Posts tonen met het label eetpatronen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eetpatronen. Alle posts tonen

vrijdag 11 oktober 2013

kwarktaart




Daar sta ik dan, 2 jaar al weer, bij een mooie, zelfgemaakt slagroomtaart. Dat was toen gewoon, dat mijn moeder zelf de taart maakte. Dit in tegenstelling tot vandaag de dag: zelf bakken is een vorm van ontspanning, en de ene hype (cakepops) volgt de andere (cupcakes) op. Trendy bakken, wie had dat gedacht.
Maar goed, ik kan me nog vaag herinneren dat mijn moeder een bruidstaart maakte voor één van haar vriendinnen: een opeenstapeling van ronde lagen, bekleed met spierwit glazuur en zilveren bolletjes. Die zilveren gevalletjes zaten in een doosje, en ik mocht er een proeven. Ik was er volkomen door gefascineerd. 
En als je bedenkt dat de temperatuur van de oven ingesteld werd op basis van adviezen als: "de vlammetjes dienen druppelgroot te zijn..." dan is het geen wonder dat er wel eens iets inzakte of verbrandde. Overigens: we hadden toen stadsgas, pas later kregen we aardgas.
Dat zelf taarten bakken, dat raakte op een gegeven moment wat uit de mode. Er was een fase dat moeder appeltaarten bakte, en ze bleef trouw aan de zelfgemaakte mokkataart (geheim familierecept), maar voor de verjaardagen kwamen de taarten van de bakker: glanzende vruchtentaarten met bijgeleverde kaarsjes. En gebakjes voor het bezoek. Die overigens steeds duurder werden. Zo verzuchtte mijn moeder op een gegeven moment: "Als ze een gulden gaan kosten, maak ik ze weer zelf".
De voedingsindustrie stond niet stil, en op een gegeven moment verscheen, zomaar uit het niets, de kwarktaart!
En al snel maakte iedere zichzelf respecterende gastvrouw kwarktaart voor het bezoek. Diverse smaken: aardbei, citroen en chocola. Ik vermoed dat het gezonde imago van kwark er mee te maken had. Man en ik deden dapper mee aan de rage en enkele jaren later mochten onze jongens zich er ook aan wagen. Het gekke is, zo plotseling als die pakken in de winkel lagen, zo stilletjes zijn ze bij ons uit beeld verdwenen.

fris ontwerp ook

Tot vorige week. Ik stond op de bakafdeling bij de super, en opeens zag ik dozen voor kwarktaart staan. Ach, net als vroeger, en hup, daar ging een doos in de kar.
Het is echt zo klaar, zo'n geval. Als je alles van te voren klaar zet: 10 minuten.


Zakje kruimelpoeder mengen met gesmolten boter.


 Taartmix mengen met kwark en slagroom.

lekker kleurtje

In de goede volgorde in een grote vorm verdelen. En dan opstijven in de koelkast. Ik had geen bakblik van 26 cm, en dus mikte ik het geheel in een siliconenvorm. Slecht idee!



Alles bleef wel heel, gelukkig.



Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik vond het een beetje vies. Máár: man, kinderen en de timmerman vonden hem lekker. En het tweede stuk smaakte beter; het was even wennen, denk ik. Want er zitten merkwaardige dingen in zo'n mengsel.
Mijn interesse is nu echt gewekt, dus binnenkort probeer ik nog een ander smaakje, je weet maar nooit. Er is een fase geweest dat ik zelf kwarktaarten maakte: gele met Pasen, oranje op Koninginnedag, noem maar op. Dat zal ik ook weer eens doen. En dan vergelijken. Het worden weer fijne weken.





donderdag 19 september 2013

Eetpatronen: bolognesesaus

Ragú di carne alla bolognese

Oftewel vleessaus op de Bolognese manier. Bologna ligt in Emilia-Romagna (Italië) en geldt voor velen als de gastronomische hoofdstad van het land. Terzijde: de beroemde Bolognese saus wordt daar nooit bij spaghetti opgediend. Maar daar trekken we ons verder niets van aan.


Herinnert u zich deze nog?


Die zat in de Honig Vakantiedoos.
Inmiddels heb ik drie keer Bolognese saus gemaakt. Een keer uit het pakje, een keer volgens de bijbel van de Italiaanse keuken: De Zilveren Lepel en één keer volgens een recept uit De Italiaanse Keuken van Claudia Roden.

Laat ik ze alledrie eens op een rijtje zetten.
Over Honig hebben we het eerder gehad, voornamelijk over de tomatensoep. Af en toe, (bij tijdnood en/of vermoeidheid) kopen we zo'n doosje mix.
De inhoud van het doosje/zakje:


Ingrediënten: rijstebloem, groenten (tomaat, wortel, ui, prei), tarwebloem, zout, specerijen, smaakversterkers, gehard plantaardig vet, suiker, voedingszuur, kleurstof, kruiden, aroma, plantaardig vet, verwerkt tot 69 gram poeder voor een pan vol saus. Dat heeft toch iets magisch.
Daaraan toe te voegen: 300 gram gehakt, 1 ui en 2 rode parika's.

Als het klaar is ziet het er zo uit:



Met de smaak is niet zoveel mis; een beetje plat, wat zout, maar niet zo zout als vroeger. Ze doen hun best.

Vervolgens de Bolognese saus volgens De Zilveren Lepel. Zo authentiek is dat allemaal niet, want de uitgever heeft de recepten laten aanpassen aan "de smaakverwachtingen van de Noord-Europese lezers".  Dat wisten we niet toen we het boek kochten. Toch is het een absolute aanrader, er staat zo veel in, je kunt er alle kanten mee op.



Simpeler dan dit recept kan bijna niet.
Geen pakje of zakje, maar gewoon boter/olijfolie, ui, bleekselderij, wortel, rundergehakt, geconcentreerde tomatenpuree (met wat water aangelengd) en pruttelen maar: 1 1/2 uur. Lekker, maar misschien een beetje saai. Je kunt er natuurlijk zelf van alles aan toevoegen: champignons, paprika, parmezaanse kaas over je volle bordje.

Helaas heb ik geen foto meer van het eindresultaat; het ziet er ongeveer uit als de Honigsaus, maar dan minder oranje.

Tot slot het recept van Claudia Roden. Mevrouw Roden is een bijzonder mens, waar wij groot fan van zijn.



lees hier verder: http://nl.wikipedia.org/wiki/Claudia_Roden

Hier komt wel even iets meer bij kijken, maar het blijft een kwestie van hakken en in de pan gooien.
Ingrediënten: boter/olijfolie, ui, wortel, bleekselderij, pancetta/bakbacon, rode wijn, tomatenpuree, runderbouillon, slagroom.
Dit is natuurlijk een feest voor het oog:



Wat betreft dat spek: we hebben altijd een aan plakjes gesneden stuk (rook)spek in de vriezer liggen, daar gebruik ik een van. De bouillon kun je zelf maken, maar met een blokje kan het ook heel goed. Gebruik lekkere wijn, van wijn die je te vies vindt om te drinken wordt je eten ook niet lekker. De slagroom komt er op het laatst bij, als het 1 1/2 uur geprutteld heeft. Maar aangezien jongste zoon niet van romige sauzen houdt, laat ik het weg. Ik maak altijd een flinke hoeveelheid, en vries de rest in. Als ik later een portie voor onszelf opwarm, doe ik er alsnog wat room in.
In ieder geval ziet het er, als het klaar is, zo uit:

deze foto wil alleen op zijn kantje, raar.

Ja, het ziet er zo wat bleekjes uit, maar dat komt door de foto. In het echies is het wel wat kleuriger en fleuriger.
Deze variant vind ik zonder meer het lekkerste, enorm vol van smaak. Het spek zorgt voor wat zout, de wijn geeft er diepte aan, heerlijk. Je hebt er ook minder van nodig om je pasta toch een volle smaak te geven.

