donderdag 21 maart 2013

Hunebedden: D28 en D29, Buinen

Vorig jaar heb ik een behoorlijk aantal hunebedden bezocht. Met het openbaar vervoer zijn ze vaak moeilijk te bereiken (hoewel sommigen pal naast een bushalte liggen). En zonder rijbewijs kom je niet ver...
Oudste zoon, die me geduldig rondreed, had weer even tijd en zin om op pad te gaan. Via Buinen en Borger kwamen we uiteindelijk bij de Zeven Heuveltjes terecht.
Maar eerst de hunebedden van Buinen.

Ontelbare malen zijn we daar langsgekomen. Dat ik tot voor kort nou nooit eens dacht: "Kom, laten we eens gaan kijken".
Gewoon aan de weg van Buinen naar Borger liggen twee hunebedden op een veldje.
De weg is druk, voortdurend razen er auto's langs, en al die mensen letten waarschijnlijk net zo min op die steenheuvels als ik deed...

bescheiden parkeerplek

Een smal pad, met een haast officiële ingang, leidt naar het reservaat.





Er liggen hier dus twee exemplaren. D28 is meermalen onderzocht. Naast aardewerk en vuurstenen werden ook twee kralen gevonden, van cilindrisch opgewonden platgeslagen koperdraad.




D29 is kennelijk nooit onderzocht


Het materiaal voor die kralen kwam waarschijnlijk uit Midden- of Zuidoost-Europa. Ook lagen er half afgewerkte bijlen van een roodkleurig steen, afkomstig uit Noord Duitsland of Helgoland. Op het informatiepaneel staan ze afgebeeld.




Men kan tegenwoordig steeds nauwkeuriger vaststellen waar de materialen van gevonden voorwerpen vandaag komen. Zo ligt er in het British Museum een vuistbijl van jade, die nabij Canterbury is gevonden. Die bijl is tussen de 4000 en 6000 jaar oud. Twee archeologen (een echtpaar) heeft 12 jaar lang gezocht in de Apennijnen en de Italiaanse Alpen, en uiteindelijk  hebben ze de mijn gevonden. Zo'n 2000 meter boven zeeniveau lag het bronmateriaal van deze bijl, op een soort werkvloer, met schilvers steen en zichtbare resten van vuur (vuur werd gebruikt om delen van de grote stenen los te werken). Later bleek ook een exemplaar uit Dorset afkomstig uit deze mijn. Tot in Skandinavië zijn jade voorwerpen gevonden, afkomstig van die ene bijzondere plek in Italië. Dat zegt wel iets over het handelsnetwerk van die tijd.
Nou schijnt het (vanwege zijn unieke eigenschappen) met jade relatief gemakkelijk te zijn om de specifieke afkomst (ik zou bijna zeggen: verwantschap) aan te tonen. Maar wat zou het fantastisch zijn als op Helgoland of in Duitsland de mijn werd gevonden, waar deze Drentse vuistbijlen vandaan kwamen.


Terzijde en heel iets anders: ik las onlangs dat de hoeveelheid korstmossen iets zegt over de luchtkwaliteit; hoe meer mosjes, hoe schoner de lucht. Nou, kijk maar eens even.
 

Ondanks de aanwezigheid van de drukke weg, wil het hier best groeien!




 Als je een beetje je best doet, heb je ook helemaal geen last van die weg. En is het ook hier weer mooi, en stil en weids.





Locatie:
D28: N 52 55.553   E 006 48.665
D29: N 52 55.540   E 006 48.668

Gemeente Borger-Odoorn

Bronnen: Neil MacGregor; A History of the World in 100 Objects
Wijnand van der Sanden: Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen

Foto's: P.M. van der Ploeg en van Aag zelf














donderdag 14 maart 2013

Uitgelezen: Oude wegen (28)

Robert MacFarlane: De oude wegen. Een voetreis



Gisteren nam de oudste zoon het boek op, bekeek het van alle kanten en vroeg: "Is het wat?"

Tsja. Ikzelf houd van wandelen en van boeken over wandelen; van enige bevooroordeling is hier wel sprake. Ik kan het boek zeker aanraden, maar tegelijkertijd heb ik het vermoeden dat veel mensen er niets aan zullen vinden.

De schrijver zelf zegt: het is een boek over de mens en zijn omgeving. Over het lopen als een verkenning van het innerlijk en over de subtiele manier waarop we zijn gevormd door de landschappen. waar we ons doorheen begeven.
Het is meteen duidelijk dat hij een wisselwerking ervaart: van mens richting landschap en van landschap naar mens. Wie dit al te zweverig vindt, kan beter afhaken.
Een reviewer sprak sikkeneurig dat wandelboeken altijd over de "ik" van de schrijver gaan. Hij vond dat arbitrair, saai en egocentrisch. MacFarlane echter schrijft veel over andere wandelaars, al zijn die op hun beurt nogal monomaan bezig.
Het eerste hoofdstuk is een voorbeschouwing en inleiding tegelijk. De daarop volgende verslagen van zijn tochten zijn divers en fascinerend.
In de meeste besprekingen van dit boek gaat het steeds over twee soorten wandelaars: diegenen die het om kilometers en kaarten gaat, en diegenen, die wandelen om het leven nog enigzins aan te kunnen. Maar er is een derde soort, diegenen die wandelend denken. Je hoeft niet depressief te zijn om in het wandelen voldoening te vinden, om de geestesgesteldheid te bereiken die ook wel flow wordt genoemd. Een voortdurende nieuwsgierigheid naar wat er verderop is helpt ook. Open ogen voor landschap, weer, het ritme van de natuur. Al je zintuigen worden aangesproken als je wandelt. Verdieping vind je door kennis te vergaren over diegenen die voor jou langs het gekozen pad trokken en onder welke omstandigheden.

 Zoals McFarlane zegt: paden zijn menselijk. Ze vormen de sporen van onze relaties. En ook: oude landschappen worden gelezen in het toen, maar gevoeld in het nu.

Oude wegen is het eerste boek sinds tijden waarbij ik een potlood in de hand zou willen hebben. De mooie zinnen, die erom vragen geciteerd te worden, de interessante feiten, die ik zou willen nakijken in atlas, encyclopedie of ander naslagwerk, de vele boeken, waarnaar verwezen wordt... alles vraagt om verdere bestudering. "Wandelen is denken" is zo'n opmerking. Lezen is een soort van wandelen, voeg ik daar aan toe.

Het meest interessante vond ik dit.
Als wij reizen, doen we dat lopend of met trein, fiets of auto over land. De routes in ons hoofd gaan van landmerk naar landmerk of via wegen met nummers en een letter: de A2, de N36 of langs het Diep richting kerk.
De gedachte bestaat dat de vroege mens (stenen tijdperk) over water reisde. Langs kuststrook naar eiland, via stroming naar opdoemende kliffen. Als hij een kaart zou hebben getekend, dan stond daarin centraal het water, en aan de randen het land.  
Dat idee, die gedachte, geeft antwoord op de vraag die bij me opkwam tijdens de vele ritten langs hunebedden (zie eerdere bloggen): hoe vonden vroegere mensen elkaar om bijvoorbeeld handel te drijven? Niet over land, maar over het water. Zoals ook de stammen diep in de jungle van bijvoorbeeld Zuid-Amerika reizen via de rivieren, zo zouden de hunebedbouwers dat ook gedaan hebben.

Enfin, zo lopen de sporen van MacFarlane wijd uiteen: zeereizen, wandelpaden in Engeland, Ierland, Palestina, Spanje. Hij volgt de paden met de mensen die ze onderhouden, vanuit hun eigen motivatie en met hun eigen rituelen. Dat maakt het wandelen tot een individuele én universele daad.

Tot slot: laat je niet weerhouden door de zweverige intermezzo's; lees en ga een stukje lopen.

Oude Wegen is het derde deel van een drieluik, die los van elkaar te lezen zijn.


Robert McFarlane: The old ways. A Journey on Foot.
The Wild Places
Mountains of the Mind: a History of a Fascination

vrijdag 8 maart 2013

Holten (4): Kasteel Westerflier

Tussen Markelo  en Diepenheim ligt het Kasteel en landgoed Westerflier. Aan het begin van de hoofdlaan bevindt zich restaurant De Viersprong, op zich al de moeite waard.


