Posts tonen met het label uitgelezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitgelezen. Alle posts tonen

zondag 25 december 2016

Een boek per week

In januari ben ik begonnen met "een boek per week". Een project waar veel mensen aan meedoen, via Twitter en andere social media doen ze verslag. Het was niet zozeer een goed voornemen als wel een experiment: zou het lukken?
Elke week een boek uitlezen, dat zijn 52 boeken in een jaar tijd. Ik besloot een leesdossier bij te houden; de ervaring had me inmiddels geleerd dat je boeken domweg vergeet, ook al heb je ze van kaft tot kaft uitgelezen.
In het dossier noteerde ik wat extra gegevens: is de schrijver man of vrouw, in welke taal las ik het boek, wat is de nationaliteit van de schrijver, enz.
Meer mensen doen dat, bijvoorbeeld omdat ze vinden dat hun leesvoer politiek correct moet zijn. Een soort evenredige vertegenwoordiging. Persoonlijk vind ik dat onzin. Als je als volwassen mens al niet mag lezen waar je zin in hebt, wanneer mag het dan wel? Zoals ik al eens eerder zei: als het over andere disciplines gaat (muziek, schilderkunst) mag je je eigen smaak volgen. Alleen bij Literatuur is er opeens een lijst met Verplichte Nummers, die elk jaar aangevuld wordt met nieuwe titels.
Daar doe ik niet aan mee; ik maakte de aantekeningen om mijn eigen leesgedrag te doorgronden. Vaak denk je jezelf te kennen, maar is de praktijk net even anders.

Goed: ik heb tot nu toe 53 titels gelezen (ben nog bezig in Great Expectations, maar ik denk niet dat ik die dit jaar nog uit krijg). Dat valt me alleszins mee. Lezen is ook discipline, en zo'n afspraak met jezelf werkt. Vrijdags dacht ik weleens: "kom, nu lezen, anders krijg je je boek niet uit".
Er waren wel boeken die ik niet leuk vond, die heb ik niet opgenomen.
Iets meer mannen dan vrouwen las ik. Meest Nederlandstalig, behoorlijk veel Engels en drie Duits.
Van al die boeken noem ik hier mijn persoonlijke favorieten.
Om te beginnen Augustus van John Williams. daar heb ik eerder over geblogd,op 20-04-2016.


Geweldig boek, die komt op mijn verjaardagslijstje.
Het volgende boek heb ik zelf. Er zijn van die boeken, die pakken je onder je armen, tillen je, hup, 20 cm van de vloer, rammelen je door elkaar en zetten je dan weer neer. Eenmaal uitgelezen wankel je door de dagen heen, totdat je je evenwicht weer hebt gevonden. Dat gold zeker voor A God in Ruins. Geen gemakkelijk boek, en misschien minder goed dan zijn voorganger Life after Life, maar ik vind het geweldig.



Na zo'n boek lees ik niet meteen verder, een rustpauze van een paar dagen, en dan iets licht, aub. We vermaken ons erg met de Eifel-krimi's van Jacques Berndorf. Geestig, maar tegelijk maatschappijkritisch zonder te drammen. Bovendien is de couleur locale voor ons erg herkenbaar. Zo'n pocket gaat er dan lekker tussendoor.

Als Nederlands boek wil ik Reizen zonder John aanraden. Zeker met de Amerikaanse verkiezingen net achter de kiezen is dit boek heel geschikt, het leest ook prettig.




De grootste verrassing voor mij waren de boeken van Wilkie Collins: gratis via het Gutenbergproject op de e-reader te downloaden. Geestig, spannend en zeer goed te lezen.

Naast A God in Ruins heb ik Birdsong (over WO I) en Het Boschhuisch (deels WOII) gelezen.
Daarna moest ik echt even bijkomen. Na zoveel ellende wist ik niet wat ik nu van de plank moest halen. Van uitstel dreigt dan afstel. En kijk, ook nu werkte mijn lijstje weer. Ik keek eens naar de gelezen boeken, las de lijstjes (bv Best Crime top 100, The Big Read, etc) die ik bewaar en kon de draad weer oppakken.




Conclusie: voor mij werkt het. Ik heb meer en met plezier gelezen en kan het iedereen die ook graag leest aanraden. Ik ga door. En omdat ik nu weet dat ik het kan, durf ik nu ook wat meer eisen te stellen. Ik wil komend jaar Joseph Roth in het Duits lezen en nog een titel van Dickens. Ik zoek zo'n schema van Pieter Steinz uit en ga de daarop genoemde boeken lezen. En dat is wel even genoeg gepland. Alvast een volboekig Nieuwjaar!

Voor wie wil zien welke boeken ik allemaal heb gelezen: kijk op Pinteres (button rechtsbovenaan).

woensdag 15 juni 2016

Uitgelezen: 51 voorwerpen

Vorig jaar las ik over een project van Wim Brands (ach, wat een gemis) en Jeroen van Kan.
Het publiek werd gevraagd naar "typisch Nederlandse" voorwerpen. Een enorme lijst ontstond, waaruit een lange shortlist werd samengesteld.




Ik zet een aantal voorwerpen die het boek gehaald hebben even op een rijtje:
Daf, draaiorgel, bierfiets, stormparaplu, schaats, tuinkabouter, blokje kaas, sjoelbak, kroket, tompoes, geranium, knikker, kerksnoep, stamper, kingsize vloei, festivalbandje, korfbal, bolknak, washandje, xtc-pil, kaasschaaf, geitenwollen sokken, koektrommel, automatiek, rollator, raam.