Er staan drie E-nummers op de ingrediëntenlijst van Honig. Het zijn alledrie smaakversterkers. Nu word ik niet bang van E-nummers, maar ik vraag me wel af waarom ze er inzitten. Als je ziet hoeveel specerijen en kruiden toegevoegd zijn (paprikapoeder, kerrie, peper, peterselie, basilicum, oregano, bonenkruid, selderijzaad, majoraan, en dan ook nog aroma (bevat mosterd), zou je zeggen dat één hapje saus al een smaakexplosie moet ontketenen. Die kruiden zijn natuurlijk wel gedroogd, maar toch. Ik denk dat de verklaring te vinden is bij het feit dat ze willen dat elk pakje dezelfde smaak heeft. Dat schijnen mensen prettig te vinden. Net zoals overal te wereld een hamburger van de Mac hetzelfde smaakt, zo smaakt ieder zakje Honig Bolognesemix hetzelfde.
En dan die toegevoegde suiker. Niet veel, maar toch. Doe je soms aan tafel suiker in je pasta? Nou dan. Laat dat er voortaan maar uit.
Tot slot het gemak: zo'n zakje is relatief snel klaar. De andere twee recepten krijgen hun smaak vooral door lang te sudderen. En aan het eind van de middag heb je daar geen tijd en puf meer voor.
De oplossing is natuurlijk simpel: maak op een vrije middag/avond of in het weekend een grote pan vol. Wat groente van het seizoen er bij en klaar. Ik snap zelf niet dat ik dat niet vaker doe. Bij deze een goed voornemen.















vrijdag 30 augustus 2013

Eetpatronen: Eerst sap, dan jam

In vorige blogs heb ik wel eens gejubeld over de ontsapper. Niet dat ik drie jaar geleden wist wat dat was, maar dankzij Teunie  (neem een kijkje) werd ik weer wat wijzer. En toen ze bij de Multi (supermarktketen bij de oosterburen) ernstig in de aanbieding waren, greep ik mijn kans.
Voor diegenen die nog niet weten hoe zo'n ding werkt het volgende verslag.

Afgelopen week heb ik een emmer vol rozenbottels geplukt. Wat zijn ze groot dit jaar!


Flink afspoelen en daar gaat ie:


De doos uit de kelder gehaald. Het geheel bestaat uit vier delen.


Het onderste gedeelte vul je (gedeeltelijk) met water, breng dat aan de kook.


Doe de bottels (of ander fruit) in het vergietachtige gedeelte. En nee, die blaadjes, zaadjes en kroontjes geven niets. Als het water kookt pak je de sappan (tulband-achtig geval)...


... en zet die op de waterpan. Daar bovenop de vergietpan met bottels en daar bovenop het deksel. Het is een hele stapel.


Ja, daar steekt een slangetje uit, dat hoort zo. Daar komt straks het sap uit. Maar eerst een poos rustig laten koken.
Geen deksels optillen of stiekem in de sappan kijken: geduld! Want kijk maar, natuurkundeles in de keuken:


opeens loopt het slangetje vol. Gelukkig wordt er een vaatklem meegeleverd en die werkt: tot hier en niet verder.

Verder is het allemaal heel simpel. In een bijgeleverd overzicht staat hoe lang welk fruit moet opstaan. Het duurt lang, maar vertrouw daar op, ze hebben gelijk! Daarna tap je af: slangetje in een litermaat of kan, klem los en het sap stroomt vrijuit.
Ik had ruim 1400 cc sap van die emmer vol. Aangevuld met wat water tot 1500 cc en met geleisuiker tot rozenbottelgelei gekookt.


Vier grote potten vol en ook nog een kleintje. Bijna gratis en voor niets. En de vlierbessen zijn ook bijna rijp en de druiven van de buren...

Bij de Brouwmarkt kun je ook ontsappers kopen, kijk hier maar.  Of op Marktplaats. Je kunt natuurlijk ook samen met een familielid doen, wel zo voordelig.


woensdag 21 augustus 2013

Eetpatronen: jam maken

Ik heb gisteren jam gemaakt, van perziken. Ze zagen er prachtig uit.



