vrijdag 27 juli 2018

Oud chinees theepotje

Dit is een oud Chinees theepotje. Tenminste, zo heeft mijn vader het gekocht.




Samen met de buren maakte hij een tochtje met de auto. Vader bedacht een doel (Dollard) of een thema (bloeiend koolzaad), zette een route uit en zocht bijbehorende informatie: wat geschiedenis en anekdotes om te vertellen, een plek om koffie te drinken, van die dingen. Buurman reed, de buurvrouwen gingen ook mee.
Zo belandden ze op een mooie dag in Oudeschans.



Oudeschans is een piepklein 16de eeuws vestingplaatsje dat de moeite waard is.
Monumentale boerderijen, een garnizoenskerkje, een fraaie hoofdstraat die Voorstreek heet.


de pastorie is aan de kerk gebouwd


De boerderij staat recht, ik niet

In geen van de meer dan 40 mappen van mijn vader heb ik een verwijzing naar dit uitje kunnen vinden, maar ik neem aan dat zij in het dorp wat hebben rondgescharreld.
In een winkeltje met brocante zag mijn vader een leuk potje. Kijken, vasthouden, twijfelen. Hij zette het weer terug en het gezelschap ging weer verder.

's Avonds, eenmaal thuis: spijt! Dat leuke potje, had hij het maar gekocht. Wat nu?
En dus belde hij ons, deed het verhaal. "Geen probleem", zeiden we, en hup, daar ging man op de fiets naar Oudeschans.
 


Het potje stond al klaar. Stevig doorfietsend weer naar huis met het potje, in kranten verpakt, in de fietstas. En niet lang daarna brachten we het naar vader, die het blij in ontvangst nam.




Oud-Chinees-Theepotje.

De gedachte is dat zo'n potje, gevuld met thee, door de boer/landarbeider meegenomen werd. Een soort thermosflesje.
Is het Chinees? Dat zou best zo kunnen zijn.
Is het oud? Van binnen ziet het er fris uit. Aan de buitenkant zijn geen beschadigingen, terwijl dit glazuur makkelijk afschilfert bij gebruik.
Is het een theepotje? Ik geloof niet dat er ooit thee in heeft gezeten. Opnieuw: de binnenkant ziet er ongebruikt uit en ik kan snuffelen tot ik een ons weeg, maar ik ruik alleen aardewerk en stof.
 Wat ik me afvraag is, waarom je een theepot voor het werk een andere vorm zou geven dan een "gewone" theepot? Dat zal dan waarschijnlijk met het vervoer te maken hebben. Door het gat aan de bovenkant kun je een draagstok doen. Door de afgeplatte achterzijde kun je twee potjes tegen elkaar aan dragen. Ik heb al uitvoerig op internet gezocht naar afbeeldingen. Wel theeverkopers, waterdragers, etc. maar geen enkele met zo'n potje. Voor musea-bezoek is het nu echt te warm. Geduld dus.

Mijn vader wist het ook allemaal niet, maar het kon hem niet schelen. Soms wil je gewoon iets, desnoods tegen beter weten in.

Theepotje-dat-man-op-de-fiets-uit-Oudeschans-haalde.
Bij het verdelen van de boedel wilden we het potje graag hebben. Het staat nu in onze woonkamer. 
Behalve een al dan niet oud theepotje, is het nu ook een potje met een verhaal.


foto's: van Aag zelf



vrijdag 6 juli 2018

Woord en beeld: lopen




"Silvie always walked with het head down, to one side, with an abstracted and considering expression as if someone was speaking to her in a soft voice."