Nederlandse schrijvers en publicisten werden vervolgens gevraagd een kort stuk over één van deze voorwerpen te schrijven. Centraal staat hierbij onze verhouding tot de genoemde voorwerpen. Zoals ergens staat: de koektrommel is geen Nederlandse uitvinding, maar zoals wij over de inhoud van de trommel regeren; dat is wel typisch Nederlands.




Ik verheugde me erg op het boek. Toen het in de bibliotheek verscheen heb ik het meteen meegenomen. Elke dag een paar stukjes, want het is niet een werk om in één keer uit te lezen.
En eerlijk gezegd: het geheel viel me tegen.Wat jammer. En hoe komt dat nou?
Sommige schrijvers zijn erg persoonlijk in hun stukje; hun verhaal zou dan symbool moeten staan voor de betekenis van het voorwerp voor ons allen. Zoals de fluitketel de schrijfster aan moeder in het ouderlijk huis doet denken, zo zouden we allemaal herinneringen aan moeder met haar theepot hebben. Maar dat werkt niet zo voor iedereen.  Misschien had ik liever gezien dat juist onbekende mensen, "het publiek", "de gewone man" naar hun ervaringen was gevraagd.

Op zich is het een leuke bezigheid, om met een objectieve blik te kijken naar de spullen die dagelijks door je handen gaan. Wim Brands zegt in een filmpje, dat de bedoeling van het boek is dat er over die voorwerpen gesproken wordt. Ik realiseer me nu, dat we dat niet gedaan hebben. En dat dat nou juist een deel van de pret zal zijn. Nou ja, dat is zo verholpen. Het boek is geen canon, zei Wim, en niet nostalgisch. Maar er zijn een aantal zaken die al verdwenen zijn of op het punt van uitsterven staan. De hoogste tijd dus om nog een aantal verhalen te weven!

klik hier voor een filmpje waarin Wim Brands praat over dit boek én een fragment uit DWDD met Adriaan van Dis en Herman Pleij, die een bijdrage schreven. Leuk!

zaterdag 26 juli 2014

Uitgelezen: De lessen van mevrouw Lohmark



Mevrouw Lohmark geeft biologie op een kleine middelbare school, die wordt bedreigd door krimp. Geboren en getogen in de DDR heeft ze moeite zich aan te passen aan de nieuwe tijd; de moderne opvattingen over lesgeven en pedagogie wijst ze af.
Alles beoordeelt ze vanuit haar vakgebied, ze ziet in het onderwijs een survival of the fittest. In zwakke leerlingen is ze niet geïnteresseerd: verspilde energie.
Volgens de schrijfster is mevrouw Lohmark een prototype dat op ieder school voorkomt: star, autoritair. Toch ben je geneigd haar handelen als het resultaat van haar DDR-verleden te zien. Langzamerhand nemen de gedachten van Lohmark een steeds groter deel van de tekst in beslag. Een dwangmatig malen over alles wat ze ziet: opschietend onkruid, een gepeste leerling, de struisvogels van haar echtgenoot. Een steeds terugkerend onderwerp is haar dochter, die in de VS woont en niet van plan is terug te komen.
Ondanks haar harde houding voel je toch wel empathie voor mevrouw Lohmark. Het valt ook allemaal niet mee, dat begrijp je als lezer wel, en misschien vind je het soms ook wel juist, dat leerlingen af en toe stevig worden aangepakt. Een onderwijzeres is geen vriendin, nietwaar? Ook haar moederschap maakt haar wat menselijker. Je gaat een heel eind mee, ook als haar gedachtenstroom zowat op hol slaat, als er sexuele interesse in een leerlinge wordt gesuggereerd, ondanks haar onverschilligheid voor een getreiterde leerling, en als de schooldirecteur haar uiteindelijk de wacht aan zegt, heeft ze nog steeds je sympathie. Pas op de laatste pagina's slaat dat om. Ik las... en herlas. Daar lag de grens. Voor mij een duidelijk taboe. De schrijfster zegt dat ze altijd sympathie heeft gehouden voor Lohman. Ikzelf had even geen medelijden meer. Dat zegt meer over mij dan over de hoofdpersoon. Een boek dat je wat over jezelf leert, kom daar maar eens om!

Behalve dat het een lezenswaardig boek is, zijn ook de illustraties geweldig. Het gaf een feestelijk gevoel, als je een bladzijde omsloeg en daar opeens weer een mooie tekening verscheen. Een beetje zoals vroeger, toen je boeken allemaal geïllustreerd waren. Waarom doen we dat niet vaker? Judith Schalansky, de schrijfster, is typograaf en vormgever. Het boek is dan ook een feest voor het oog. Absolute aanrader.


De lessen van mevouw Lohmark, vertaling van Der Hals der Giraffe

lees hier meer

dinsdag 10 juni 2014

Uitgelezen: De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje.



De Apartheid in Zuid-Afrika en de wapenwedloop die er voor zorgde dat o.a. Israél, Pakistan en India kerngrootmachten werden. Zo maar twee feiten uit de recente wereldgeschiedenis. Ernstige zaken, ook.

