikspaad. Een relatief korte (pelgrims-)route door Friesland, die aansluit op het Nederlandse deel van de Camino. Ik schreef er al eerder over.




Nu moest het er echt van komen want anders, zo wist ik zeker, zou het nooit gebeuren en daar zou ik de rest van mijn leven spijt van houden.
We doen het zo: we rijden met de auto naar het beginpunt van de dag. Ik stap uit en begin te lopen. Man en hond doen hun eigen ding, en we ontmoeten elkaar op een afgesproken punt. Dat lijkt te werken.
Het eerste stuk was spannend: zou het me lukken?




Voor het tweede stuk was ik nog zenuwachtiger. Ik zou stempels halen, en daarbij, nu werd het serieus. Het idee dat ik het "goed" moest doen, hield me in zijn greep. Wat een onzin. Er is geen goed of fout in deze. Dus ging ik lopen.
Zo plat is het hier. Zo kaal. Alleen maar lopen en kijken. Niet denken maar doen.




Toen ik via een trapje de oude dijk afliep, het land in: verderop, bij de bomenrij, een figuurtje. Een blokje donkergrijs, en toch weet je meteen: daar loopt een mens.
Als een bewoner uit het raam heeft gekeken zag hij mij, ook een donker blokje in de verte. Bewegend door het landschap. Bewegend door de tijd. In stilte, alleen met de wind en de vogels en de ruimte om me heen. Ik had mijn bestemming gevonden.

in de rest van Europa een Jacobusschelp

  Ik was allang begonnen, maar nu begin ik echt.




vrijdag 8 juli 2016

Het Jabikspaad, deel 1

Goed dan, het Jabikspaad. We beginnen in St. Jacobiparochie, in het Bildt. In de kerken en de dorpen valt van alles te zien, maar ook het landschap heeft een verhaal.
 
startpunt

Ooit was hier water, de Middelzee heette het. 
Vanaf het jaar 1100 begon de Middelzee gestaag dicht te slibben. In 1505 werd het gebied het Bildt (opbilden is opslibben) in één jaar tijd omdijkt. Of eigenlijk in zo'n 260 dagen. Ik heb het uitgerekend, het zal van grofweg begin maart tot de tweede helft van november gebeurd zijn. Eerder beginnen had geen zin, dan zat de vorst waarschijnlijk nog in de grond of was het te nat. En het moest klaar zijn voor de echte herfststormen begonnen.
Het polderwerk werd voornamelijk gedaan door Hollanders en Zeeuwen, die speciaal voor dit karwei naar Friesland werden gehaald. De opdrachtgever, Georg van Saksen, hoopte zo (juridisch trucje) de eigendomsrechten over het nieuwe land te verwerven, en dus de pachtsommen te innen.

bron: Wikipedia

Zo'n 1500 man kwamen naar Friesland. Maar hoe? Waarlangs? Helemaal buitenom over het water? Stukje over land en dan over de Zuiderzee? Of nog verder over land vanaf de punt van Holland en dan over zee? 1500 (meest jonge) mannen van ver weg met een onverstaanbaar dialect die zich tussen de bewoners vestigden, denk daar maar eens over na.
Drie werkkampen met Hollands/Zeeuwse namen (Wijngaarden, Altena en Kijfhoek) huisvestten de arbeiders. Alle drie met een kerk: aan St.Jacobus, St.Anna en Onze Lieve Vrouwe gewijd. Een groot deel van de arbeiders bleef daar wonen, de dorpsnamen veranderden langzamerhand in die van hun kerk: St. Jacobiparochie, St.Annaparochie en Vrouwenparochie.
Het eerste deel van de tocht gaat over resten van die oude dijk: Griene Dyk. Dat hier ooit water was kan ik me wel voorstellen; het is nu, vroegzomer, een zee van groen. 


Maar al die grond, verzet met handkracht, dat is toch enorm. "Ze hadden al wel spaden en kruiwagens", las ik ergens, alsof het daarmee licht werk werd. Die spaden waren vaak van hout. En ook de kruiwagens waren niet de oersterke, maar lichtgewichtige dingen die we nu hebben.


afbeelding uit 1565




Bovendien, en daar denken veel mensen niet aan, werkten die mensen op een karig dieet; pap, roggebrood, ik vermoed groente (knollen, wortels, erwten) al dan niet met kruiden in een soort soep. Vis, dat zal er ook wel geweest zijn. Hoe ging dat dan? Moesten ze zelf eten maken? Was er een soort gaarkeuken? Voegden zich al gauw vrouwen bij de werklui?

De nieuwe grond was ontzettend vruchtbaar. Zeeklei, wat wil je ook anders. Ook nu loop je langs hectares vol aardappelen en uien.

sprietjes uiloof
Het wapen geeft dat ook mooi weer: wulken waar graan uit groeit.





We lopen door de velden en over dijken naar Minnertsga. Een klein stukje, ik weet het, maar voor de eerste keer is dat al heel mooi.

bronnen: het internet, waar anders, op Wikipedia is al heel veel te vinden. De wandelgids geeft ook informatie. Een boek over Breughel uit ons eigen bezit.



Foto's van A.B. van der Ploeg en van Aag zelf

maandag 20 juni 2016

Vallen en opstaan: het Jabikspaad


Ooit las ik over de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. Geweldig leek me dat, evenals al die andere LAW's. Later, dacht ik dan. Later als dit klaar is is, als ik dat gedaan heb, dan heb ik tijd genoeg, geld genoeg, dan ga ik.



Een paar jaar geleden ontdekte ik dat er ook een kleine Jacobsroute is: van Uithuizen naar Hasselt. En in Friesland het Jabikspaad, van St. Jacobiparochie naar Hasselt. Dat moest toch te doen zijn?



De tijd vliegt, life happens en toen ik eenmaal geleerd had dat je dingen niet moet uitstellen, dat je moet doen in plaats van wachten op het perfecte moment, tja, toen waren sommige plannen niet meer haalbaar.

In april zag ik een tweet van de Alde Fryske Tsjerken.

Friese bakker richt etalage in met materiaal @itjabikspaad Welkom in #SintJacobiparochie https://t.co/dtjBYwKVsV pic.twitter.com/FkSO2Wcl3o

Ach wat leuk. En, tegen mijn gewoonte in, twitterde ik een reply: Dromen mag. Iemand bij de Fryske Tsjerken las dat, en hij/zij antwoordde: "In het pelgrimscentrum van St. Jacob helpen ze je graag verder."
"Ja, ja" dacht ik schamper. "Soms gaan dingen nou eenmaal niet, jongens, en daar moet je je maar bij neerleggen". "Maar," dacht ik opeens "Wie zegt eigenlijk dat ik dat hele stuk moet lopen? Waar staat dat ik etappes van 10-20 km of meer moet lopen? Als ik nou gewoon eens een heel klein stukje doe? En als dat goed gaat, en waarom zou dat niet, misschien nog eens een stukje? En als ik nou elke keer iemand vraag mee te wandelen? Dan moet dat toch kunnen?" Soms heeft een mens een duwtje in de rug nodig.

We gingen naar St.Jacobiparochie, naar het pelgrimscentrum. Ik kocht van twee aardige meneren het routeboekje én een stempelkaart. Toen ze vroegen of ik "hem" ging lopen (Het hele stuk? Ja, het hele stuk) schoot ik in de lach. En ik legde uit dat ik ziek was geweest en dat ik geen plannen meer maak omdat je toch niet weet wat er gaat gebeuren. Maar ik was toch maar gekomen, dat was de eerste stap, en ik had nu de route en de stempelkaart. Ik was er klaar voor!