 




Boek: Housekeeping- Marilynne Robinson, 1980, Faber & Faber
Beeld: kaart met afbeelding van Another Walk in the Snow - Dee Nicherson, acryl on paper, Green Pebble




donderdag 21 juni 2018

Brieven schrijven

Nu de nagelaten boeken van mijn vader langzamerhand zijn verwerkt wordt het tijd voor de rest. "Papier hier, papier daar" zei hij regelmatig, en man, o man, wat had hij daar veel van. Niet dat ik recht van spreken heb, want wij zijn hier net zo.
Als ik niet weet waar te beginnen, begin ik meestal op de plek waar ik ben. Er lag een stapeltje ongeregeld in de vensterbank, naast de tafel van Tante Sien.
Kijk eens aan, een brief van het Fries Museum.




Zoals bekend, ging mijn vader graag en veel naar musea. Zo ook naar het Fries Museum. Op een gegeven moment miste hij een schilderij waar hij erg op gesteld was: kindje met rinkelbel.
Sommige portretten worden een soort familie, als je toch in de buurt bent, wip je even aan.
De keer daarop: niets. De keer daarop: nog steeds weg.
Dus klom mijn vader in de pen.
Het museum reageerde, schreef terug en het schilderij (terug van een reis naar andere musea) werd weer opgehangen.
Het is een erg aardige en ook persoonlijke brief, ondertekend door de conservator.  Niets van die communicatie-training prietpraat, waardoor elke organisatie hetzelfde klinkt, en elke reactie even betekenisloos. Nee, dat heeft het Museum prima gedaan.

Mijn vader schreef vaker brieven, ook toen dat inmiddels "niet meer van deze tijd" was. Een fout in de nieuwe Bosatlas? Vader schreef. Een boreling in de familie? Reken maar op een brief in de bus.
Het begon familieleden op te vallen: "Een brief, wat bijzonder!"

Behalve van de brieven waren en zijn wij ook van de kaartjes. Als we ergens naar toe gaan, kopen we kaarten.Voor het plakboek, en om op te sturen. Maar het adressenlijstje wordt steeds kleiner. De gwoonte is, dat je kaarten stuurt aan diegenen, die jou kaarten stuurt. Slecht voor het milieu, roepen veel mensen. Die vervolgens een stapel boeken, wat kleding en een nieuwe telefoon op internet bestellen. En denk je dat die Google-centrales zo lekker zijn?

kaart van (schoon)zus en zwager

 Ik miste het nogal, dat ik op onze uitjes mijn vader geen kaartje kon sturen. Ik mis het nog steeds. Al gauw dacht ik, knap maar, dan stuur ik iemand anders wel een kaart.
Bij deze: ik ga mijn lijstje uitbreiden. Hoe vaak krijgen jullie nog leuke post? Geen rekening, verkapte reclame of berichten van instanties, maar gewoon, voor de gezelligheid? Niet vluchtig als een mail, of een app, of een FB-berichtje, maar een concrete afbeelding van iets moois, met zorg uitgezocht, met de hand geschreven, met een mooie postzegel?



Dus wees niet verbaasd als er opeens iets in de brievenbus ligt. Voel je niet verplicht iets terug te sturen, want daar gaat het me niet om. Die kaarten zeggen: hallo, we bestaan nog, we denken aan jullie, tot de volgende keer". Niet meer en niet minder.

Snail-mail heet dat. Ik ga straks eens even mooie zegels halen, want mijn voorraadje is op. We gaan er een fijne zomer van maken. Tot schrijfs!

vrijdag 15 juni 2018

Aukje Holtrop: Sjoukje Troelstra-Bokma De Boer, Nynke van Hichtum

In het dorpje Nes in Noord-Friesland werd op 13 februari 1860, in het gezin van de predikant, een dochtertje geboren. Ze noemden haar Sjoukje. Aukje Holtrop heeft over deze Sjoukje een biografie geschreven van maar liefst 557 pagina's, plus noten, literatuurlijst, register en boekenlijst. Een hele pil.
Wat was er dan zo interessant aan deze mevrouw?
Om te beginnen leefde zij van 1860 tot 1939. Een tijd van enorme ontwikkelingen op allerlei gebied: politiek, industrie, kunst, geneeskunde; nieuwe ontdekkingen en nieuwe vaardigheden veranderden de maatschappij in een sneltreinvaart. Dat geeft al een heleboel stof tot schrijven.

Maar bij Sjoukje horen twee andere namen: die van Pieter Jelle Troelstra, met wie zij trouwde (en van wie zij later scheidde) en Nienke van Hichtum, haar schrijverspseudoniem, tegenwoordig meestal op deze, Nederlandse (dus niet Friese) wijze geschreven.




Feitelijk krijg je dus drie boeken in één band: het leven van een vrouw in die tijd, het leven met Pieter Jelle Troelstra en de politiek (met als uiteindelijk resultaat de invoering van het algemeen kiesrecht) én het leven en werk van de schrijfster Nienke van Hichtum.
Ik heb het hier over de schrijfster Sjoukje, over Nienke dus.

Nienke was geen fantasierijke schrijfster. Ze schudde de verhalen niet uit haar mouw. Wat ze deed was verhalen verzamelen: sprookjes, sagen, legenden. Maar ook de verhalen van de mensen om haar heen. Die bewerkte ze dan tot de boeken die we nu nog kennen, met Afke's tiental als het meest beroemde boek. Ondanks ernstige gezondheidsproblemen heeft Nienke veel geschreven, een niet aflatende stroom van boeken, recensies, kalenders, boekenlijsten, brieven, enzovoort. Daarnaast schreef ze artikelen, bijvoorbeeld over opvoedingsvraagstukken.




Ze had een heldere mening over aan welke eisen kinderliteratuur dient te voldoen en bracht die luid en duidelijk naar voren. Zo was ze erg precies in de keuze van de illustraties in haar boeken. Het gebeurde wel dat ze tot twee maal toe opgestuurde illustraties ronduit afkeurde en haar eigen favorieten naar voren bracht. Tjeerd Bottema, bijvoorbeeld. Ook was ze erg gesteld op het werk van Rie Cramer, en later van Cornelis Jetses. Ze had strenge opvattingen over de plaatsing van de illustraties, het te gebruiken papier, kortom, over het uiterlijk van het boek. Ze was sowieso uitermate zakelijk in haar onderhandelingen met uitgevers.


ietwat opgefriste (?) versie van Jetses ontwerp

Nienke van Hichtum was zeer uitgesproken in haar schrijverschap. Hoe ze als echtgenote en moeder was, wat haar eigen politieke opvattingen waren, dat is een ander verhaal. Ze was beslist niet politiek actief. In de strijd rond het vrouwenkiesrecht hield ze zich op de vlakte. Ze stond pal achter Pieter Jelle, maar politiek gezien was ze een idealiste, geen activiste.

Holtrop heeft geweldig haar best gedaan, archieven bezocht en geraadpleegd, veel gelezen, met veel mensen gepraat, zo heeft ze bijvoorbeeld diverse deskundigen geraadpleegd om te duiden wat er achter die slepende, maar vage gezondheidsproblemen stak, en toch blijven er vragen onbeantwoord.

Het is een overvol boek, dat mij in ieder geval enorm veel stof tot nadenken heeft gegeven. Het is wat rommelig misschien: al die ballen tegelijk in de lucht houden viel niet mee. Hier en daar valt het wat in herhalingen. Wel geeft het boek een geweldig beeld van de opkomst van het socialisme als politieke beweging: de partijvorming, het geruzie en gedoe. En dat alles vanuit een ongebruikelijke hoek bekeken, niet vanuit het grote, politieke perspectief, maar vanuit het kleine en persoonlijke.

Afrondend: met dit boek kan ik wel uit de voeten. Het maakt nieuwsgierig naar meer. Dat zijn de boeken waar ik van houd.