Beide ontwikkelingen spelen een rol in bovenstaand verhaal. Met daarnaast een Zweedse tweeling, van wie de helft niet bestaat, het genoemde bommenmeisje, geheim-agenten, die op eigen houtje handelen, en nog veel meer kleurrijke figuren. Het verhaal hangt van toevalligheden aan elkaar, maar geldt dat niet voor het hele leven? Zo dendert het rustig door als een vastberaden boemeltreintje. Een soort Suske en Wiske-verhaal, zonder illustraties.

Grappig zijn de verschillende vertalingen:
Analfabeten summ kunda räkna (De analfabete die kon tellen)
The Girl Who Saved The King Of Sweden
The Analphabetin die rechnen konnte
en in Nederland dus:
De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje.


Jonas Jonasson was journalist en TV-producent. Hij heeft zich inmiddels wegens gezondheidsproblemen teruggetrokken en schrijft nu boeken. Zijn eerste boek, De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween, is een internationaal succes, de filmrechten zijn verkocht.
En dan nu deze titel. Het is een merkwaardig boek, vermakelijk en onderhoudend. Ook goed te verfilmen, lijkt me.
Geen hoogstaande literatuur, maar meneer Jonasson heeft een rijke fantasie en dat is ook wat waard.

maandag 12 mei 2014

Uitgelezen: De troost van een warm visje.

Ik heb de laatste tijd behoorlijk wat gelezen, ik jas er hier de komende tijd even wat titels door.

Als eerste:  De troost van een warm visje, door Sylvia Witteman.

Soms spreek ik mensen die nooit van Sylvia Witteman hebben gehoord. Dat zijn meestal mensen die niet aan Social Media doen.
 Sylvia heeft namelijk meer dan 80.000 volgers op Twitter, die haar te pas en te onpas retweeten. Ook zijn er behoorlijk wat mensen die al kwaad worden bij het noemen van haar naam. Ze maakt in ieder geval wel wat los, zo nu en dan.

Een tweet is een column in 144 tekens. Gelukkig voor de liefhebbers schrijft ze ook langere colums: in de Volkskrant en in de Linda bijvoorbeeld.

"De troost van een warm visje" is een bundel van Volkskrant-colums. Fijn om 's avonds in bed een aantal te lezen. Dat Simon Carmiggelt één van haar Grote Voorbeelden is, is wel te merken, maar wat hindert dat?

Onderwerpen dienen zich overal aan. Bijvoorbeeld: het wel en wee in je eigen huishouden. Vreemde korte berichtjes op nieuws-sites. Of als je gesprekken afluistert in de tram of in de supermarkt en daar dan "een stukkie over tikt. Want iemand moet het doen". Meer dan 90 stukkies zijn in dit bandje verzameld. Daarmee heb je, zeg maar, de troost van een fijn boekje.

Tot slot: ik vind het een prachtig ontworpen band.


Het is van Moker Ontwerp. Dat mag ook wel eens gezegd worden.


woensdag 23 april 2014

Uitgelezen: Ik vervloek de rivier des tijds

Per Petterson: Ik vervloek de rivier des tijds.


Toen onlangs in DWDD Per Petterson werd aanbevolen, en ik daags daarna een titel van hem in de bieb zag staan heb ik hem maar meegenomen..

 


Ik was kort daarvoor al begonnen in Zoon van Karl Ove Knausgard. Het is niet overdreven om te zeggen dat de serie boeken van Karl Ove Knausgard, Mijn Strijd geheten, een hype is. Een wereldwijde hype zelfs. De arme man, hij schijnt het vreselijk te vinden. "De nieuwe Proust, " las ik vanochtend ergens. En wat mij betreft terecht hoor, ik vind het adembenemend.

Wie was er eerder: Kanusgard of Petterson? De laatstegenoemde, zijn eerste boek verscheen al in 1987, terwijl Knausgard in 1998 debuteerde. Wat ik me dus afvraag is of we nu een golf Skandinavische boeken over opgroeiende mannen krijgen, met allemaal hun eigen jeugdtrauma's. etc?
Maar dit alles terzijde, het gaat hier om "Ik vervloek de rivier des tijds".

De titel is een citaat uit een gedicht van Mao. De hoofdpersoon doet zijn best een "echte" communist te zijn: hij stopt met school, gaat aan het werk als arbeider en leest dus Mao's gedichten. 
En ja, alweer een boek over een opgroeiende jonge man, en, deze keer, over zijn relatie met zijn moeder. Die moeder komt trouwens het beste uit de verf. Een stoer wijf, om maar eens kort door te bocht te zeilen.
Als je de recensies leest, gaat het vaak over wat weggelaten wordt in dit boek, wat niet uitgesproken wordt. Gedacht wordt er genoeg, maar niet veel gepraat.

Kijk eens naar een interessante uitzending van Stine Jensen over Noorwegen, over "een goed mens zijn" en de voortdurende onderdrukking van gevoelens. Uiteraard gaat het al snel over Breivik.

om te kijken: klik hier.

Deze uitzending stelde mijn beeld van Noorwegen aanzienlijk bij. En ik denk dat dit boek van Petterson naadloos past in het profiel van de Noorse samenleving, zoals die hier wordt geschetst. Aan de rand van Europa met een eigen cultuur wordt die samenleving middels moderne media misschien verder geopend. Je weet het niet. Toekomstige schrijvers zullen er wellicht verslag van doen.

