Posts tonen met het label wandelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wandelen. Alle posts tonen

zondag 7 april 2019

Woord en beeld: Jorwerd



"....Ook het klassieke dorpsgezicht, met de bomen, de vaart, de terp en het zadeldaktorentje, een tafereel dat in de jaren zeventig zelfs de kalender van Douwe Egberts haalde, dat gezicht zou ernstig worden verstoord." (1996)





Tot nu toe is het (gelukkig) gespaard gebleven.

Foto's: A.B. van der Ploeg en van Aag zelf

vrijdag 16 november 2018

Jabikspaad (3)

Ik loop het Jabikspaad. Let op: het is niet dat ik het probeer, of dat ik een stukje doe, nee, ik loop. Punt.

Eerst loop je van dorp tot dorp. Elke etappe is er één. Elk bereikt dorp een nieuw hoogtepunt. Maar langzamerhand worden die dorpen kralen in een lange, lange ketting. De ketting wordt het verhaal. Afgezien van de fysieke inspanning doet dat lopen iets met je gedachten. Interessant, hoe zal dat verder gaan?
Over dat begin, die eerste stukken, heb ik eerder geblogd. Maar nu ik verder ben, kijk ik er anders tegen aan. Voor de volledigheid begin ik opnieuw bij het begin.

Dorpen. Terp, kerk, café, huizen. Nieuwbouwwijk? Dan ook een school. Soms een winkel: bakker, supermarkt. Overal doen we een boodschap; winkels in dorpen moet je ondersteunen.
Al die dorpen zijn verschillend, de bewoners zelf weten het beste hoe ze zich onderscheiden van het dorp verderop. En allemaal doen ze hun best om het leefbaar te houden. Als we om een kerk lopen duikt er bijna altijd iemand op voor een praatje, maar vooral om de trots op hun kerk te delen. En vlak daarna de zorgen: zondags zeven man in de kerk, twaalf man.... Maar met Kerst, Pasen en ander hoogtijdagen helemaal vol!

Als ik loop en terugkijk zie ik de torens. En inmiddels weet ik het: daar ligt Franeker, Hitzum, Tzum. Daarachter, onzichtbaar, weet ik meer torens, plaatsnamen.
Thuis lees ik boeken van wandelaars. Er valt veel over te denken.

Zwarte Haan



Het beginpunt.Tip: neem als vertrekpunt of aankomstplek een café: warm, droog, koffie en eten, een wc. Zolang ik in het Bildt liep was dat Café De Zwarte Haan.


Het eerste deel is buitendijks. Kan het iedereen aanraden om daar, in je eentje, een poos te lopen.


De dijk bleek achteraf een grens. Ga hem over en je loopt in mens-gemaakt land.



Foto's: A.B. van der Ploeg en van Aag zelf.

dinsdag 30 januari 2018

Een soort van pelgrimage

Het verlangen was er al jaren, maar steeds kwam er wat tussen. Beter gezegd; steeds liet ik er wat tussen komen.


in Friesland een wulk




 Het Jabikspaad. Een relatief korte (pelgrims-)route door Friesland, die aansluit op het Nederlandse deel van de Camino. Ik schreef er al eerder over.




Nu moest het er echt van komen want anders, zo wist ik zeker, zou het nooit gebeuren en daar zou ik de rest van mijn leven spijt van houden.
We doen het zo: we rijden met de auto naar het beginpunt van de dag. Ik stap uit en begin te lopen. Man en hond doen hun eigen ding, en we ontmoeten elkaar op een afgesproken punt. Dat lijkt te werken.
Het eerste stuk was spannend: zou het me lukken?




Voor het tweede stuk was ik nog zenuwachtiger. Ik zou stempels halen, en daarbij, nu werd het serieus. Het idee dat ik het "goed" moest doen, hield me in zijn greep. Wat een onzin. Er is geen goed of fout in deze. Dus ging ik lopen.
Zo plat is het hier. Zo kaal. Alleen maar lopen en kijken. Niet denken maar doen.