Sjoukje Troelstra Bokma-de Boer. 1869-1939

Schrijver: Aukje Holtrop
Omslagontwerp en binnenwerk: Suzan Beijer
2005, Uitgeverij Contact

zondag 27 mei 2018

Margriet

Vraag een kind een bloem te tekenen en hij/zij tekent een soort van anemoon. En als het goede zin heeft een margriet. Het is de basisvorm van een bloem. Zoals we bij "tafel" denken aan een plat vlak met vier poten, zo doemt het beeld op van een rond hart met blaadjes er om heen, als we "bloem" horen.

In mijn Thieme's flora in kleuren (een bewerking van W. Keble Martin's flora) staat: langs wegen, dijken, in graslanden.




Klopt helemaal. Hier zag ik ze langs het fietspad naar Hollum.


Het waaide stevig, geen bloem wilde ook maar even stilhouden voor een foto. Buigen, buigen voor de wind uit het noordwesten.

Vroeger zag je vaak margrieten in tuinen staan, nu haast nooit meer. Zo jammer. Die van mij zijn verdwenen, maar als we thuis zijn haal ik nieuwe planten en zet een rij langs het pad. En dan noem ik het "cultureel erfgoed".


dinsdag 10 april 2018

Vriendschap

De hond ging tekeer: post. Niet zomaar post: een dikke enveloppe met mijn naam er op, ik herkende het handschrift van vriendin Wee.
De dag ervoor zou ik met haar en vriendin Ie lekker gaan lunchen, (boek)winkels bezoeken en naar het museum gaan. Het hardnekkige-hoestvirus dat rondwaart had me in de greep: ik kon niet. Dus gingen ze met zijn tweeën, en hadden aan me gedacht.

Wat zat in de enveloppe? Een geinige kaart:







En een mooi boekje. Alsof het speciaal voor mij gemaakt was.






We zijn schoolvriendinnen, dus van al heel lang geleden. Vriendin Wee leerde ik kennen in 1965, vriendin Ie in 1968.


Grote ramen, want licht is gezond. 's Zomers bloedheet en 's winters loeide de cv.




Wij zijn zo ongeveer de laatsten van het cohort dat bekend staat als de babyboomers. Dat betekende overvolle klassen. Maar ook: nieuwe schoolgebouwen die uit de grond gestampt werden. Dit was mijn lagere school. Halverwege het jaar was het volgende schoolgebouw klaar: twee wijken verderop. Je woonadres bepaalde je school, dus Wee werd overgeschreven en verdween voor twee jaar uit mijn leven. In de derde klas kwam Ie er bij (want verhuisd) en kwamen we Wee weer tegen: op balletles. En sindsdien komen we bij elkaar over de vloer.  Meer dan vijftig jaar al. Een halve eeuw. We waren kinderen. We kregen kinderen. En nu zitten we in de volgende fase, met krummelige ouders, en kinderen die zelfstandig wonen of worden.

Frans de Waal (primatoloog) sprak tijdens een interview eens terloops over vriendschap. "Vooral vrouwen zijn goed in lange vriendschappen," zei hij. Hij dacht dat het misschien was omdat vrouwen beter begrijpen wat de vreselijke consequenties zijn van ruzie en geweld. Ik denk dat er een praktisch oorzaak is. Denk bv aan vissersdorpen, waarvan de mannelijke bevolking tot maanden achtereen afwezig is. Je hebt elkaar gewoon nodig. Hetzelfde geldt voor mijnwerkersdorpen, enz. Bovendien, in de tijd van de grote kinderscharen had je meer dan één paar ogen nodig om het grut in de gaten te houden. Het zijn nog steeds meestal de vrouwen die de sociale netwerken van familie en gezin bijhouden: zwangerschappen, geboorte, ziekte, overlijden. Het is een zoogdierending: ook bij bv olifanten hebben tante's en grootmoeders een belangrijke rol.

Maar toen ik deze week daar zo over nadacht schoot me nog wat te binnen.


gevallen: glas kapot
,
Bovenstaand krijtwerkje maakte ik op school, voor vaderdag. Ik streefde naar iets van kubisme, maar wist niet goed wat dat was. "Een echt stilleven!" zei mijn vader verrast, en liet het inlijsten. Jaren hing het ergens in het ouderlijk huis. Tot het in een la of zo verdween. Uiteindelijk heb ik het terug gevraagd en kwam het hier in de gang te hangen.