Ondertussen is de laatst vertaalde titel (die van in DWDD) niet aan te slepen: Twee wegen, ook uitgegeven bij De Geus.

maandag 14 april 2014

Uitgelezen: Het smalle pad van de liefde




 Vonne van der Meer: Het smalle pad van de liefde.

Voor in een bibliotheekboek zit altijd een wit velletje papier geplakt met daarop een aantal gegevens: de uitgeverij, de schrijver, de titel, het isbn-nummer. Er staat: 20 cm (bizar) en een samenvatting van twee zinnen.
Vervolgens staan er nog drie trefwoorden:

Overspel.
Het verhaal begint met één persoon, Floris. Er hoort een gezin bij Floris. Een vreselijke gebeurtenis hakt op dat gezin in. Van der Meer weet in enkele bladzijden een huwelijksrelatie te schetsen, daarna, met een paar zinnen, opent ze de hel op aarde voor jonge ouders. Ze kruipt onder de huid bij Floris, neemt dan weer afstand, van ver laat ze het getroffen gezin even betijen. Een tweede familie dient zich aan, naadloos voegen de hoofdpersonen zich bij elkaar. En ja, van het een komt het ander, zo makkelijk gaat dat: een stap te ver, een nieuwe relatie, verborgen en verboden. Het boek eindigt met één persoon: May.

Schuldgevoelens.
Floris wordt geteisterd door schuldgevoelens. In hoeverre Francoise, zijn vrouw, zich schuldig voelt, komt niet echt uit de verf. May voelt zich zeker schuldig. Al die schuld, hoe ga je daar mee om?

Geloofsbeleving.
Het voornaamste thema van dit boek is volgens mij Geloof. En dan niet het geloof in God, maar het geloof in Geloven. Geloof biedt houvast in de vorm van rituelen en woorden. Geloof betekent vergiffenis, verlossing van schuld. Geloofsgenoten vormen een gemeenschap, waarbinnen je je welkom kunt voelen; die je veiligheid en zekerheid biedt. En ook het geloof dat "in voor- en tegenspoed" en "tot de dood ons scheidt" haalbaar is.

Ik heb meerdere boeken van Vonne van der Meer gelezen, maar hier is ze toch wel meesterlijk bezig: alle facetten van het verhaal hebben een plaats en een functie. Ze heeft alle touwtjes strak in handen.

Vonne van der Meer heeft zich op latere leeftijd bij de Katholieke Kerk aangesloten. En dan merk je hoe seculier de literaire wereld in Nederland is, want met die non verderop in het verhaal, en die geloofsvragen, daar worstelen de recensenten een beetje mee. Die zien geloofsbelevenis misschien liever als iets folkloristisch? De behoefte aan rituelen herkent iedereen, vooral in tijden van nood kunnen die troost bieden. Maar de volgende stap, May's overgave aan een spirituele ervaring in een kerk, dat is een ander verhaal. Dat intelligente mensen, zoals schrijvers, zich wenden tot God en Kerk, dat roept een zachte verwondering op (en dan hebben we het nog niet over de onversneden woede en diepe weerzin bij sommige mensen), waar verder niet te veel over wordt gesproken. Geloven is een taboe in de grachtengordel. Behalve bij Vonne van der Meer, die er onverdroten over schrijft en praat. Ja jongens, ook dat is de realiteit voor heel veel mensen, wen er maar aan.



woensdag 5 februari 2014

Uitgelezen: De eenzaamheid der priemgetallen

Paolo Giordano: De eenzaamheid der priemgetallen




werd nogal bejubeld. Ik kwam de titel om de haverklap tegen in kranten en tijdschriften. Het leek me een wat ik een DWDD-boek noem: iedereen buitelt over elkaar heen in hysterische loftuitingen, en de volgende maand is iedereen het boek weer vergeten, omdat er weer nieuwe titels zijn, waar je goede sier mee maakt. Mijn vooroordeel, natuurlijk.
Maar deze had ik onthouden. Ik houd van priemgetallen (al ben ik verre van wiskundig aangelegd).

In hoofdstuk 21 wordt gesproken over tweelingpriemgetallen. Voorbeelden daarvan zijn 11 en 13,  17 en 19. De schrijver zegt: dat zijn paren van priemgetallen die vlak bij elkaar staan, zo goed als naast elkaar zelfs, want er tussenin staat altijd een even getal dat ze belet elkaar echt te raken. Als je het geduld hebt om door te tellen, kom je erachter dat die paren steeds zeldzamer worden.

Die tweelingpriemgetallen zijn een metafoor voor de hoofdpersonen van het boek. Jonge mensen, die beiden met een heftig jeugdtrauma rondlopen. Ze komen elkaar tegen en passen wonderwel bij elkaar. Toch blijft er een ondefinieerbare afstand tussen hen bestaan. Ze herkennen elkaar als soort, denk ik. De jongeman Mattia is een zeer begaafde wiskundige, Alice is fotografe, maar haar leven wordt voornamelijk bepaald door haar eetstoornis.
David Sedaris (een Amerikaanse schrijver) zei in een interview met Wim Brands: er zijn boeken die je omarmen, die je als het ware naar binnen nodigen, en er zijn afstandelijke boeken. Dit is een afstandelijk boek.
Kindertijd, middelbare school, jong volwassen. Scene na scene, als stills uit een film, zie je korte stukjes leven.
Je merkt dat de schrijver geen moment de controle verliest, ieder woord en letterteken staat op zijn plaats. Precies, afgemeten, nauwgezet. Zoals het een natuurkundige betaamt.
En wat het meest blijft hangen is dan die vergelijking tussen twee mensen en twee priemgetallen. Zozeer dat ik er vorige week, bij twee hunebedden weer aan moest denken. Als een boek zo'n indruk maakt, was het toch het lezen waard.

recensie: klik hier

donderdag 12 december 2013

Uitgelezen: Land van ontdekkingen.