Toen ik via een trapje de oude dijk afliep, het land in: verderop, bij de bomenrij, een figuurtje. Een blokje donkergrijs, en toch weet je meteen: daar loopt een mens.
Als een bewoner uit het raam heeft gekeken zag hij mij, ook een donker blokje in de verte. Bewegend door het landschap. Bewegend door de tijd. In stilte, alleen met de wind en de vogels en de ruimte om me heen. Ik had mijn bestemming gevonden.

in de rest van Europa een Jacobusschelp

  Ik was allang begonnen, maar nu begin ik echt.




zaterdag 8 april 2017

Wandelen in Ter Apel

En nu gaan we weer wandelen. Natuurlijk lopen we elke dag, de hond en wij krijgen echt wel beweging. Maar na alle beslommeringen van de laatste tijd én het voorjaar in volle gang, zochten we een bescheiden route uit. Niet moeilijk doen, gewoon de rode paaltjes volgen. Het was al later op de middag: een route van 2 km was precies wat we nodig hadden.

De start is bij Mien Laifste Stee: het klooster Ter Apel. En natuurlijk waren er meteen de herinneringen aan de keren dat we hier met mijn vader naar toe reden. Dat was een extra reden om voor deze wandeling te kiezen.




De bomen (beuken) zijn nog kaal, maar vanaf de grond kruipt het groen de lucht in. Het speenkruid kleurt hele plakken, de bosanemoontjes wiegen en met je neus er bovenop zie je de scilla's met hun bedwelmend blauwe klokjes.






Het eerste gedeelte gaat door het oude bos. We hebben weer een droog voorjaar, de paden zijn vreselijk stoffig. Maar overal lopen watertjes, met daarover stijlvolle bruggetjes.




Vogels zingen werkelijk hun longen uit de keel. In dit bos zitten nogal wat spechten. Hoofd in de nek en met een beetje mazzel zie je ze; hun vlucht is als een beursgrafiek in onzekere tijden: omlaag zakkend en dan weer hup omhoog.


In het tweede gedeelte loop je door nieuw bos, dat zich al aardig ontwikkelt. Er is een waterloop gegraven: Molenbeek, Ruiten Aa en De Runde sluiten nu op elkaar aan. Hier loopt ook een gedeelte van de oude spoorlijn. 30 jaar geleden liepen man en ik langs een stukje van dit tracé, toen waren hier nog aardappelvelden.




Het laatste stukje loopt weer door het oude bos, langs Het Boschhuis (koffie!) naar de parkeerplaats.




Mijn vader reed (bij wijze van uitje) met zijn vader in de bus door Ter Apel. Mijn moeder was dol op Het Boschhuis. Onze Oom Jan (schoolvriend van andere opa) kwam er ook graag. Vorig jaar leerden we dat vrienden van ons er met hun opa en oma kwamen. Wij wandelen er vaak, soms met de zonen.  Draadje voor draadje weven wij onze kleine geschiedenis. Zo troostrijk.

route

Foto's: A.B. van der Ploeg en van Aag zelf
kaart: Topo Tijdreis 

maandag 24 oktober 2016

Boerderijen

"Doen jullie nog leuke projecten?" vroeg mijn tante onlangs.
Uh, nee. Niet zoveel toch? Na zo'n lange tijd van ziekte en malaise ben ik voornamelijk bezig met het inhalen van achterstallig onderhoud op diverse fronten: conditie, huis, interieur, sociale contacten.
Maar bij nader inzien hebben we de afgelopen maanden best veel gedaan.

Zo heb ik bijvoorbeeld Het Hoefijzer uitgewandeld.



We liepen vanaf het begin van Bellingwolde (driesprong Oudeschans-Duitsland-Bellingwolde) naar Blijham. En op een wat nevelige, maar mooie nazomerdag liep ik het laatste stuk, tot de brug over de Westerwoldse Aa. Van daaruit heb je een goed overzicht.



Links (noordelijke richting) kijk je naar het Oldambt: eindeloze velden met graan, aardappels. bieten, en in het voorjaar juichend-gele velden met koolzaad.
Rechtdoor loopt de weg via Bellingwolde naar Rhede.


Rechts (zuidelijke richting) zie je op afstand de bomen die de weg door Vriescheloo en Wedde omzomen, daar is het nog Westerwolde.


En als ik me helemaal omdraai en terugkijk: nieuwe aanplant. Je ziet de boog van het hoefijzer ontstaan.



Langs dit korte stukje weg zie je de geschiedenis van de landbouw. Er staan namelijk nogal wat boerderijen.

dit is een ouwetje, 1724 staat er op

De meeste aandacht gaat meestal uit naar drie naast elkaar liggende kasten van huizen.


Herenboerderijen met "Engelse slingertuinen". Ik vind de volgende boerderijen minstens zo interessant.


Een voorhuis met daaraan een enorm groot tussenstuk. Zijn het twee woningen? Voor de opvolger en zijn ouders?