We keken wat rond in het dorpje (mooi hoor) en reden daarna naar St. Annaparochie om ook daar de kerk te bekijken. Vlakbij staat een alleraardigst beeld van Rembrandt met zijn vrouw Saskia.
De stoep daar heeft een gemeen randje: ik struikelde en viel en viel en viel en toen klapte ik ongelofelijk hard tegen de grond. Een toegesnelde fysiotherapeute hielp me door de eerste schrik. Een huisarts constateerde dat er niets gebroken was. De schade: een verrekte beenspier, licht gekneusde ribben en een zwaar gekneusde arm. Het leven stond weer even stil.


We zijn nu 8 weken verder. Mijn been is (bijna) beter, mijn arm nog niet. Dan kun je heus wel lopen. Dus kijk eens waar we zondag waren?


St. Jacobiparochie


Het eerste stukje zit er op. Nee, ik maak geen plannen. Ik hoop alleen maar. En ik droom rustig verder. Met dank aan de Alde Fryske Tsjerken, die op het goede moment de juiste woorden zeiden.
En lang leve Twitter!



klik hier voor lange afstandpaden
klik hier voor het Jabikspaad: http://www.jabikspaad.nl
http://www.aldefrysketsjerken.nl








vrijdag 7 november 2014

Het Woudagemaal

Afgelopen woensdag gingen wij, de drie Gratiën, een middagje uit. Net als de vorige keer in Friesland: toen naar Franeker, nu naar Lemmer.

Het was bijzonder rustig bij het gemaal, dat heeft zo zijn voordelen. Dichtbij parkeren bijvoorbeeld.


Dat moderne gedeelte is de ingang, daarbinnen is de kassa, de restauratie en de expositieruimte. Van binnen is het ruim en licht, met meestal prachtig uitzicht over het water. Vandaag niet, het was ontzettend mistig. Dat had ook zijn charme.

We kregen een rondleiding van een enthousiaste meneer. We vormden met nog twee mensen zijn vuurdoop. Af en toe vroeg hij of het wel goed ging. "Het gaat geweldig", zeiden we dan, en dat was ook zo.

Eerst kwamen de brandstoffen en de pijp aan de beurt.

steenkool




Vroeger werd er met steenkool gestookt, nu met stookolie.



De pijp is voor de afvoer van de rook, onder de grasheuvels lopen de buizen die uit de fabriek komen. Die pijp is trouwens, vlak nadat hij klaar was, door de bliksem getroffen. Konden ze weer overnieuw beginnen.


De inlaat. Noem je dit nou de voorkant of de achterkant? 


De boezem. Al die droge termen van vroeger op school krijgen een prachtige invulling.
 

We gaan naar binnen en komen eerst in het ketelhuis. We krijgen een uitgebreide technische uitleg.


Die sla ik over, dat kan die meneer veel beter dan ik.

Grapje:






Filterdoeken worden gewassen en te drogen gehangen: huiselijk.




Vervolgens, de machine- of pompkamer.




Voor zulke vliegwielen heb ik een heilig respect. 90 slagen per minuut? Dat meen ik onthouden te hebben. Ook hier weer veel technische informatie. Vooral die cilinders zijn erg vernuftig ontworpen.

Er is nog meer, hoor. Een prachtig kantoor, de kelders, de kastjes met oliekannetjes in alle soorten en maten, de mooie muurtegels. Teveel om hier te laten zien.

Weer naar buiten, naar de uitlaat


Ik ken de beelden van het journaal, als het gemaal onder stoom is. Dan kolkt het en bruist het. Maar vandaag is het zo stil. 

Dat was leuk. En wat ook opvalt, het blijft mensenwerk. Allemaal machines, leidingen en metertjes, en dan toch zinnen als: "... en dan voel je wel, dat...." Geen steriele fabriekshal, maar een levende organisatie.
Vriendelijke mensen ook, en fijne spullen te koop in het winkeltje, waaronder echte stoommachientjes. O, o, wat een mooi speelgoed. Kost wat, maar dan heb je ook wat.

Kijk ook eens op de site, en ga er vooral eens naar toe!

http://www.woudagemaal.nl/