Ostfriesische Landschaft: Land van Ontdekkingen. De archeologie van het Friese kustgebied.




Op het ogenblik is er, verspreid over de drie noordeljke hoofdsteden, een grote tentoonstelling over de archeologie van het Friese Kustgebied. Daarbij zij opgemerkt dat de Duits-Friese kust daar ook bij hoort.
Aanvullend op de tentoonstelling is een dik boekwerk verschenen.
De inhoud bestaat uit een viertal catalogi (bij de drie tentoonstellingen hier en bij de reeds afgelopen expositie in Emden) en vele artikelen van mensen, werkzaam in dit onderzoeksveld, plus nog een aantal beschrijvingen van zogenaamde "schatten".
Met zo'n 480 pagina's en een grootte van plm. 22 x 30 cm is het een fors boek, je krijgt veel papier voor je geld. Dat wordt mede veroorzaakt doordat het boek én in het Duits én in het Nederlands is gedrukt.
Je krijgt niet bepaald een samenhangend verhaal voorgeschoteld, maar een veelheid aan feiten en verhalen. De onderwerpkeuze is zeer divers en loopt van de Oude Steentijd door tot in de Middeleeuwen. Niet alleen de bodemvondsten komen aan bod, maar ook alle zaken die de omstandigheden rond de vondsten beïnvloeden, zoals de bodemgesteldheid, wierdenbouw, klimaat, dalende en stijgende zeespiegel, etc.



Door de schrijvers wordt antwoord gegeven op vragen als:
Wat was er bekend?
Wat is er gedaan?
Wat is er gevonden?
Wat hebben we daarvan opgestoken?
Welke nieuwe vragen komen naar voren?

Er is soms sprake van overlapping. Ook spreken verschillende deskundigen elkaar tegen, wat natuurlijk wel aardig is. Het geheel vormt een overzicht van de stand van zaken op dit moment.

Wat daarbij ook opvalt is, hoe verschillend deze deskundigen schrijven. Sommigen droog als gort, anderen vlot en toegankelijk.
Kennelijk is er sprake geweest van enige tijdsdruk, er staan nogal wat taalfouten in.
De tweetaligheid van de tekst is soms storend, vooral bij de fotobijschriften.
De neiging van sommige schrijvers om bijna alles als offer aan onbekende goden te duiden is tot daar aan toe, maar om sieraden als typisch vrouwelijk te duiden is een schoolvoorbeeld van stereotiep denken. Erken dan liever dat je geen idee hebt over de culturele mores van die tijd.
Ach, als dat de enige minpuntjes zijn mag ik niet klagen en dat doe ik verder ook niet. De grootste attractie voor mij is gelegen in de vele, prachtige foto's.

  


Ik heb zelf verschillende dingen gevonden, en dankzij een foto zoals deze:

detail van een foto uit het boek

weet ik eigenlijk wel zeker, dat mijn gevonden steentje een echt schrabbertje is. Hoera!
Dat er zoveel gevonden is in mijn eigen woonomgeving was ook een verrassing: Onstwedde, Nieuwe Pekela, Beilen, het blijkt maar weer dat ik beter moet kijken. Een en ander heeft ons inmiddels naar een grote archeologische vindplaats in de buurt gebracht, waar wij tot voor kort niets van wisten.

Conclusie: een boek voor liefhebbers en geïnteresseerden, niet alleen als begeleiding bij de tentoonstellingen, maar een op zich zelf staand overzicht, dat als gids voor verdere verdieping kan functioneren.

De tentoonstellingen duren nog tot 05-01-2014 (Assen), 09-02-2014 (Groningen), in Leeuwarden maken de objecten deel uit van de vaste collectie. Genoeg te doen dus in de Kerstvakantie!


links voor de genoemde musea:
Emden: klik hier 
Assen: hier
Leeuwarden:  hier
Groningen: hier 




woensdag 27 november 2013

Uitgelezen: We moeten het even over Kevin hebben (45)



Lionel Sriver: We need to talk about Kevin

Waarschijnlijk stelt ieder mens zich op zeker moment tijdens zijn volwassenheid dezelfde vraag: Kinderen? Ja/nee/weet niet.
En indien ja, waarom? Rationele en emotionele argumenten volgen op de drang van de genen zich te vermenigvuldigen. Met de zwangerschap volgt de angst: zal het kind wel gezond zijn? Zal ik een goede ouder zijn? Hebben we straks nog wel tijd voor elkaar? Hoe moet het met mijn werk/carriëre?  Kunnen we het ons wel veroorloven?
En na de geboorte volgen angsten die je je van te voren niet voor kon stellen. Ademt het nog wel? Eet het genoeg? Groeit het goed? Wordt het niet gepest? Wie is die enge man die bij het schoolhek staat? En iedere ervaren ouder kan je geruststellen: dit is gewoon, ook deze fase gaat voorbij. Het hoort erbij.