Helaas bleken ze erg hard te zijn. Ik ben nu eenmaal te beleefd om in de winkel in iedere perzik te knijpen. Daar zijn ze wel op geteeld, op dat knijpen en voelen en stoten. Dat ze er, zolang ze in de winkel liggen, toch mooi uit zien. Smaak is van minder belang, vindt de teler. Dom. Ik zoek wel een andere verkoper, die het wel snapt.
Goede spullen maken het leven nog makkelijker.

grote pan

Een van de beste uitvindingen ooit:

de vultrechter.

 Goed, daar gingen we: vruchten geschild, fijngesneden en in de pan.


Mengen met geleisuiker (grote stappen, snel thuis) en aan de kook brengen. 4 minuten flink doorkoken, in de schoongemaakte potten, klaar.


Ik vermaakte me weer uitstekend. Tijdens het koken dacht ik na over de onuitroeibare behoefte in te maken. Mijn moeder maakte in de jaren zestig nog wel jam, ze wekte boontjes en appelmoes, die dan in de kelder werden gezet. Toch is ze er op een gegeven moment mee opgehouden.
Zus Wee en ik zetten de traditie voort. En nu ik in een streek woon, waar je overal langs de weg fruit kunt kopen, soms gratis krijgt, en overal rozenbottels, vlierbessen en bramen groeien, is het te verleidelijk om daar geen gebruik van te maken. Het is een combinatie van verzameldrift (de mens blijft jager/verzamelaar) en het idee dat je eten niet mag weggooien/ laten staan. Nature, nurture and culture! En het is natuurlijk ook uitermate bevredigend: al die potten, tot aan de rand gevuld en met de mooiste kleuren.
Tja, en ondertussen eten we nu nog van de jam die ik vorig jaar maakte. Dat was nou ook weer niet de bedoeling.











vrijdag 9 augustus 2013

Eetpatronen: het ijs van oma (1)

oma


In de jaren zestig verhuisden mijn opa en oma naar een dorp, in de kop van Drenthe. Zo'n twee keer per jaar gingen wij op bezoek.
Oma deed dan haar best op het warme eten, voor tussen de middag.
Meestal kregen we kruimige aardappeltjes, boontjes of bloemkool en een sudderlapje. Het hoogtepunt was het toetje: zelfgemaakt ijs.
Ook als ik er logeerde, werd er ijs gemaakt, en dan mocht ik helpen. Het werk bestond uit het kloppen van een poedertje (uit een zakje) door water of melk (ik weet niet meer wat het was). Dat ging in een laag bakje, hup het ijslaatje in. Vervolgens moest het mengsel om het half uur met een vork losgeroerd worden, om daarna weer verder te bevriezen.
Heerlijk ijs kreeg je dan, met een schilverige structuur. Daarna heb ik nooit meer zulk ijs gehad en ik mis het.
Groot was dan ook mijn vreugde toen in bij de super dit pakje zag:



Meteen gekocht, meteen gemaakt. Ondertussen gelezen wat er allemaal op staat. Bijvoorbeeld dat de mix op basis van suikerbieten is, die op eigen bodem geteeld worden. Dat is in het kader van de "Ik hou van Holland"- wind, die hier tegenwoordig waait.
Maar de mooiste vind ik deze: "Suiker en suikerproducten passen in een gezonde en gevarieerde voeding en actieve leefstijl".
Ja, ja, ze staan onder druk, de suiker- en zoetwarenfabrikanten. Ik vind het wel lef hebben, hoor, zo'n bewering. En er zit wat in. Het kan en mag best, een ijsje op zijn tijd, poeh!

kijk eens op de site van Van Gilse

Ik heb stukjes verse aardbei door de mix geroerd. Nadat het een tijd in de vriezer heeft gestaan gaan we proeven.





Ik heb twee bolletjes in een coupe van mijn opa en oma gedaan. Aardbeiensaus en slagroom erbij. Is het lekker?

Ach, het gaat. Het ijs is wat melig en de smaak is ook niet opwindend of fris. Makkelijk en veilig, is het eindoordeel. En het lijkt totaal niet op het ijs van oma. Jammer.
Maar niet getreurd, ik zoek rustig verder. Wordt vervolgd.





woensdag 17 juli 2013

Eetpatronen: vertrouwde Honig

Het is maar goed, dat wij zo nieuwsgierig zijn. Zo ging oudste zoon afgelopen week eens kijken in de "nieuwe" supermarkt van het belendende dorp. "Ze hebben een vakantiedoos van Honig" vertelde hij 's avonds. Of ik die al gezien had. Nou nee, dus de volgende ochtend op de fiets. En ja hoor, een oranje doos (past helemaal bij de "ik hou van Holland-hysterie van deze tijd). Op een bijgehangen A4-tje stond beschreven wat er in zit, maar daar had ik geen geduld voor. Pik binnen, 't is winter. Hebbe is hebbe en krijgen is de kunst.
De doos paste niet in de fietstas, viel onderweg op de straat, maar we zijn toch veilig thuisgekomen.
Hier staat hij dan.



De eerste vraag is: waarom is zo'n doos leuk? Wij zijn hier meer van de De Cecco en de Barelli pasta. En toch is die doos voor mij een absolute must-have.
Het is een beetje Sinterklaas, dat is het. Een combinatie van "vol verwachting klopt mijn hart" en nostalgie.




Dit zit er in:


Macaroni, mienestjes, spaghetti, pannenkoekenmix, mix voor macaroni en spaghetti, spaghettisaus bolognese, bami speciaal mix


Bijna alles "vertrouwd", zoals de soepen (zie 28-10-12). Mijn moeder gebruikte Honig macaroni en mie. Maar, realiseer ik me nu pas, nooit spaghetti. Waarom eigenlijk niet?
En nog iets: in 1985 kwamen er in Nederland nieuwe soorten pasta op de markt, zoals penne, lasagna, canneloni.... Waarom toen? En waarom hebben veel mensen die stap wel gemaakt, maar zijn bendes mensen bij de elleboogjes blijven hangen? En koken hun kinderen ook alleen maar met kleine pijpjes?
Vragen, vragen...

Wordt vervolgd!


vrijdag 5 juli 2013

Eetpatronen: opa, thee en Charles Dickens

Kijk, daar zijn ze weer. Mijn opa en opa en oom.


Ik logeerde dus regelmatig bij mijn opa Bee. En opa Bee had niet alleen een flat in de stad, maar ook een huisje aan het Paterswoldse Meer. Nou ja, huisje, het was een omgebouwde wagon. Regelmatig gingen wij daar heen. Opa ging dan aan de slag in de tuin/ het bos er om heen, en ik scharrelde er wat rond.
Tot opa het genoeg vond, dan was het theetijd. De thee werd in blauw-witte kopjes geschonken. Ook later, toen ik met vriendinnen regelmatig een weekend doorbracht in de wagon, vormden de theepot, het theelicht en de kopjes een vast punt: 's morgens bij het ontbijt en 's middags nog een pot.
Opa was een sobere man, maar bij de thee aten we lekkere biscuitjes. Hij zat dan in een hoekje met een van zijn favoriete schrijvers: Charles Dickens. Hij las de Pickwick Papers keer op keer, en lachte soms zo hard dat zijn stoel er van kraakte. En ik zat aan de tafel, in net zo'n stoel en las een boek van Meyer Sluyser; die stonden bij opa in de boekenkast.
Toen de wagon gesloopt werd heb ik een stoel mee naar huis genomen:






En Meyer Sluyser staat nu hier in de kast. Soms herlees ik ze.


De Pickwick Papers heb ik één keer geprobeerd, ik vond er niet veel aan. Ik was er te jong voor, denk ik. Maar inmiddels is Charles Dickens een van mijn favoriete schrijvers. Bleak House is wat mij betreft een van de beste boeken ooit. En om Nicholas Nickleby moet ik altijd huilen.

mooi bandje!

Dus vooruit: uit de kast gehaald en klaargelegd. Een deze dagen begin ik er aan. Met een beetje plechtig gevoel. Alsof ik mijn opa weer tegen kom.


Penguin-editie

Ondertussen is het wel een mooi voorbeeld van conditionering: als ik lees, dan moet er thee bij zijn, en iets te eten. Hoe zou dat toch komen?





Voor meer info over Meyer Sluyser: klik hier.

vrijdag 10 mei 2013

Eetpatronen: broodje Cannon (vervolg)

Een broodje Cannon voor zoetekauwen.


Ik schreef laatst over de televisieavonden met het hele gezin, én de geliefde Cannon-broodjes (zie 21-04-2013).  Behalve de serie met de gezette detective Cannon en die met police-woman Pepper, hadden we nog een favoriet: The adventures of Ellery Queen. Dit was een detective- in plaats van een politie-serie, gebaseerd op de boeken van twee neven.

voor meer info: klik hier

In die tijd was ik begonnen met het lezen van detectives: klassiekers, zoals Aghata Christie en Dorothy Sayers. Ellery Queen las ik ook graag. Het was de tijd van de prisma-pockets, en mijn ouders hadden letterlijk honderden in de kast staan.


Inmiddels naar boven veroordeeld, staan er nog steeds een aantal.
Maar goed, we zouden het over een broodje hebben. Naast de gezonde variant was er ook een zoet exemplaar ontworpen. Die heb ik vandaag eens opnieuw gemaakt.
We beginnen weer met een Duits bolletje:

kapje afsnijden


Het broodje wat uithollen:


En van binnen besmeren: boter (lekker) of anderszins.



 Pak nu een pot stroop.


Kijk, ik heb hier een lepel gebruikt. Ik bedacht opeens hoe mijn vader héél af en toe een lepel stroop kreeg, voor de lekker (net zoiets als het grootste stuk vlees; dat waren nog eens tijden voor vaders!). Wij kregen dat niet, maar we mochten soms wel de lepel aflikken, nadat mijn moeder met stroop letters in de pap had geschreven. Verschil moest er zijn.
We gaan door...


Vul de holte op met stroop en klap het broodje dicht. Is dat alles? Ja, dat is alles. Geluk zit in de eenvoudigste dingen, dat blijkt maar weer.


Foto's: van Aag zelf

zondag 21 april 2013

Eetpatronen: een broodje Cannon

Het Cannon-broodje, hartige variant

Begin jaren '70 traden er allerlei veranderingen op, in het dorp en bij ons thuis. Ten eerste verscheen er in ons dorp een "echte supermarkt". We hadden wel een aantal kleine supermarktjes, een SPAR, een A&O, en nog zo wat. Maar nu bouwde Jan de Boer een geheel nieuwe, grote zaak, recht tegenover het gemeentehuis, mét winkelkarretjes. Het was het begin van het einde voor de kleine kruidenierszaken, maar dat wisten we toen nog niet.
Daarnaast kwamen er op de televisie nieuwe programma's. Naast Een-Van-De-Acht en de Berend Boudewijnshow keken wij met het hele gezin in het weekend naar nieuwe Amerikaanse series, zoals Cannon, met William Conrad,

 klik hier voor jeugdsentiment

en Police Woman, met Angie Dickinson als Sergeant Pepper.
en hier voor info over Pepper

Wat ons kinderen opviel aan die series was het drinken en het eten. Vooral in Pepper werd er regelmatig uit van die kartonnen bakjes gegeten, met stokjes! Hoe exotisch. Er had zich net een Chinees-Indisch restaurant gevestigd in ons dorp, dus we waren bekend met "chinees eten", maar dat kwam altijd in platte, plastic bakjes. Fascinerend! Ook riep er altijd iemand: "Eggroll, anyone?". Ik zag dan altijd een opgerolde omelet voor me, gevuld met taugé en rode saus.
En dan de broodjes. Die vlogen zo ongeveer over het scherm, met vreemde woorden als pastrami, rye, en noem maar op.
Op een goede vrijdagavond kwamen deze twee nieuwe verschijningen zomaar te samen. Jan de Boer verkocht sinds kort "Duitse bolletjes" en van al dat eten op TV kregen wij trek: het broodje Cannon was geboren.

echt Duits bolletje

Tijdens de uitzending renden we naar de keuken. Zus en ik hadden verschillende voorkeuren. Op de mijne ging mayonaise.