Bij deze is ooit het voorhuis afgebroken en een voor die tijd modern huis opgebouwd (jaren 50/60 van de vorige eeuw, vermoed ik). De schuur voldeed nog.


Na de oorlog, in het derde kwart van de 20ste eeuw was het de grote vraag: ga je hier door, kies je voor het nieuwe land in de polders of waag je de grote oversteek naar Amerika, Canada, Australië of Zuid-Afrika? Over de modernisering in de landbouw (ruilverkaveling, schaalvergroting, etc) zijn boekenkasten vol geschreven. Iedere nog bestaande boerderij heeft wat dat betreft een soort veldslag meegemaakt

Bij deze boerderij is niet lang geleden iets vergelijkbaars gebeurd: nieuw huis en nieuwe stallen. Dit zijn moderne stallen: veel licht voor de koeien. Voor en achter zijn grote deuren, waar de werktuigen met gemak doorheen kunnen. ( Een moderne "doorrit"). Ze zijn gebouwd niet lang voordat de "grote uitbreiding" begon, waardoor zoveel melkveehouders nu in de problemen zitten.


Het opvallende is, dat de huizen bij de "gemoderniseerde" boerderijen niet meer als boerderij herkenbaar zijn. Geen graanzolders met kleine raampjes, geen verbinding met daarin spoelkeuken, bijkeuken en ruimte voor klompen, laarzen, overalls, voor de overgang van stal naar eettafel.  De schuren zijn de bedrijfspanden, het huis is de burgerwoning.

Boeren is er alleen maar moeilijker op geworden. De wereld verandert en de boer verandert mee.
Dus als je nu in de auto zit en door het landschap rijdt, kijk dan eens naar die gebouwen in het land. En als je tijd hebt, stop dan eens bij zo'n bord met "kaas/vleespakketten/appels te koop. Echt, het is de moeite en het geld waard!

vrijdag 8 juli 2016

Het Jabikspaad, deel 1

Goed dan, het Jabikspaad. We beginnen in St. Jacobiparochie, in het Bildt. In de kerken en de dorpen valt van alles te zien, maar ook het landschap heeft een verhaal.
 
startpunt

Ooit was hier water, de Middelzee heette het. 
Vanaf het jaar 1100 begon de Middelzee gestaag dicht te slibben. In 1505 werd het gebied het Bildt (opbilden is opslibben) in één jaar tijd omdijkt. Of eigenlijk in zo'n 260 dagen. Ik heb het uitgerekend, het zal van grofweg begin maart tot de tweede helft van november gebeurd zijn. Eerder beginnen had geen zin, dan zat de vorst waarschijnlijk nog in de grond of was het te nat. En het moest klaar zijn voor de echte herfststormen begonnen.
Het polderwerk werd voornamelijk gedaan door Hollanders en Zeeuwen, die speciaal voor dit karwei naar Friesland werden gehaald. De opdrachtgever, Georg van Saksen, hoopte zo (juridisch trucje) de eigendomsrechten over het nieuwe land te verwerven, en dus de pachtsommen te innen.

bron: Wikipedia

Zo'n 1500 man kwamen naar Friesland. Maar hoe? Waarlangs? Helemaal buitenom over het water? Stukje over land en dan over de Zuiderzee? Of nog verder over land vanaf de punt van Holland en dan over zee? 1500 (meest jonge) mannen van ver weg met een onverstaanbaar dialect die zich tussen de bewoners vestigden, denk daar maar eens over na.
Drie werkkampen met Hollands/Zeeuwse namen (Wijngaarden, Altena en Kijfhoek) huisvestten de arbeiders. Alle drie met een kerk: aan St.Jacobus, St.Anna en Onze Lieve Vrouwe gewijd. Een groot deel van de arbeiders bleef daar wonen, de dorpsnamen veranderden langzamerhand in die van hun kerk: St. Jacobiparochie, St.Annaparochie en Vrouwenparochie.
Het eerste deel van de tocht gaat over resten van die oude dijk: Griene Dyk. Dat hier ooit water was kan ik me wel voorstellen; het is nu, vroegzomer, een zee van groen. 


Maar al die grond, verzet met handkracht, dat is toch enorm. "Ze hadden al wel spaden en kruiwagens", las ik ergens, alsof het daarmee licht werk werd. Die spaden waren vaak van hout. En ook de kruiwagens waren niet de oersterke, maar lichtgewichtige dingen die we nu hebben.


afbeelding uit 1565




Bovendien, en daar denken veel mensen niet aan, werkten die mensen op een karig dieet; pap, roggebrood, ik vermoed groente (knollen, wortels, erwten) al dan niet met kruiden in een soort soep. Vis, dat zal er ook wel geweest zijn. Hoe ging dat dan? Moesten ze zelf eten maken? Was er een soort gaarkeuken? Voegden zich al gauw vrouwen bij de werklui?

De nieuwe grond was ontzettend vruchtbaar. Zeeklei, wat wil je ook anders. Ook nu loop je langs hectares vol aardappelen en uien.

sprietjes uiloof
Het wapen geeft dat ook mooi weer: wulken waar graan uit groeit.





We lopen door de velden en over dijken naar Minnertsga. Een klein stukje, ik weet het, maar voor de eerste keer is dat al heel mooi.

bronnen: het internet, waar anders, op Wikipedia is al heel veel te vinden. De wandelgids geeft ook informatie. Een boek over Breughel uit ons eigen bezit.



Foto's van A.B. van der Ploeg en van Aag zelf

maandag 20 juni 2016

Vallen en opstaan: het Jabikspaad


Ooit las ik over de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. Geweldig leek me dat, evenals al die andere LAW's. Later, dacht ik dan. Later als dit klaar is is, als ik dat gedaan heb, dan heb ik tijd genoeg, geld genoeg, dan ga ik.



Een paar jaar geleden ontdekte ik dat er ook een kleine Jacobsroute is: van Uithuizen naar Hasselt. En in Friesland het Jabikspaad, van St. Jacobiparochie naar Hasselt. Dat moest toch te doen zijn?



De tijd vliegt, life happens en toen ik eenmaal geleerd had dat je dingen niet moet uitstellen, dat je moet doen in plaats van wachten op het perfecte moment, tja, toen waren sommige plannen niet meer haalbaar.

In april zag ik een tweet van de Alde Fryske Tsjerken.

Friese bakker richt etalage in met materiaal @itjabikspaad Welkom in #SintJacobiparochie https://t.co/dtjBYwKVsV pic.twitter.com/FkSO2Wcl3o

Ach wat leuk. En, tegen mijn gewoonte in, twitterde ik een reply: Dromen mag. Iemand bij de Fryske Tsjerken las dat, en hij/zij antwoordde: "In het pelgrimscentrum van St. Jacob helpen ze je graag verder."
"Ja, ja" dacht ik schamper. "Soms gaan dingen nou eenmaal niet, jongens, en daar moet je je maar bij neerleggen". "Maar," dacht ik opeens "Wie zegt eigenlijk dat ik dat hele stuk moet lopen? Waar staat dat ik etappes van 10-20 km of meer moet lopen? Als ik nou gewoon eens een heel klein stukje doe? En als dat goed gaat, en waarom zou dat niet, misschien nog eens een stukje? En als ik nou elke keer iemand vraag mee te wandelen? Dan moet dat toch kunnen?" Soms heeft een mens een duwtje in de rug nodig.

We gingen naar St.Jacobiparochie, naar het pelgrimscentrum. Ik kocht van twee aardige meneren het routeboekje én een stempelkaart. Toen ze vroegen of ik "hem" ging lopen (Het hele stuk? Ja, het hele stuk) schoot ik in de lach. En ik legde uit dat ik ziek was geweest en dat ik geen plannen meer maak omdat je toch niet weet wat er gaat gebeuren. Maar ik was toch maar gekomen, dat was de eerste stap, en ik had nu de route en de stempelkaart. Ik was er klaar voor!



We keken wat rond in het dorpje (mooi hoor) en reden daarna naar St. Annaparochie om ook daar de kerk te bekijken. Vlakbij staat een alleraardigst beeld van Rembrandt met zijn vrouw Saskia.
De stoep daar heeft een gemeen randje: ik struikelde en viel en viel en viel en toen klapte ik ongelofelijk hard tegen de grond. Een toegesnelde fysiotherapeute hielp me door de eerste schrik. Een huisarts constateerde dat er niets gebroken was. De schade: een verrekte beenspier, licht gekneusde ribben en een zwaar gekneusde arm. Het leven stond weer even stil.


We zijn nu 8 weken verder. Mijn been is (bijna) beter, mijn arm nog niet. Dan kun je heus wel lopen. Dus kijk eens waar we zondag waren?