Maar wat als de vraag zich opdringt: deugt mijn kind wel?

Helaas zijn er kinderen die opgroeien tot volstrekt gewetenloze volwassenen. Kinderen die plezier beleven aan pijn doen. Die vervuld lijken van een blinde haat of een redeloze woede.
Het is één van de laatste taboes: er bestaan kinderen die van jongs af aan niet deugen.
In één van de landelijke kranten stond een vorig jaar een artikel over zulke kinderen. Sociopaatjes. Gesprekken met hun ouders, die geen van allen met hun gezicht in de krant wilden. Allemaal zeiden ze, dat ze van het begin af aan het gevoel hadden dat er iets niet klopte met hun kind. Die de eerste jaren gesust werden op het consultatiebureau. Die het gevoel kregen niet serieus genomen te worden. Tot het kind echt problemen veroorzaakte, bij vriendjes bijvoorbeeld, totdat de vriendjes op waren. Op de dagopvang, tot ze daar niet meer welkom waren. Op school, tot ze ook daar niet meer welkom waren.

Soms hebben die kinderen iets extra's. Ik zei het al: woede tegen de wereld om hen heen. Haat tegen mensen. Eindeloze verveling. Soms ook ontbreekt er iets essentieels: een geweten. Spijt. Mededogen.

Nog moeilijker wordt het, als jij ziet dat er iets fundamenteel fout is met je kind, maar je partner er van overtuigd is, dat jíj degene bent die verkeerd zit. Dat manupalitieve monstertje weet vader een rad voor de ogen te draaien, maar jou houdt hij niet voor de gek.
Denk je.....

Had je ooit gedacht dat het zo ver zou komen? De werkelijkheid blijkt erger dan je voorstellingsvermogen aan kon.

De moeder van Kevin maakt dit allemaal mee. Ze loopt niet weg voor de consequenties van het gedrag van Kevin. In brieven aan haar man onderzoekt ze, waar het misgegaan kan zijn. Er komt een rechtzaak die zich buigt over de vraag of zij schuld draagt aan Kevins gedrag. Net zoals hier de slachtoffers van Tristan van der V. iets of iemand de schuld willen geven. Het kan toch niet zo zijn dat iemand zomaar zo ernstig ontspoord?

Want als er niemand en niets verantwoordelijk is, als het echt gewoon dom toeval is, noem het botte pech, dan kan het iedereen overkomen. Dan zou het jouw kind kunnen zijn. Of je kleinkind. En dat is natuurlijk een onverdraaglijke gedachte.

Als je kind een gewetenloze moordenaar blijkt te zijn, houd je dan nog van hem? Veel besprekingen van dit boek stellen dat de moeder van Kevin niet van hem houdt. Ik vraag het me af.  

In de catacomben, waar je je ergste nachtmerries opslaat, schijnt opeens een zaklantaarn. Staar het monster in de ogen. Ga de confrontatie maar aan. Dit is de wereld waarin wij in leven.
Het is tekenend dat er vele uitgevers waren die het niet aandurfden dit boek uit te geven. Even zo goed won ze er de Orange Prize mee. Het is een verontrustend, bij tijd en wijle meeslepend boek, al vind ik het einde wat minder sterk. Nee, ik zeg niet hoe en wat, lees zelf maar.


Lionel Shriver is van geboorte Amerikaans, maar deels woonachtig in London. Ze schrijft regelmatig voor The Guardian. Er is recent een nieuw boek van haar verschenen: Big Brother.

info: klik hier

Wim Brands bezocht haar: klik hier

maandag 18 november 2013

Uitgelezen: The Testament of Mary (44)

Colm Tóibín: The Testament of Mary


In 104 pagina's doet Mary getuigenis van de laatste periode van het leven van haar zoon. Af en toe gunt ze zichzelf een glimp van gelukkiger tijden: toen haar man nog leefde en haar kind nog luisterde. Maar al te grimmig is wat daarna kwam.
Dit is een verrassend verhaal. Van de gedachte "zo kan het ook geweest zijn" wordt je overgehaald naar "zo was het". In dit boek was dit de realiteit voor deze moeder Mary. Geen troost, geen wederopstanding, geen vriendelijke, trouwe discipelen, maar opstandige jongeren en keiharde mannen met een plan. Vlucht, angst, rouw tot in het merg en woede.
Het heeft me geschokt, door het geweld en ook doordat ik me realiseerde hoezeer ook ik doordesemd ben met de officiële versie van de laatste dagen van Christus.
De kruisiging is, van welke kant je het ook bekijkt, een schokkende gebeurtenis. Maar het boek is ook van een zeldzame schoonheid, zoals zoveel dat onopgesmukt, sober en rauw plots in het volle licht komt te staan.
Het boek geeft een geheel andere versie van de periode waarin Jezus zijn wonderen verrichtte. Niet iedereen kan daar even goed mee om gaan. Interessant is de recensie die ik vond op www.catholicworldreport.com.
Daar zegt ene Mark P. Shea: "It won't tell you anything about Mary. It will tell you about its very sad and very angry author". En de schrijver raast dan alinea's lang over de "ex-catholic, gay writer". Alles wordt erbij gesleept; porno, Scientology... Wie is er hier nu kwaad?
104 bladzijden en kijk eens wat het teweeg brengt.
Het stond op de shortlist voor de Booker-prize, maar heeft niet gewonnen. Dat geluk ging naar The Luminaries, van Eleanor Cotton. Dat telt meer dan 800 pagina's, terwijl je dus maar goed 100 nodig hebt.

Voor wie een open blik heeft en lef: koop dat boek. Lees het. 

Over Colm Tóibïn:  klik hier en voor zijn officiële site:  klik hier
Voor wie geïnteresseerd is in de mening/het razen van Mark P. Shea: klik hier

dinsdag 15 oktober 2013

Uitgelezen: De Daisy Sisters (41)

Henning Mankell: De Daisy Sisters




Er zijn van die boeken die je leest zonder dat ze meteen veel indruk maken. Zolang de pagina's geopend voor je liggen lees je geconcentreerd door, maar zodra je het boek weglegt, is het uit je gedachten verdwenen. Denk je. Maar nadat je het hebt teruggebracht naar de bibliotheek of teruggezet in de kast, merk je dat je af en toe terugdenkt aan bepaalde scenes. Soms nog na jaren leven de hoofdpersonen voort in je gedachtenwereld. Het boek was beter dan je doorhad.
Ik vermoed dat dat ook zo zal gaan met de Daisy Sisters. Ik was voornemens een misdaadverhaal van Mankell mee te nemen. Ik ben nu eenmaal bezig met een serie Skandi-thrillers en daar hoort Mankell absoluut bij. Hij is zo populair, dat er zelden een exemplaar op de plank staat: allemaal uitgeleend. Al dwalende kwam ik bij deze titel terecht: het is dan ook een roman.
Kort gezegd verhaalt Mankell over drie generaties vrouwen: vanaf 1941 tot de jaren tachtig van de vorige eeuw. De schrijver is vooral in het begin nadrukkelijk aanwezig in zijn commentaar op de gebeurtenissen en om het verhaal voort te jagen.
Na de oorlog bloeide de economie op en er was een tekort aan arbeidskrachten. Vrouwen én buitenlanders konden meteen met werk beginnen, een opleiding was vaak niet nodig. Het was voor arbeiders een hard en sober leven. Toch stonden deze jaren ook voor hen in het teken van vooruitgang: door allerlei ontwikkelingen werd het huishouden lichter en het leven makkelijker: stofzuigers, iedereen een auto, maar ook steun bij studie en zelfontplooiïng.
De echte levensvragen blijven altijd hetzelfde: relaties, wel of geen kinderen, in hoeverre kun je en mag je voor jezelf kiezen? Het leven van deze drie vrouwen wordt bepaald door mannen en ongeplande zwangerschappen. Ondanks dat werken ze verbeten door. Steeds opnieuw hopen ze in de nabije toekomst hun dromen te realiseren.
Het boek is in 1982 geschreven, sindsdien is de wereld behoorlijk veranderd. Toch is het boek niet gedateerd, al merkte ik dat ik me af en toe behoorlijk ergerde aan de passiviteit van vooral Eivor.
Goed geschreven, er zit vaart in, kortom, al met al een aanrader, zij het zonder vlag en wimpel.

vertaling Maria Postema
Oorspronkelijke titel: Daisy Sisters




vrijdag 27 september 2013

Uitgelezen: De Sneeuwman (Skandi-thriller 3) (40)

Jo Nesbø : De Sneeuwman




Tijdens mijn streven een eigen indruk te vormen over de zo populaire Skandinavische thrillers heb ik een boek van Nesbø gehaald, uit de bibliotheek. Er worden wereldwijd miljoenen exemplaren van verkocht. Zijn debuut De Vleermuisman was in Noorwegen meteen een enorme hit; zijn populariteit als schrijver is sindsdien alleen maar verder gegroeid. Inmiddels schrijft Nesbø ook kinderboeken, die het eveneens zeer goed doen.
In de meeste thrillers is Harry Hole de hoofdpersoon. In de vele recensies wordt gezegd dat Harry een complexe man is. Hij is alcoholist, heeft een knipperlichtrelatie met Rakel, raakt zeer gesteld op haar zoon Olaf, en is obsessief betrokken bij zijn werk. Het knappe van Nesbø is, dat hij er in slaagt zo'n geloofwaardig karakter te beschrijven, in tegenstelling tot de vele oppervlakkig uitgewerkte hoofdpersonen in andere thrillers.
De Sneeuwman is behoorlijk gewelddadig (schijnt een kenmerk van alle Nesbø-thrillers te zijn), maar ik vond het ook spannend en een beetje eng. Dat overkomt me niet vaak, meestal vind ik ze voorspelbaar, en het geweld ziekelijk, maar saai. Een moordende psychoot als hoofdpersoon is niet interessant, tenzij de stoornis, hoe krankzinnig ook, een logica kent, zelfs invoelbaar wordt. Wat mij betreft is Nesbø daar in geslaagd.
In de zoektocht naar de seriemoordenaar denkt de politie verscheidene malen de dader gevonden te hebben. Steeds is het hem/haar toch niet. Als lezer wordt je zo op het verkeerde been gezet, en op een gegeven moment wordt dat irritant, dan denk je: toe nou maar, het is zo wel genoeg, maak er een eind aan. Tsja, zo gaat het in het echt vast ook, dan wil je er ook wel klaar mee zijn. Toch vond ik het verhaal iets te lang, het was wel doorwerken.
Het eind is wat zwak, Harry als Superman vond ik te onwaarschijnlijk. Maar dat is dan ook het enige minpuntje.

