woensdag 15 augustus 2012

Uitgelezen: The Art of Fielding (14)

Chad Harbach: The Art of Fielding.

Ruime tijd geleden dook The Art of Fielding op in de recensies van The Guardian. Het werd al snel een trending topic, zoals dat heet: het enthousiasme van lezers verspreidde zich als een inktvlek over de social media.
Een half jaar later zat Mart Smeets met een gebroken-rug-gelezen bandje bij DWDD: juichend. Er werden vergelijkingen gemaakt met John Irving. In mei hebben we eindelijk een exemplaar gekocht: voor de vakantie. Toch heeft het tot eergisteren geduurd, voor ik het uit had. Het kostte behoorlijk wat moeite om er goed in te komen. Dat was wel een tegenvaller.

The Art of Fielding doet verhaal van de jonge Henry Skrimshander, een honkbaltalent zoals je ze maar zelden treft. Een boek dus over sport. En omdat een boek over alleen-maar-sport saai zou zijn, is het ook een boek over de staat van gedachtenloosheid, de gevolgen van het toelaten van gedachten en twijfel en over liefde en relaties.
Want, zoals in de NRC stond: Moby Dick gaat ook niet alleen over walvissen.
Honkbal is een zintuigelijke sport. Het licht op het gras, de bal tegen de blauwe lucht. De geur van gras, van leer. Het geluid van de bal op de knuppel, stemmen die aanwijzingen roepen, het kraken van het leer van je handschoen. Het gevoel van de grond onder je voeten als je rent, de bal die de knuppel raakt, je spieren die tot het uiterste worden gerekt. Honkbal is een totale ervaring. Het is én een individuele sport én een teamsport. Voor sommigen is het een manier van leven, iets anders kunnen zij zich niet voorstellen. Het boek gaat verder dan het cliché dat je je passie moet volgen. Want wat als dat niet (meer) gaat? Als je lijf kapot getraind is, als de angst zich meester maakt van je werparm, wat moet je dan?
En dan is er de liefde. Ook dat blijkt niet zo simpel:  haat en nijd tussen (ex-) geliefden, complicaties tussen vader en dochter, sex tussen oude man en jonge knaap, noem maar op. Diverse intermenselijke relaties, en wat maken ze er een potje van.
Al met al is The Art of Fielding een tamelijk treurig boek. En zo ernstig. Er wordt weinig gelachen. Dat maakt het wel "a hard road to travel".
En toch en toch en toch: alles komt goed. Min of meer. En het heeft me uiteindelijk bij de strot gegrepen, tot tranen geroerd. Een poosje sprakeloos gemaakt. Ik weet niet wat een boek tot een klassieker maakt. Ik weet niet of The Art of Fielding in dat rijtje zal komen én blijven. Ik denk wel, dat het een goede kans maakt.


The Art of Fielding is ook in het Nederlands verkrijgbaar:  De kunst van het veldspel. Vertaald door Joris Vermeulen. Uitgegeven door De Bezige Bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten