zaterdag 24 oktober 2015

Suiker-overload

Wie wat bewaart, die heeft wat. Ik ben dan wel aan het opruimen en weggooien, maar niet alles verdwijnt in de kliko. Dus toen zoon, vanwege zijn hobby (modelbouw), vroeg of wij nog groene grebbels hadden, dook man al snel een potje op.

dit wordt een grasveldje

Het potje was een oud exemplaar van Hak, rode kool met appeltjes. Waarschijnlijk uit de jaren 80.


"Kom," dacht zoon, "ik koop er eens een nieuw potje bij, en dan vergelijken. Dat is misschien wel leuk."



Nieuw-ontworpen etiketje, met frisse appel er op, ziet er goed uit.
"Lees nu de ingrediëntenlijst maar eens" sprak zoon, toen hij me enige tijd later de twee potjes overhandigde. Eerlijk waar, ik kon mijn ogen niet geloven. Kijk zelf maar:







Ik zal het even zwart-op-wit vaststellen: de hoeveelheid suiker is bijna vertweevoudigd! Omgerekend: in dat kleine potje zit 40 gram suiker ( en dan ben ik aardig, ik heb het naar beneden afgerond).

zo ziet 40 gram suiker er uit

Ik moet even schreeuwen hoor: DAT IS BELACHELIJK!

Dus geen potje Hak, als we aan het eind van de dag een beetje te moe zijn om uitgebreid te koken. En vooral nóg beter opletten als we boodschappen doen.


foto's: van Aag zelf

maandag 14 september 2015

De kerk van Den Andel

Het is langzamerhand een traditie bij ons: in het tweede weekend van september huren we ergens een trekkershut en gaan we op monumentenpad. Telkens op een ander plekje, zodat we in de loop der jaren al heel wat hebben gezien.

Dit jaar zaten we in Aduarderzijl; dat was zo leuk, dat we er beslist nog eens heen willen.

ons huisje voor één nacht


Zaterdagavond kwamen we weer thuis. De foto's nog eens bekeken, honderuit verteld aan de kinderen en toen in bed gerold. Mijn hoofd tolde van alle indrukken.

Eén beeld hield me bezig: een foto die ik in de kerk van Den Andel heb gemaakt. En ik besloot de volgende ochtend meteen nog eens heel goed naar die afbeelding te kijken en er wat over te lezen.
Zo gezegd, zo gedaan.
Even wat achtergrondinformatie: de kerk stamt vermoedelijk uit de dertiende eeuw.



Bij restauratiewerkzaamheden kwam prachtig schilderwerk te voorschijn, ook 13de eeuws.

Op één van die schilderingen staan twee ridders afgebeeld. Peter Karstkarel noemt ze in zijn prachtige boek over de Middeleeuwse kerken, hij heeft het over een riddergevecht.
Laten we ze nu eens goed bekijken. Ik beeld ze even extra groot af, dan zijn de details beter zichtbaar.


Deze ridder heeft een soort helm en een voorloper van een kogelvrij vest (lagen leer met wol ertussen, aan elkaar gepit). Het staat helaas niet op de foto (stom, stom, stom), maar in zijn andere hand houdt hij een indrukwekkend zwaard vast.
Dit is onmiskenbaar een West-Europese ridder.

Nu zijn tegenstander. Helaas is die afbeelding minder duidelijk, maar er valt nog genoeg te zien.


Om te beginnen vallen de afbeeldingen op zijn schild op: een hamer en een soort tang. En al die sterren! Ik denk aan Vrijmetselaars, maar is dat niet vroeg? Terwijl de betekenis van het harkje langzaam tot mij doordringt, zeg ik tegen Man:
"Kijk, hij heeft maar één oog."
Man: "Moenen! De duivel."
Ik weer: "Met een drietand."
Man, nogmaals: "Moenen!"
Maar ik ken de naam Moenen alleen uit de Mariken, en die is van eeuwen later. Even zo goed: deze figuur lijkt toch echt de kwaaie Pier.


Nu is het volgende handig om te weten:
De 12de en 13de eeuw waren de periode van de Katharen (en ja, in de naam Kathaar kun je het woord ketter herkennen),  maar ook van andere stromingen, zoals Albigenzers, Franciscanen en Dominicanen. Sommige van die orden werden in de kerk opgenomen, maar andere werden te vuur en te zwaard bestreden. In 1208 werd door de Paus opgeroepen tot een ware kruistocht tegen de Albigenzers.
Ondertussen vonden er in de dertiende eeuw ook maar liefst 5 kruistochten naar het Heilige Land plaats. Het waren gewelddadige, maar ook verwarrende tijden.

Volgens mij is er op deze afbeelding geen sprake van een riddergevecht, in de betekenis van een toernooi. Het gaat hier niet om een lokale vete, die wordt uitgevochten, of om een regionaal conflict.
Volgens mij zien we hier de Christelijke wereld die opstaat en het zwaard opneemt tegen het kwaad in de wereld: afvalligen en ketters, heidenen en ongelovigen uit het oosten, en tegen de Duivel in eigen persoon.

De volgende afbeelding heeft dan waarschijnlijk eenzelfde betekenis.


Ik vermoed een leeuw die een dromedaris tracht te verjagen. Maar hier wordt het echt vrije interpretatie.

Zo. Waarschijnlijk ben ik hier de zoveelste die het wiel heeft uitgevonden, maar dat hindert niet. Dit soort afbeeldingen zijn een soort puzzels. Je bestudeert de afzonderlijke stukjes en vormt daarvan een geheel. Ieder zijn hobby.






Foto's: van Aag zelf.
Bron: site van de SOGK en het boek Alle Middeleeuwse kerken van Harlingen tot Wilhelmshaven - Peter Karstkarel

maandag 7 september 2015

Bellingwolde

Wat wij dus leuk vinden, is naar een dorp te reizen, aan het begin te beginnen en dan maar wandelen en kijken. Dat hebben we zondagmiddag weer eens gedaan.

Eén van de mooiste dorpen in Nederland is Bellingwolde. Eigenlijk is het één (kilometers-) lange Hoofdstraat met hier en daar wat zijstraten. De ene kapitale woonboerderij na de andere, schitterende rentenierswoningen en dat alles omzoomd door slingertuinen, monumentale bomen en meer van dat fraais.
We hebben foto's gemaakt. Man is meer van het grote plaatje, ik ben meer van de details, maar sommige zaken zien we toch hetzelfde, grappig is dat. (voor het verslag van Man, zie de link Zinnigheden van AikeP).


Strakke Gotiek

Het bushokje vonden we allebei mooi, dat blijkt


Het mooiste is het ronde dakje, net een wagon.



En kijk, al die regen heeft ook leuke gevolgen



Een prieel. Is ook een Rijksmonument.


En tot slot het Rechthuis.


1643 staat er op de gevel, maar de kern is vermoedelijk ouder. Wat ik er zo bijzonder aan vind is dat het zo onmiskenbaar Nederlands is. Elke keer dat ik het zie denk ik aan Het Straatje van Vermeer en aan Cornelis Springer. Wat mij betreft zou het ook in Edam kunnen staan, of Middelburg of in het Overijsselse.
We liepen weer terug toen er een auto bij ons stopte. De bestuurder vroeg ons licht vertwijfeld: Is er ook een supermarkt in dit dorp? Ja hoor, er is ook een supermarkt: in een nieuw, zeer modern gebouw. Daar komen we later wel langs.


foto's: van Aag zelf.

donderdag 27 augustus 2015

Memorabilia: een pannetje

Langzaam maar zeker trek ik door het huis met sop, werkdoek en borstels. Plank voor plank, kast voor kast: leeghalen, afsoppen, uitzoeken, terugruimen.

In de servieskast in de keuken staat dit pannetje.


Ik heb het nog niet zolang. Het komt uit de boedel van mijn tante Jee.
Even een stukje familiegeschiedenis: tante Jee is op latere leeftijd getrouwd met mijn opa Bee. Ze woonden in een flat in Groningen. Toen mijn opa overleed bleef tante Jee daar wonen, totdat zij enige tijd geleden helaas moest verhuizen naar een verzorgingshuis. De familie van haar kant regelde de verhuizing, de aangetrouwde kant (mijn familie dus) verdeelde de achtergebleven erfstukken, en leverde de flat opgeruimd en schoongemaakt op.
Zus Wee en ik werden uitgenodigd te komen kijken: misschien was er ook iets voor ons bij? Het was een treurig gezicht, de resten van een mensenleven verspreid door een onttakelde woning. Op het aanrecht stond een uitstalling van plastic koelkastdoosjes, een verbogen vergiet, een vermoeide theeketel én dit pannetje. Op de een of andere manier leek dat pannetje symbool te staan voor het leven van mijn tante Jee.

Ik dacht aan mijn braadpannen thuis. Dit is de grootste die ik heb.






Ter verduidelijking heb ik ze even op elkaar gezet.





Die grote pan, die associeer je met foto's in de Allerhande of Libelle: vrolijke etentjes met vrienden, allemaal even goed gekapt en gekleed, met stralend witte beugelbekkies. Of familiediners op hoogtijdagen, drie generaties rond de tafel. Met zo'n pan koop je volgens mij ook een stukje illusie.

Beetje flauw ook, zo vaak gebruik ik die knoeperd niet. Even wat realistischer, mijn meest gebruikte pan:




Daar kan hij nog steeds minstens twee keer in.
Het lijkt een beetje zielig, zo'n één-, misschien twee-persoonspannetje. Maar ik vind hem vooral dapper. Dat pannetje zegt: ik mag dan misschien wel alleen zijn, maar ik houd ook wel van een malse gehaktbal of een lekkere sudderlap.
Ik heb de grootst mogelijke bewondering voor mensen die na een lange dag werken in een leeg huis komen en die dan eens lekker voor zichzelf gaan koken.
En ik heb altijd bewondering gehad voor mijn tante Jee, die ondanks tegenslag en ziekte onverstoorbaar zichzelf bleef, die doorging met wat zij belangrijk vond en er elke dag weer wat van probeerde te maken. Daarom: Hulde aan het pannetje!


woensdag 19 augustus 2015

Larochette

Op de tweede etappe van onze vakantie reden we door Larochette, in Luxenburg. Op het eerste gezicht een doorsnee stadje: links huizen, rechts bedrijven. Een kern met een school en een kerk.



En daar tegenover:


Parkeren, uitstappen en klauteren maar. Deels een ruïne...


Deels gerestaureerd...



Ademloze bewondering voor de 13de eeuwse bouwvakkers.


Ik waande me even in Kruistocht in spijkerbroek.


Larochette (Fiels, Fels) ligt in het Luxemburgse Kanton Mersch.
Foto's: A.B. van der Ploeg en van Aag zelf.

dinsdag 18 augustus 2015

Vakantiefoto: Staring

Op de eerste dag van onze vakantie reden we naar Vorden. Op Stalhouderij/Camping De Goldberg hadden we een trekkershut gereserveerd.



In het centrum van Vorden staat een beeld van Anthony Christiaan Winand Staring, landheer van De Wildenborch, landbouwkundige en dichter. Hij leefde van 1767 tot 1840.


Nooit van gehoord? Nou, misschien wel hiervan:

Sikkels blinken, Sikkels klinken,
Ruischend valt het graan.
Zie de bindsters garen,
Zie in lange scharen
Garf bij garven staan.

Vooral de eerste regel zal bij veel mensen (boven de vijftig) nog wel een gevoel van herkenning opleveren. Het is een gedicht van de hand van Staring dat werd opgenomen in de klassieke liederenbundel "Kun je nog zingen, zing dan mee".



Ik zat wat te peinzen over die regels. De landbouw is zo veranderd, dat het voor de meeste mensen volslagen onduidelijk zal zijn waar dit over gaat. Bovendien is de voedselproductie (helaas) ook een ver-van-mijn-bed-show geworden.

Nou waren wij afgelopen weekend in het Yeb Hettema- museum in Firdgum. Er stond een uitstalling van oude landbouwwerktuigen, met plaatjes uit Het boek van Piet van Dam.


Zeis, sikkel, een haarhamer, maar ook een mechanische constructie, waarmee het kaf van het koren werd gescheiden (het blauwe gevaarte links op de foto).

landbouwwerktuigen staan links achter

 Man en ik hebben dit nog net een beetje meegemaakt. Waar ik woonde zaten de boeren toen volop in de ruilverkaveling. Kleine, gemengde bedrijfjes waren het, met wat koeien in de wei, melkbussen langs de weg, de schapen een eindje verderop, een paar varkens in de schuur (en soms één op de ladder), ga zo maar door. Na de mechanisatie kwam de automatisering, met tegenwoordig de melkrobot, en volledige computergestuurde varkensstallen
Het is als in het lied van Wim Sonneveld: ik wist niet dat het voorgoed voorbij zou gaan.

Staring was een vooruitstrevende landbouwkundige, maar ook een romanticus. Of hij die twee eigenschappen vandaag de dag nog met elkaar had kunnen rijmen?






maandag 27 juli 2015

Diabetes

Ja, het was stil hier. Dat komt: ik was ziek. Nee, maak dat: ik ben ziek.
Eerst wist ik het niet. Ik was alleen maar moe. En ik dronk veel, maar dat heb ik altijd al gedaan. Toen ontstond er een vermoeden. En uiteindelijk wist ik het eigenlijk wel, maar ik had er geen zin in. Mijn favoriete gezegde is: Als je gaat dokteren, word je patient. En wie wil er nu patient zijn? Ik heel erg niet.
Dus ik parkeerde dat Vervelende Vermoeden netjes buiten mijn dagelijkse gedachtenstroom en ging gewoon verder. Af en toe keek ik stieken of het er nog was. Niets veranderd, daar stond het vervelend te wezen. Bah, gauw wat anders gaan doen. Tot ik nog eens keek en er een rode vlag stond te wapperen. En de week daarop zwaaiden er twee rode vlaggen. Ik zag eigenlijk ook niet zo goed meer. Zucht. Dan maar een afspraak maken.
Het Vervelende Vermoeden werd een Feit. Een tamelijk Ernstig Feit zelfs.  "We beginnen rustig met twee tabletjes" zei de huisarts lakoniek, en mompelde wat over hoe ik nu "het medisch circuit" in zou gaan. Maar toen ik zei dat ik de daaropvolgende week op vakantie zou gaan, naar het Buitenland nog wel, werd ze ernstig, schreef een brief die ik bij me moest houden en gaf me een preek over tijdig naar de huisarts ter plaatse gaan en zaken van leven en dood. Ok, doen we, zei ik braaf en ik fietste gauw naar huis.
Er werd nog even bloed geprikt, dat naar het lab werd gestuurd en hup, daar gingen we: op vakantie, fijn! Alleen jammer van de bijwerkingen van die pillen: al snel wist ik precies waar alle openbare toiletten van de omgeving waren.
Halverwege de vakantie belde de praktijk op: de labuitslagen waren binnen en ze wilden weten of ik nog niet in het ziekenhuis lag (of dood was neergevallen, maar dat zeiden ze er niet bij). Ze waren erg ongerust. Maar nee, behalve last van de bijwerkingen ging alles prima, ik huppelde soepeltjes tegen de bergen op. Vreemd is dat hoor, ziek zijn en er geen sjoege van hebben.
Enfin, om het kort te houden: ik zit nu in dat circuit en heb al veel geleerd. Inmiddels slik ik zeven verschillende pillen (meer dan mijn bejaarde vader en schoonmoeder samen), heb ik een pillendoos en ben ik veelvuldig hondsberoerd.




Mijn arme lichaam kermt en kraakt onder al dat farmaceutische geweld. Maar, ik heb wel meer energie dan voorheen. Geduld, geduld en doorzetten maar.

Er viel dus niet veel te verslaan. Nergens niet van. Nou ja, ik heb alle Spensers van Robert B. Parker gelezen (51 stuks).




Ik heb een trui gebreid (nog even in elkaar zetten).




En ik heb besloten dat ziek-zijn niet betekent dat ik me tot een slaperige vegeteer-toestand laat beperken. Dus, kalm aan, en weer opnieuw beginnen. En die verslagen, die komen dan wel weer.