Van Calvé. Speciaal voor dit blog gekocht, ik gebruik allang geen Calvé meer. Dus ik zag het nu pas: de pot is veranderd! Niets blijft ook hetzelfde.
Eventueel kon je er ook ketchup bij doe, van Heinz (uiteraard).
Daarna begon het echte werk:



We zijn hier ongeveer halverwege. Augurk kan ook, maar altijd in de lengte gesneden, anders wordt je broodje niet goed belegd. Hardgekookte ei in plakjes is ook lekker. Zus hield van plakjes ham. Hadden we ook al salami? Dat weet ik dus niet meer. Boterhamworst (uit lange blikken), ja, maar salami?





Afbouwen met plakjes komkommer en rode paprika (ook al zoiets nieuws). Eventueel nog wat sauzen erop, dichtklappen en weer terugrennen naar de huiskamer om voor de TV op te eten.
Het was niet ongebruikelijk om er daarna nog een te maken, hoewel moeder dan wel wat begon te protesteren. Het feit dat we de kaas in alle gauwigheid met een mesje sneden (hakten) in plaats van netjes de kaasschaaf te hanteren, werd niet altijd op prijs gesteld. Je kreeg er van die uitgeholde kaasstukken van (weemoed naar uitgeholde kaas, het moet niet gekker worden!).
We hadden iets heel bijzonders, dat wisten we wel zeker. En dan was het programma afgelopen, het broodje was op. Moesten we weer een week wachten

Ik mocht van mezelf even helemaal losgaan met dit broodje. "Net als vroeger". Maar al met al bleef het tamelijk beschaafd. Best wel lekker, maar niet zo bijzonder als ik het me herinnerde. Ik snap het ook wel. Toen was het een uitspatting. Maar wat is er vandaag de dag opwindend aan een broodje gezond? Verwend, dat zijn we.





zondag 24 februari 2013

Eetpatronen: opa, opa en oom

Kijk, een foto.

Drie van de jongens op deze foto zullen in hun latere leven belangrijk zijn voor mij. Dat zijn mijn opa Bee, mijn opa Kaa en mijn Oom Jee. Zij zaten bij elkaar in de klas. Vriendschap en familie, dat is de link tussen die jongens en mij. Wie had dat toen gedacht?




We beginnen met Opa Bee. Zodra ik zelfstandig kon reizen (vanaf een jaar of negen), fietste ik in de vakanties naar het station. Ik kocht een enkeltje naar mijn geboortestad. Daar aangekomen liep ik óf naar de winkel van mijn opa, óf ik nam de bus naar zijn huis.  Daar logeerde ik dan een aantal dagen.





Langs de galerij aan de achterkant waait nog steeds een gure wind.

Ook het uitzicht aan de voorkant is niet echt veranderd. Het geluid van de langsrijdende auto's gaat 24 uur per dag door. Ik lag er vroeger wel eens wakker van, ik was het niet gewend, maar ik vond het niet echt vervelend. Ook toen al hield ik van de grote stad.





Mijn opa was een sober levende man. Hij rookte niet, gebruikte geen alcohol en was vegetarër. Met warm eten kwam tussen de middag dan ook het volgende gerecht op tafel:





Witte rijst met boter en bruine suiker. Soms wel twee keer in de week! Dat vond ik wel lekker. Toen ik daarna weer eens kwam logeren stonden er opeens aardappeltjes, groente en een sudderlapje op tafel. Had ik daar zelf om gevraagd of was er een telefoontje van mijn moeder aan vooraf gegaan? Ik weet het niet meer. En ik vroeg me deze week opeens af wie die maaltijd heeft gekookt. Geen enkele herinnering aan een kokende opa, jammer.
In ieder geval heb ik het nu voor het eerst gemaakt. Ernstig getwijfeld of opa de rijst met water of met melk kookte. UIteindelijk heb ik voor melk gekozen, en ja, de smaak is hetzelfde. Knarsende bruine suiker, de wat rauwmelkse smaak van de boter en de zachte rijst. Ik zie de tafel voor me, een wit kleed erover. Ik hoor de klok tikken. Zo was het dus.
Wat de rijst betref: ik hoef niet nog een keer, dank u beleefd. Maar verder was het een leerzaam experiment.