Op een dag kwam Ie op bezoek. Ze liep langs het werkje en zei terloops: Hé, heb je dat nog? Wat leuk". Toen al bedacht ik, dat zij één van de weinige mensen in mijn leven was die dat kon zeggen. Dat is meer dan 20 jaar geleden. En nu zijn mijn ouders dood. Ie is de enige, naast mij, die kan vertellen wat dat plaatje is en hoe het ontstond.

Het werkt ook andersom. Ik weet waar de cavia's bij Wee hokten, hoe hun hond heette. Ik zie de armzwaai van haar moeder waarmee ze een leeg pak in de open haard gooide. Ik zie zo het rijtje boeken voor me, op het slaapkamertje van Ie, en de krielkipjes, die in de bijkeuken overwinterden. Ik weet nog van de appels uit de polder.

Vrienden zijn getuigen van je leven. Ze bevestigen je bestaan. 

Ik laat de tekening opnieuw inlijsten. Ik wil dat Ie ernaar kan kijken. Ik wil er zelf naar kijken en weten dat ik gekend ben.

maandag 2 april 2018

Helen Macdonald: H is for Hawk.

De volgorde was misschien verkeerd.
Eerst keek ik naar de BBC-documentaire H is for Hawk. A new Beginning.
Pas daarna las ik het boek. Alleen al voor het ontwerp zou je het kopen, zo mooi.



De TV leverde prachtige beelden op, nieuwe inzichten en zinnen die zich in mijn geheugen slepen.

Ten years ago my father died suddenly
Strucken with grief I fled from humanity
I ran towards things with death  and difficulty


Ik wist dat het boek zou gaan over de periode dat Helen Mcdonald een Goshawk (havik) kocht om te trainen en om mee te vliegen. In het boek beschrijft ze hoe dat in zijn werk ging en plaatst ze de jacht met roofvogels en alles wat erbij komt kijken in een historisch perspectief.
Het boek gaat ook over de plotselinge dood van een dierbare, haar vader.
De dood is alom aanwezig in dit boek. Mabel, de havik, is de dood met vleugels en klauwen. Terwijl ze over het landschap vliegt en uitkijkt naar prooi volgt Helen haar als een schaduw. Eindeloos dwalen ze door velden en bossen.
Uitgeput, in de gekte van het verdriet komt Macdonald terecht in het schemergebied waar het monster met de grijze vingers woont, dat je ziel omklemt en uitknijpt als een oude spons.

Marietje met de spinnevingers (Jean Dulieu)


Gelukkig zijn er vakbekwame, vriendelijke mensen, die je bij je schouders pakken en je een duwtje in je rug geven, hup, de normaliteit weer in. Gelukkig zijn er pillen. Mabel moet tijdelijk opgehokt worden, omdat de periode van rui aanbreekt. Een nieuwe fase breekt aan, alles lijkt lichter, de ergste wanhoop is voorbij.

Tot mijn verrassing bleek er een derde draad door het boek te lopen: het verhaal van de schrijver T.H. White, die óók een goshawk in huis haalde om te trainen. Het werd een drama, het is een afschuwelijk relaas.

Dit is geen gemakkelijk boek. Het is hard, niet echt toegankelijk, en niet voor iedereen. Wat T.H. White er in moet is me nog niet duidelijk. Ik begrijp haar (Macdonald's) fascinatie wel, maar ik vraag me af wat de meerwaarde voor het boek is. Had de redacteur/uitgever niet moeten zeggen: laat dat er maar uit? Wellicht zit daar een boek op zichzelf in?
Ik moet het allemaal nog eens lezen, dat is duidelijk.

En verdulleme, dan moet ik ook eindelijk deze eens lezen, die al bijna 40 jaar onaangeroerd in de kast staat.