Harry Hole heeft mijn belangstelling opgewekt, ik wil meer over hem weten. Man leest nu in De Sneeuwman. En ik begin maar bij het begin, met De Vleermuisman. Het zou maar zo kunnen dat we een nieuwe favoriete serie hebben gevonden.

De officiële site van Jo Nesbø , met een kaart van Oslo, een autobiografie, en nog veel meer: http://jonesbo.com/

Er zijn behoorlijk wat titels in het Nederlands verkrijgbaar.
De Sneeuwman is vertaald door Annelies de Vroom
Oorspronkelijke titel: Snomannen

donderdag 14 maart 2013

Uitgelezen: Oude wegen (28)

Robert MacFarlane: De oude wegen. Een voetreis



Gisteren nam de oudste zoon het boek op, bekeek het van alle kanten en vroeg: "Is het wat?"

Tsja. Ikzelf houd van wandelen en van boeken over wandelen; van enige bevooroordeling is hier wel sprake. Ik kan het boek zeker aanraden, maar tegelijkertijd heb ik het vermoeden dat veel mensen er niets aan zullen vinden.

De schrijver zelf zegt: het is een boek over de mens en zijn omgeving. Over het lopen als een verkenning van het innerlijk en over de subtiele manier waarop we zijn gevormd door de landschappen. waar we ons doorheen begeven.
Het is meteen duidelijk dat hij een wisselwerking ervaart: van mens richting landschap en van landschap naar mens. Wie dit al te zweverig vindt, kan beter afhaken.
Een reviewer sprak sikkeneurig dat wandelboeken altijd over de "ik" van de schrijver gaan. Hij vond dat arbitrair, saai en egocentrisch. MacFarlane echter schrijft veel over andere wandelaars, al zijn die op hun beurt nogal monomaan bezig.
Het eerste hoofdstuk is een voorbeschouwing en inleiding tegelijk. De daarop volgende verslagen van zijn tochten zijn divers en fascinerend.
In de meeste besprekingen van dit boek gaat het steeds over twee soorten wandelaars: diegenen die het om kilometers en kaarten gaat, en diegenen, die wandelen om het leven nog enigzins aan te kunnen. Maar er is een derde soort, diegenen die wandelend denken. Je hoeft niet depressief te zijn om in het wandelen voldoening te vinden, om de geestesgesteldheid te bereiken die ook wel flow wordt genoemd. Een voortdurende nieuwsgierigheid naar wat er verderop is helpt ook. Open ogen voor landschap, weer, het ritme van de natuur. Al je zintuigen worden aangesproken als je wandelt. Verdieping vind je door kennis te vergaren over diegenen die voor jou langs het gekozen pad trokken en onder welke omstandigheden.

 Zoals McFarlane zegt: paden zijn menselijk. Ze vormen de sporen van onze relaties. En ook: oude landschappen worden gelezen in het toen, maar gevoeld in het nu.

Oude wegen is het eerste boek sinds tijden waarbij ik een potlood in de hand zou willen hebben. De mooie zinnen, die erom vragen geciteerd te worden, de interessante feiten, die ik zou willen nakijken in atlas, encyclopedie of ander naslagwerk, de vele boeken, waarnaar verwezen wordt... alles vraagt om verdere bestudering. "Wandelen is denken" is zo'n opmerking. Lezen is een soort van wandelen, voeg ik daar aan toe.

Het meest interessante vond ik dit.
Als wij reizen, doen we dat lopend of met trein, fiets of auto over land. De routes in ons hoofd gaan van landmerk naar landmerk of via wegen met nummers en een letter: de A2, de N36 of langs het Diep richting kerk.
De gedachte bestaat dat de vroege mens (stenen tijdperk) over water reisde. Langs kuststrook naar eiland, via stroming naar opdoemende kliffen. Als hij een kaart zou hebben getekend, dan stond daarin centraal het water, en aan de randen het land.  
Dat idee, die gedachte, geeft antwoord op de vraag die bij me opkwam tijdens de vele ritten langs hunebedden (zie eerdere bloggen): hoe vonden vroegere mensen elkaar om bijvoorbeeld handel te drijven? Niet over land, maar over het water. Zoals ook de stammen diep in de jungle van bijvoorbeeld Zuid-Amerika reizen via de rivieren, zo zouden de hunebedbouwers dat ook gedaan hebben.

Enfin, zo lopen de sporen van MacFarlane wijd uiteen: zeereizen, wandelpaden in Engeland, Ierland, Palestina, Spanje. Hij volgt de paden met de mensen die ze onderhouden, vanuit hun eigen motivatie en met hun eigen rituelen. Dat maakt het wandelen tot een individuele én universele daad.

Tot slot: laat je niet weerhouden door de zweverige intermezzo's; lees en ga een stukje lopen.

Oude Wegen is het derde deel van een drieluik, die los van elkaar te lezen zijn.


Robert McFarlane: The old ways. A Journey on Foot.
The Wild Places
Mountains of the Mind: a History of a Fascination