St. Jacobiparochie


Het eerste stukje zit er op. Nee, ik maak geen plannen. Ik hoop alleen maar. En ik droom rustig verder. Met dank aan de Alde Fryske Tsjerken, die op het goede moment de juiste woorden zeiden.
En lang leve Twitter!



klik hier voor lange afstandpaden
klik hier voor het Jabikspaad: http://www.jabikspaad.nl
http://www.aldefrysketsjerken.nl








zaterdag 11 juni 2016

Wandelen bij de Onlanden

Als je toch naar Stad moet voor boodschappen kun je net zo goed even in de omgeving een stukje lopen.
Deze keer liepen we een klein rondje bij Sandebuur (nooit van gehoord, maar dat is nou juist zo leuk).
Nieuwe dijken, oude dijken en ver uitzicht. Een monument voor het oeroude stobbenven dat daar ligt, 8000 jaar oude fossiele bosresten.


We zagen maar liefst drie bruine kiekendieven vliegen (geen foto, dat wilden ze niet). Aan de beplanting zie je de hoogteverschillen.


Het is net een vachtje, al die pluimen en aren.



Dit stukje van de Onlanden ligt wat hoger dan de rest, het is een uitloper van het Drentse Zand, maar de hele Onlanden zijn wateropvanggebied. Dit is Nederland, water is altijd vlakbij en je ziet het ook in de namen: Matsloot, Polder Lage Land, Weeringsbroeken, even verderop het Eelder Diepje en ga zo maar door.


Drooggevallen beddinkje, en meteen een zee van geel. De natuur is een enorme oppportunist.

Onderweg naar huis hebben we nog even rabarber gekocht bij een honesty, dat wordt een lekkere crumble.



Er is veel te vinden over de Onlanden, dit is wel een overzichtelijke site: klik hier


De Onlanden liggen ten zuidwesten van de stad Groningen. 
Foto's van A.B. van der Ploeg en van Aag zelf.

dinsdag 24 mei 2016

Kijk: tijd

Na een week in de VulkaanEifel zitten we nu in een huisje bij Saarburg. Voor de familie roepen we dat we bij de Moezel zijn, dat is ook zo, maar in feite verblijven we aan de Saar. En hoe imposant die Moezel ook is, ik vind de Saar mooier.
De rivier slijpt zich door keihard gesteente: de dalen zijn smal, het water maakt soms bochten van 180 graden.



Het was even droog, we wilden een stukje wandelen. De auto werd bij een sluis geparkeerd, aan de overkant loopt namelijk een smal pad, waar wandelaars en fietsers worden gedoogd. Het maakt deel uit van de Saarweinwanderweg.

klik hier


Die sluis is behoorlijk imposant. Er staat een uigebreid informatiepaneel over de waterwerken in de Saar, stukje geschiedenis, enz. enz. Met de waarschuwing dat alleen schepen t/m 190 meter doorgang kunnen vinden. (Kijk even uit je raam naar de straat waar je woont. Stel je een schip voor van 190 meter lang. Past het? ).



Flinke regenval een eindje verderop en het water stijgt enorm, dat heb je in zo'n smal dal. Overal zie je bordjes, die memoreren aan extreme waterstanden in het verleden, ook hier.






De eerste schriftelijke vermelding van de Saar (voor zover nu bekend) vind je in een Romeins geschrift: het gedicht Mosella ( door Decimus Magnus Ausonius, ca. 310- ca. 393).

Terwijl we daar zo wandelden dacht ik na over de eerste bewoners in dit gebied. Zij zullen ook kaarten gehad hebben: op leer wellicht, of schematische aanwijzingen op een stuk bast? Ik bedacht dat zelfs kralen aan een snoer een route kunnen voorstellen. Ook zullen er aanwijzingen langs de (water-)wegen geweest zijn: in rotsen gekrast, in stammen, misschien hopen stenen of wijzende takken. Is er helemaal niets van over of kijken we gewoon niet goed?

We hoorden aan het ruisen van het water dat er een schip aan kwam, en jawel:


Gevuld met hopen steenkool ging het stroomopwaarts, even later werd het schip geschut. "Laten we maar goed kijken. Dat is waarschijnlijk iets dat voor het einde van ons leven is verdwenen." zei ik tegen man. "Over een paar jaar al wel" meende hij. Je weet het niet echt, maar zoals het nu lijkt is hier in West-Europa steenkool een aflopende zaak. In een paar seconden van houten kano's naar fossiele brandstoffen, van stenen tijdperk naar 19de/20ste eeuwse zaken.