Even het pad ernaast oprjden, daar zijn parkeerplaatsen. De oprijlaan is lang, en duidelijk geliefd, we komen veel wandelaars tegen. Aan het eind zien we een interessant bord:


Daar hebben we vandaag geen last van. De weg maakt een bocht, we wandelen verder en daar is dan een hekwerk met bord en daarnaast enkele bijgebouwen. Tot plm. 1948 moest er tol worden betaald.





Mooi gerenoveerd, het zijn nu woningen. En daarachter zie je het kasteel, of eigenlijk de havezathe.


Wat een prachtige symmetrische gevel. En de details zijn ook al zo mooi.





Het huis is opgedeeld in twee appartementen, die door particulieren worden bewoond. Bofferds zijn het! Dit is hun uitzicht:


stuwwal


Voor meer informatie over Westerflier: klik hier


Diepenheim ligt in de gemeente Hof van Twente, Overijssel
Foto's: A.B. van der Ploeg en van Aag zelf











donderdag 7 maart 2013

Holten (3): Huis te Diepenheim

Twee keer zijn we er tot nu toe geweest. Prachtig huis, mooi landgoed. Vriendelijke mensen ook. Het wordt nog steeds bewoond door de familie zelf (De Vos van Steenwijk).
De eerste keer was het alleen maar koud, de tweede maal had het flink gesneeuwd, dat verklaart het verschil in de foto's.




Op het weiland voor het huis lopen meestal schapen. De oprijlaan loopt er in een bocht omheen, langs de kerk.



Er zijn meerdere oprijlanen, dit is de kortste naar het huis:



Wat ook zo mooi is: de brug. Ik houd vooral van de kleur van de stenen. En in de sneeuw steekt het extra mooi af.



Langs een andere laan zijn we het landgoed weer afgewandeld.


Je loopt in een andere wereld. Toen we aan het eind kwamen, fietste er een meneer met een hond aan de lijn. We groetten, liepen verder. Ik keek nog even achterom (het was een leuke hond) en zag dit:


Man en hond waren spoorloos verdwenen. Nergens te zien, niet te horen. Mysterieus. En dan die voortdenderende trekker, het leek wel een verfilming van Stephen King.
We liepen verder, door het hek, de bewoonde wereld weer in. Nog één keer omkijken.




De fietst stond er nog (dat kleine, zwarte puntje), de trekker was verdwenen. Sprookjesachtig, dat was het.

Klik hier voor meer info Huis te Diepenheim


Diepenheim ligt in de gemeente Hof van Twente, Overijssel
Foto's: A.B. van der Ploeg, P.M. van der Ploeg en van Aag zelf.

woensdag 6 maart 2013

Holten (2) : Diepenheim, de watermolen

In de derde week van januari hebben we een huisje gehuurd bij Holten (Overijssel). Wintersport in eigen land, wat wil een mens nog meer. De kou heeft ons niet weerhouden een aantal mooie dingen te bekijken. Hier het eerste (foto-) verslag.

De Diepenheimse Molenbeek was niet eens helemaal bevroren, hoewel het toch overal hartje winter was.





Maar dat is alleen maar een voordeel als je een watermolen hebt.



Even zo goed stond de molen stil.




Het restaurant was gesloten. We zagen geen mens, behalve een postbode. Zo konden we rustig om de molen heen lopen en hem goed bekijken.



mooie deur


lekker warm plekje voor beestjes


De molen is heel oud, dat blijkt ook uit de stenen in de kademuur:




We vermoeden dat het hier 's zomers behoorlijk druk is. Ook dan zal het een mooi plekje zijn, dus, ga eens kijken!

Voor meer informatie over de molen klik hier

Diepenheim ligt in de gemeente Hof van Twente, Overijssel
Foto's: A.B. van der Ploeg en van Aag zelf.


zaterdag 2 maart 2013

Vensters op Oost-Groningen: de Tjamme

Natuurgebied de Tjamme

Tussen Beerta en Finsterwolde ligt het natuurgebied de Tjamme. Volgens de folder is dit een overgangsgebied tussen veenweiden en kleipolders.
Ten noorden van Finsterwolde zijn eindeloze vergezichten: Reiderwolderpolder, Carel Coenraadpolder, Oudedijk, Kostverloren, Hongerige Wolf. De namen spreken tot de verbeelding.
Langs de doorgaande weg van Beerta naar Finsterwolde is een vogelkijkplaats ingericht. Je hebt er goed uitzicht over het water waar, afhankelijk van het jaargetijde, allerlei vogels te zien zijn.


 
Aan de andere kant van de weg grazen nu tientallen ganzen.


Bj de parkeerplaats stond het gele venster, met uitzicht op de grote grazers. Schotse Hooglanders, die onverstoorbaar de boel goed kort houden.



Om de beesten op hun plaats te houden, is schrikdraad gespannen. Onze Jykke kwam er met zijn snoetje tegenaan. Wat een schrik en wat een pijn. Hij heeft wel een erg harde klap gehad. Helemaal bang en in de war kroop hij tegen me aan. "Naar huis", dat was het enige wat hij nog wou. Thuis moest hij steeds overgeven. Dagen bang geweest, en van slag. Arm arm beestje. Daar wil hij echt nooit meer naar toe.
Hadden we beter moeten opletten? Vast en zeker. maar feit is, dat we nergens een bordje zagen. En volgens mij is dat toch echt verplicht.
Van wandelen kwam deze keer dus niet veel meer, jammer. Volgende keer beter. En nog één foto voor het mooi dan.





Finsterwolde, gemeente Oldambt
Foto's: A.B. van der Ploeg en van Aag zelf



vrijdag 1 maart 2013

De Drentse Hoofdvaart

Het begin.

Voor het oude theater De Kolk in Assen lag niet lang geleden een parkeerterrein. Daarvoor was er water; Sinterklaas meerde daar aan met zijn pakjesboot. De gemeente Assen meende echter een gedeelte van de vaart te moeten dempen. Ongetwijfeld vielen er woorden als "in de vaart der volkeren..." Dat was een modeterm, vergelijkbaar met het huidige "op de kaart zetten". Met de tijden veranderen inzichten, er kabbelt weer water bij een nieuwe Kolk en in de zomer is het er druk met allerhande bootjes.



Aan de kop van de vaart, (ook zo'n modeterm, "aan de kop"), staat momenteel een beeld van Lenin.




Er was/is veel beroering over, maar daar komt later wel eens aan bod. Er staan wat bankjes, zodat je rustig kunt genieten van het uitzicht.



Hier houdt het water op. Of is het een begin? De horizon lokt. De vaart lijkt eindeloos door te lopen.
Man en ik hebben besloten langs dit water te lopen tot het ophoudt. Dat is in Meppel. We kennen een behoorlijk groot deel van de weg, maar alleen vanuit de auto en de bus. Lopend zie je zó veel meer. En het is een traject vol geschiedenis, dus echt iets voor ons. Bovendien, een belangrijk deel van onze jeugd heeft zich hier afgespeeld.

Zo is hier nog steeds de bakker, waar ik 's morgens om 7.40 uur langs fietste op weg naar school. De straat rook dan naar versgebrande koffie van Broekema en Nagel (even verderop) en naar versgebakken brood. Soms kochten we tussen de middag of op weg terug een puddingbroodje.



Mooi dat er nog een bakker is, maar waarom zo'n er weer zo'n folkloristische naam opgehangen moet worden? Enfin, de broodjes zijn nog steeds heerlijk, en daar gaat het om.




Het eerste stukje zit er op. Nu naar huis, om indrukken te verwerken, foto's te bekijken en de volgende blog te schrijven. Dit wordt een goedgevuld jaar!


Enige informatie: in het begin van de 17de eeuw hadden diverse verveners al kanalen gegraven tussen Meppel, Diever en Smilde, zoals bijvoorbeeld de Heerengrift. In 1767 werd de Heerengrift door het Landschap Drenthe aangekocht. Inspectie wees uit dat de toestand van de waterweg niet al te best was. Plannen voor een geheel nieuw kanaal werden uitgewerkt en in 1796 werd begonnen aan de Drentsche Hoofdvaart. In 1771 kwam de eerste schipper in Bovensmilde aan. In 1780 werd Assen bereikt. 


Thuis zijn er naslagwerken, boeken en tijdschriften. Die kunnen we raadplegen, zodat we weten waar we naar kijken en begrijpen wat we onderweg tegenkomen. Een literatuurlijst vormt zich dan vanzelf. Kaarten zijn handig, maar Google Earth komt natuurlijk ook goed van pas.


Gemeente Assen
Foto"s: A.B. van der Ploeg, P.M. van der Ploeg en van Aag zelf